Home > Nieuws > 3 mei 2015: Dodenherdenking op Sterksel leeft
Mee doen?
 
Vul uw gegevens hieronder in om onze nieuwsbrief te ontvangen!
Volg ons op Facebook!
 

3 mei 2015: Dodenherdenking op Sterksel leeft

 
 
3 mei 2015: Dodenherdenking op Sterksel leeft
 
Geschreven door Oranjecomité   
maandag, 04 mei 2015 08:47

Na 19 jaar, toen Sterksel nog behoorde tot de Gemeente Maarheeze, werd de jaarlijkse dodenherdenking op het oorlogskerkhof bij Providentia in ere hersteld.   
Het was Jan Reiling die het initiatief hiertoe heeft genomen en  contact op nam met burgemeester Paul Verhoeven.

De organisatie kwam in handen van het Oranjecomité in Sterksel. Het comité is dankbaar voor de medewerking van de gemeente Heeze-Leende, van Muziekvereniging De Heerlijkheid Sterksel, van de Talententoren, van de sprekers en van Kempenhaeghe:
voor het meedenken, het deelnemen en het faciliteren.

Klik Hier voor het fotoalbum

De eerste spreker was de heer Wiel Peerlings. Hij vertelde over het over het ontstaan van dit kerkhof. Wiel was lid van het onderzoeksteam en mede auteur van de boeken ‘Sporen uit het verleden’ en ‘Gebroken Vleugels’. Deze boeken gaan over de oorlog in onze omgeving. Op vrijdag 10 april was hij gastspreker in groep 7/8 van de Talententoren.

Vervolgens sprak pastor Andreas Inderwisch van Kempenhaeghe. Verderop kunt u zijn toespraak lezen.  

Henk van Rossum

In de ochtend van 14 mei 1944 omsingelden Duitse soldaten de boerderij van de Familie de Koning in Heeze. Iedereen van wie vermoed werd, dat hij iets te maken had met de verzetsgroep rond de familie De Koning werd gearresteerd. Hierbij waren vier broers uit dit gezin en hun zwager, die allen tijdens de oorlog zouden omkomen.

Nog dezelfde dag deden de Duitsers een inval bij de familie van Rossum aan het Peelven in Sterksel. Men was op zoek naar Henk, die ervan verdacht werd betrokken te zijn bij de verzetsgroep rond de familie de Koning. De hele boerderij werd doorzocht, maar hij was er niet en er werd niets gevonden.

De Duitsers gaven te verstaan dat Henk zich moest melden; zo niet dan zou zijn vader worden gearresteerd. Henk meldde zich en kwam nooit meer vrij. Navraag leverde geen informatie op.
In het Slachtofferregister wordt vermeld dat Hendrik van Rossum, geboren te Ooltgensplaat, op 31 Mei 1945 in Bergen Belsen is overleden.

Op 27 april heeft de heer Sjef Driessens op sterksel.nu een artikel geplaatst over Henk van Rossum.


Vervolgens kreeg de heer Huibert van Rossum, neef van Henk van Rossum, het woord.  
Verderop kunt u zijn toespraak lezen.   


Daarna werd het gedicht VRIJHEID voorgedragen door Eline Rulkens.

Vrijheid is leuk
Vrijheid is fijn
Vrijheid heeft een kleur
Heb jij dat niet? Dan ben je erg klein!

Vrijheid is respect
Vrijheid is bijzonder
Vrijheid heb je nodig
Heb je dat niet? Dan ga je ten onder!

Vrijheid is zo mooi
Vrijheid is blijheid
Vrijheid geef je door
Vrijheid is vrijheid!!!!

Vervolgens legden Eline Rulkens en de heer Marcel Boven namens de familie uit Australië een bloemstuk bij het gaf van Stanley Murphy.

De heer Boven onderhoudt contacten met een aantal familieleden van de hier begraven militairen. Hij begeleidt de families bij hun bezoek aan dit oorlogskerkhof en informeert nabestaanden via zijn website warcemeteries.nl.  

Na The Last Post door Anique Noordman was het woord aan burgemeester Paul Verhoeven, die het belang van dodenherdenkingen benadrukte. ‘Wie zijn ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst.’   

Daarna werd door de burgemeester en de wethouders mevrouw Wilma van der Rijt en de heer Mathieu Moons een krans gelegd namens het gemeentebestuur van Heeze-Leende.

De fanfare speelde het Wilhelmus en het officiële gedeelte werd afgesloten met een minuut stilte.

Toen konden de kinderen witte ballonnen oplaten en werd iedereen door Kempenhaeghe uitgenodigd in de Ten Braeckezaal voor een kopje koffie of thee of voor een glaasje ranja.


