Home > Nieuws > ‘Het heeft geen zin’ Dodenherdenking 2017
Mee doen?
 
Vul uw gegevens hieronder in om onze nieuwsbrief te ontvangen!
Volg ons op Facebook!
 

‘Het heeft geen zin’ Dodenherdenking 2017

 
 
‘Het heeft geen zin’ Dodenherdenking 2017
 
Geschreven door Lennard Scheepers b.g.v. Dodenherdenking Sterksel 30 apr.2017   
donderdag, 04 mei 2017 16:23

‘Het heeft geen zin’  

Vechten voor het geloof  
Of vechten voor een stuk land  
Onschuldige doden  
Geweren en kanonnen op elkaar richten

Het heeft geen zin

Ruzie maken  
Niet luisteren naar de ander
Het erger maken dan het is
Elkaar verdriet doen en pijn

Het heeft geen zin

Mensen oproepen om te haten                                                     
Discrimineren omdat ze Joods zijn
Omdat ze homo zijn
Of een andere kleur hebben                                                         
                                                                                   Zie ook Facebook en Heeze24.nl Eervolle Dodenherdenking Sterksel
Het heeft geen zin                                                         De foto's op Facebook zijn van Paul Rulkens

Bang voor een nieuwe oorlog
Om te moeten vechten
Bang voor het onbekende
Bang omdat er nieuwe mensen in je dorp komen wonen

Het heeft geen zin

Kunnen zijn wie je wil zijn
Elkaar accepteren, ook als die anders is dan jij
Ze welkom heten als ze geen huis meer hebben
Iemand helpen die het moeilijk heeft
Gewoon aardig zijn tegen iedereen

Dat heeft zin

 

Opening
Meer dan 70 miljoen mensen lieten het leven tijdens de tweede wereldoorlog, waarvan 380.000 soldaten uit het Verenigd Koninkrijk. 42 van hen liggen hier begraven. 42 mensen die streden voor vrijheid. Voor onze vrijheid. 42 mensen met een eigen verhaal, met een eigen familie.
Een van hen is David White.
Hij werd op 13 februari 1926 geboren in Clydebank, vlakbij Glasgow in Schotland. Hij had 5 broers en 3 zussen.  Na de lagere school ging hij werken voor Singer, een fabriek die van oorsprong naaimachines maakte, maar die in oorlogstijd was overgegaan op de productie van munitie. Op 6 april 1944 nam hij dienst in het Britse leger en werd hij in Engeland opgeleid. Hij diende vanaf mei bij de Seaforth Highlanders en werd na zijn opleiding naar de frontlijn in Nederland gestuurd. Slechts een kleine maand nadat hij Nederland was aangekomen, sneuvelde hij op 4 november 1944. Zijn familie kreeg te horen dat David zwaar gewond was geraakt, toen een Duits vliegtuig zijn eenheid beschoot. Hij was overgebracht naar het militair hospitaal in Sterksel en zou daar zijn overleden. De familie van David heeft contact gehad met een Nederlandse familie die nog met David gesproken zouden hebben in Sterksel. Helaas kunnen de broers van David, waarvan de meesten nog leven, zich de naam van deze Nederlandse familie niet herinneren of deze terugvinden. Op 10 april 2014 was Hugh White de eerste van de broers en zussen van David die het graf in Sterksel bezochten. Samen met zijn zoon kwam hij over uit Schotland voor dit zeer emotionele bezoek. Een andere broer, Allan, zou graag willen overkomen, maar door gezondheidsproblemen kan dat momenteel niet. Wel laat de familie sinds 2010 elk jaar bloemen op het graf van David leggen op zijn sterfdag.  

Programma Dodenherdenking Sterksel, 30 april 2017
Na de opening kwamen achtereenvolgens aan het woord: de heer Wiel Peerlings, co-auteur van diverse boeken over de tweede wereldoorlog in deze regio, pastor Thom Spit, namens de geestelijke verzorging op Kempenhaeghe, Lennard Scheepers om het prachtige gedicht voor te dragen, dat hij samen met zijn ouders heeft gemaakt. Het gedicht is getiteld: ‘Het heeft geen zin’. Vervolgens werd een witte roos gelegd bij de graven en bij het monument van Henk van Rossum. Na the Last Post volgde de  toespraak door burgemeester Paul Verhoeven en de kranslegging door burgemeester en wethouders, gevolgd door het Wilhelmus. Na één minuut stilte werden 43 duiven loslaten, ter nagedachtenis aan de 42 hier begraven militairen en aan Henk van Rossum. 