Toespraak pastor Inderwisch

VRIJHEID GEEF JE DOOR

Dodenherdenking 3 mei 2015 op het oorlogskerkhof in Sterksel

Vrijheid geef je door…

Eline Rulkens zal voor ons straks een gedicht gaan lezen waarin die woorden klinken:
Vrijheid geef je door…

Het is ongeveer drie weken geleden dat ik op een avond naar een programma zat te kijken waarin heel verschillende mensen elkaar ontmoetten.
Een jonge moslima, een katholieke vrouw die al wat ouder was en een joodse vrouw die ergens in de eerste jaren na de oorlog moest zijn geboren.
Ze troffen elkaar op een bijzondere plaats en op een bijzonder moment.
In de Tilburgse synagoge waren enkele stoelen aan de kant geschoven.
In het midden van de ruimte stonden tafels.
Tafels die gedekt waren met ongezuurde broden, mierikswortel, lamsvlees, eieren en bekers voor de wijn.
Vrouwen die eerder vreemden voor elkaar waren, gebruikten hier samen de seidermaaltijd, de maaltijd die voor het Joodse volk het feest van Pasen inluidt.
Er werd vrolijk gebabbeld, en naarmate de aanvankelijke spanning kleiner werd, stelden de vrouwen elkaar meer vragen:
Wat geloof jij eigenlijk?
Wat is belangrijk in jouw leven?
Vertel eens iets meer over het hoe en waarom van deze maaltijd.
Oprechte belangstelling over en weer… 

Tsja, waarom vieren we Pesach…
Het is de vraag die traditioneel ook het jongste kind aan tafel stelt aan de huisvader die het brood zal zegenen. 

Waarom vieren we Pesach?
We vieren Pesach omdat we eens slaven waren in Egypte en omdat God ons weer vrij heeft gemaakt…
Vier vragen stelt het jongste kind…
En het antwoord op elk van die vragen ontvouwt beetje bij beetje
één van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van het Joodse volk:
Wij leefden in onderdrukking,
wij waren slaven,
wij waren niets in de ogen van de farao…

Maar God…
God heeft ons klagen gehoord,
ons smeken bereikte zijn oor
en Hij heeft ons een land geschonken waar wij in vrijheid kunnen leven.

Daarom vieren wij dit feest.

Vrijheid als geschenk,
een cadeau dat je van generatie op generatie door wilt geven.

Vrijheid waarnaar gevraagd moet worden
en vrijheid die keer op keer verhaald moet blijven worden.

De uittocht van het Joodse volk uit Egypte – ruim drieduizend jaar geleden – is wezenlijk geen andere, dan de weg die onze ouders en grootouders in die bange jaren veertig zijn gegaan.

Het is de weg van vrijheid naar onderdrukking,
van gelijkheid naar slavernij.
Het is de weg waarop mensenlevens niet meer telden
en waarin een onbekommerde toekomst veranderde in een gevecht om de dag van morgen.

Het is de weg waarop de moedigsten het heft in eigen handen namen en waarop de zwakkeren de handen samenvouwden in gebed.
Die gebeden werden verhoord,
en de moed van talloze vrouwen en mannen werd beloond.

Nederland,
Nederland herwon zijn vrijheid
en nog altijd klinkt hier,
op deze plaats,
op deze heilige grond,
de echo van die maanden tussen september 1944 en mei 1945…

Oranje boven…
Leve de Willemien…

Het grote leed dat zovele anderen in ons land gedurende de oorlogsjaren had getroffen,
bleef Sterksel grotendeels bespaard.
Sterksel vierde feest…
Enkelen onder ons zullen het zich nog herinneren…
Maar dat feest was doordesemd van dankbaarheid.
Dankbaarheid voor de vrijheid die ons was terug geschonken.

Voor die vrijheid gaven honderdduizenden hun leven.
Wij staan hier vandaag te midden van 42 van hen.
We kennen hun namen,
weten hoe oud ze waren…
Toch zijn en blijven het voor ons grote onbekenden…

We weten niet hoe ze eruit zagen,
vanwaar ze kwamen,
Waren ze getrouwd?
Hadden ze kinderen?
Wat waren hun dromen?

Wat we weten is:
Onze vrijheid werd met hun bloed betaald.
Een hoge prijs
en al gauw klonk uit alle monden:

Nooit,
nooit meer oorlog.