Toespraak door de heer Wiel Peerlings
Tijdens de nationale dodenherdenking gedenken we alle slachtoffers van de tweede wereldoorlog.
Heel speciaal wil uw aandacht vragen voor die  slachtoffers die zijn omgekomen door represaille maatregelen van de bezetters. 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen.
Op 12 mei 1940 (Tweede Pinksterdag) vlucht de koninklijke familie vanaf IJmuiden naar Engeland. Op 13 mei vlucht ook de Nederlandse regering naar Engeland. De Nederlandse minister president, de heer Colijn, draagt de macht over aan de opperbevelhebber van het Nederlandse leger, generaal Winkelman.
Op 13 mei 1940 wordt generaal Winkelmolen benaderd door de opperbevelhebber van het Duitse leger, met het verzoek om een capitulatieverdrag te ondertekenen, maar generaal Winkelman weigert dit. Als represaille wordt op 14 mei 1940 de stad Rotterdam gebombardeerd. Ruim 800 burgers komen hierbij om.
Op 14 mei wordt het capitulatieverdrag wederom door de bezetters aan generaal Winkelman voorgelegd ter ondertekening. Indien hij weigert om te ondertekenen, zal ook de stad Utrecht worden gebombardeerd. Om verder bloedvergieten te voorkomen heeft generaal Winkelman het capitulatieverdrag toen ondertekend.
We kennen ook het oorlogsdrama van de plaats Putten in Gelderland.
In september 1944 werd er door verzetsstrijders in Kampen sabotage gepleegd. Als represaille werden door de bezetters 659 jongens en mannen van de straat opgepakt en op transport naar Duistland gesteld. Zij werden tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Van deze groep van 659 mannen zijn er slechts 48 teruggekeerd.
We kennen ook het oorlogsdrama van Heusden, gemeente Vlijmen. In september 1944 werd er door verzetsstrijders in Heusden een Duits militair voertuig beschoten. In dit voertuig zaten twee soldaten en twee officieren. De twee soldaten en een officier waren op slag dood. Een officier overleefde de aanslag. Als represaille hebben de bezetters 130 mannen, vrouwen en kinderen van de straat opgepakt, in de kelder van het gemeentehuis opgesloten en levend verbrand.
Het oorlogsdrama van Budel-Dorplein
Op 4 september 1944 lieten verzetsstrijders in Budel-Dorplein een Duitse goederentrein ontsporen. Vier verzetsstrijders werden ter plaatse gearresteerd. Twee, de gebroeders Looijmans, doken onder in de peel, een moerasgebied op de grens van Brabant en Limburg. De namen van de gebroeders werden door een landverrader aan de bezetters doorgegeven. Als zij zich niet zouden melden, zou hal Budel-Dorplein worden doodgeschoten. De bezetters hadden al een zestigtal personen tegen de muur van de Cantine gezet. De gebroeders meldden zich en alle zes de verzetsstrijders zijn op een gruwelijke wijze om het leven gebracht. Door de voormalige gemeente Budel zijn ze alle zes geëerd met een straatnaam.  
Ook Sterksel ken zijn oorlogsdrama.
Op 8 augustus, ’s avonds om 5 uur reed een personentrein vanuit Weert richting Eindhoven. Nabij de spoorwegovergang werd de trein onder vuur genomen door Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. De trein stopte en de passagiers vluchtten het veld in. Na drie uur stopten de beschietingen en de passagiers kwamen weer tevoorschijn. 10 personen raakten gewond en vijf overleefden de beschieting niet:
- Joseph Spijkers, 10 jaar, ’s Hertogenbosch
- Aaltje van Molenaar-Koning, 40 jaar, Utrecht
- Christina Vullings-Clerx, 61 jaar, Eindhoven
- Albertus van Liempd, 20 jaar, Eindhoven
- Leonardus van den Hoogen, 16 jaar, Heerlen
In Sterksel kennen we ook het oorlogsdrama van Henk van Rossum. Henk was lid van de verzetsgroep De Koning uit Heeze. Door een Duitse deserteur werd deze groep verraden.
Op 14 mei 1944 vallen de bezetters de boerderij van de familie De Koning binnen. 13 personen worden gearresteerd. Op dezelfde dag wordt door de bezetters een inval gedaan bij de boerderij van de familie Van Rossum, maar Henk is niet thuis. De bezetters geven aan dat Henk zich moet melden. Zo niet, dan wordt vader Van Rossum gearresteerd. Op 17 juni meldt Henk zich. Hij wordt op transport gesteld naar het concentratiekamp Dachau in Duitsland. Henk is op 31 mei 1945, 26 dagen na de capitulatie van Duitsland in Bergen Belsen overleden.
Geachte aanwezigen, we gedenken vandaag alle slachtoffers van de tweede wereldoorlog. In het bijzonder gedenken wij 39 geallieerde soldaten die hier in Sterksel in het Engels militair hospitaal aan hun verwondingen zijn bezweken en hier liggen begraven. Later zijn hier nog 3 piloten bijgekomen, waaronder de 2 piloten die op 5 januari 1945 met hun brandende Mosquito neerstortten in de boomgaard van de familie van Floor van Dijk, nu de boomgaard van de familie Schrama.
Ook gedenken wij de verzetsstrijder Henk van Rossum. 43 helden die hun leven gegeven hebben voor onze vrijheid. Het mag van ons niet teveel gevraagd zijn om 1 uur per jaar stil te staan ter nagedachtenis aan deze helden. Deze helden hebben er recht op om geëerd te worden.
Graag wil ik van deze gelegenheid gebruikmaken om die mensen die in 2015 deze dodenherdenking hier weer in ere hersteld hebben en die mensen die zich hebben ingezet voor het tot stand komen van het monument ter ere van verzetsstrijder Henk van Rossum een compliment te maken.
Vrijheid. De vrijheid waar wij dagelijks van genieten vinden wij vanzelfsprekend, maar we vergeten maar al te vlug dat de vrijheid waarvan wij dagelijks genieten, 56 miljoen mensen het leven heeft gekost.
Vrijheid kun je vergelijken met gezondheid. Wat gezondheid betekent besef je pas als je ernstig ziek bent geweest. Wat vrijheid is besef je pas als je oorlog en onderdrukking hebt meegemaakt.
Ik wens u allen een zinvolle dodenherdenking toe.                       