Aan de Ten Braekeweg verscheen vlak na de oorlog een kapelletje:
Aan de Koningin van de Vrede…

De Sterkselnaren wisten niet alleen aan wie zij hun vrijheid te danken hadden,
maar er was ook een besef dat een blijvende vrijheid niet alleen van mensen afhankelijk kon zijn:
Wij waren slaven onder het Duitse juk,
maar God heeft ons bevrijd!
Hij heeft ons bevrijd door de mensen die hiervoor hun leven wilden geven.

Als wij op een dag als vandaag
aan onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen
willen uitleggen waarom
de vlaggen halfstok gaan,
waarom we een moment stil zijn met elkaar,
laat het antwoord voor wie gelovig is dan zijn:
Wij leefden vijf jaar lang in onderdrukking, maar God heeft ons bevrijd.

En voor alle anderen:
Wij leefden vijf jaar lang in onderdrukking, maar er waren mensen die hun leven wilden geven zodat wij weer vrij konden zijn.
Die vrijheid is gave en opdracht tegelijk.
Nooit in onze geschiedenis was ons land zo kleurrijk en divers,
nooit waren er zoveel culturen,
|tradities en overtuigingen binnen onze landsgrenzen vertegenwoordigd,
als in onze tijd.

Gemakkelijk is dat niet.
De ontmoeting met wat anders is,
de confrontatie met wat vreemd is,
is niet eenvoudig.

Om die ontmoeting mogelijk te maken
moet je soms je huis verbouwen,
de stoelen aan de kant,
tafels in het midden
en heel eenvoudig zeggen:
hier,
schuif aan,
eet met mij en
vertel me ondertussen wie je bent,
wat jou beweegt en wat jou gaande houdt.
Vertel me wat heilig is in jouw leven
en ik,
ik zal dat met eerbied tegemoet treden.

Wie zo de ontmoeting met andere mensen,
met vreemde tradities en culturen,
durft aan te gaan,
zet grote stappen om de droom van onze ouders en grootouders
werkelijkheid te laten worden:

Nooit meer oorlog,
nooit meer vreemdelingenhaat,
nooit meer onderdrukking,
nooit meer geweld.

Nooit meer.



Toespraak door de heer Huibert C. van Rossum 

Geachte aanwezigen, 

Namens de familie Van Rossum richt ik een paar woorden tot u. Zojuist heeft u de naam Henk van Rossum, een verzetsman, kunnen horen. Hijzelf is omgekomen in Bergen-Belsen, kort voor het einde van de tweede wereldoorlog. De datum van zijn overlijden is niet bekend, noch zijn stoffelijke resten van hem gevonden. 

Vandaag zijn hier onder andere zijn zus en zijn schoonzusaanwezig. Zelf heb ik mijn oom nooit leren kennen. Daarvoor was zijn leven te vroeg beëindigd, door zijn inzet voor een streven naar een vrij Nederland, zoals zovelen die in de bloei van hun leven voor onze vrijheid zijn gestorven. We hoeven alleen maar hier op dit oorlogskerkhof de graven te bekijken en kunnen zien hoe jong deze mensen nog waren.

Lang is onbekend gebleven of Henk van Rossum de oorlog al dan niet overleefd had. Voor zijn ouders en zijn familie waren dat moeilijke jaren, de hoop dat hij terug mocht komen bleef. De achterdeur van de boerderij van de familie Van Rossum, hier dichtbij, aan de rand van het Staatsbos, ging nooit op slot, ook ‚s nachts niet, hij kon immers toch thuiskomen. Het heeft niet zo mogen zijn, een brief met zijn overlijdensbericht maakte aan de hoop een einde. Bij een bezoek aan het voormalig concentratiekamp van mijn moeder en het gezin van mijn jongste zus werd een boek met de gevallenen aldaar overhandigd, wat de dood van Henk van Rossum aldaar nogmaals bevestigde.

Graag wil afsluiten met een lied, dat bij de familie Van Rossum thuis vaak gezongen werd en een diepe betekenis voor hen allen had. Van overlevende medegevangenen uit het concentratiekamp Bergen-Belsen werd later vernomen, dat Henk van Rossum dit lied iedere dag zong.

Wat de toekomst brengen moge
Tekst:
Jacqueline E. van der Waals

Wat de toekomst brengen moge,
Mij geleidt des Heeren hand;
moedig sla ik dus de oogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalmen moed!

Heer, ik wil Uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft gelooven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister,
als ik in Uw hemel kom!

Laat mij niet mijn lot beslissen:
zoo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
Als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behand'len,
dat alleen den weg niet vindt:
neem mijn hand in Uwe handen
en geleid mij als een kind.

Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand
loop ik met gesloten oogen
naar het onbekende land.

 

Laatst aangepast op woensdag, 06 mei 2015 16:12