Toespraak door pastor Thom Spit

Eigenlijk had hier vanmorgen een ander moeten staan,
een van de geestelijk verzorgers van Kempenhaghe;
beiden waren echter verhinderd
en daarom mag ik hier nu staan.
Ook ik was jarenlang werkzaam
bij mensen met een verstandelijke beperking,
een groepering die in de oorlogsjaren niet paste
in de ideologie van het Naziregime en voor wie
de zogenaamde ‘euthanasieprogramma’s’ werden ontwikkeld.
 
Dat we juist hier op deze plek staan vanmorgen om te gedenken
is goed en betekenisvol;
immers, tussen oktober en december 1944
stierven er 42 Britse soldaten
in het toen als ziekenhuis ingerichte Providentia;
ze liggen hier begraven
en hun graven houden we in ere;
stuk voor stuk jonge mannen – kijk maar naar hun leeftijd -,
hun toekomst nog vóór zich.
En ook staat hier het monument van Henk van Rossum,
via Haaren en Dachau uiteindelijk in Bergen-Belsen overleden.

Zij, alle 43, samen met die talloos vele anderen,
gestorven voor onze vrijheid…

Vrijheid…

‘Geef vrijheid door’ is tot 2020 het hoofdthema ,
ons aangereikt door het comité 4 en 5 mei;
en dit jaar is daarnaast het subthema
‘de kracht van het persoonlijke verhaal’.

Maar wat doe ík dan hier, babyboomer, geboren in 1946?
Wat heb ik te vertellen aan persoonlijke verhalen?

Mijn eerste herinneringen aan de oorlog gaan terug
naar toe ik zo’n jaar of 8 was.
Ik was bij de welpen;
en elk jaar op 4 mei waren we present bij de dodenherdenking;
het was er plechtig, ingetogen en stil;
2 minuten doodstil, en daarna het Wilhelmus,
muzikaal ondersteund door de harmonie.
In die jaren ook besefte ik voor het eerst
dat mijn vader nooit over ‘Duitsers’ sprak
maar in plaats daarvan een woord gebruikte wat ik enkel kende
als dingen voor op de fiets, waar je je handen in kon stoppen wanneer het koud was.

Vaak ook hoorde ik het verhaal over de man van moeke Janssen
die bij ons in de buurt woonde
en die één dag voor de bevrijding van ons dorp
door een Duitse soldaat werd doodgeschoten.
Verkeerd moment, verkeerde plaats, zouden wij nu zeggen.

In de jaren daarna kwamen er meer verhalen, en beelden ook,
en langzaam maar zeker heb ik leren begrijpen
hoe het is en wat het betekent
wanneer de ene mens de andere mens,
het ene volk het andere volk
onderdrukt, kleineert, haat, als minderwaardig beschouwt,
ja zelfs het leven beneemt.
Endlösung. Genocide.
Dat kan niet en dat mag niet. Nooit!

En daarom moeten we blijven gedenken.
En daarom moeten die verhalen verteld worden, tot op vandaag.
En daarom zijn deze meidagen daarvoor zo bijzonder geschikt.

Toen mijn kinderen wat groter werden, nam ik ze mee
naar de dodenherdenking in het dorp waar wij toen woonden.
En ik hoop dat ook zij, wanneer hún kinderen wat groter zijn,
hen ook weer meenemen naar de herdenking;
hen de verhalen vertellen en
hen laten ervaren wat het is om in vrijheid te mogen leven,
en dat dat allemaal niet zo maar vanzelfsprekend is.
Omdat er altijd, waar ter wereld ook, mensen en volkeren zullen zijn die menen méér en beter te zijn dan anderen…

Vorig jaar, op 3 april, overleed Jules Schelvis, 95 jaar oud.
Een tengere en broze man, maar sterk van geest, tot aan zijn dood.
Hij overleefde zeven concentratie- en vernietigingskampen.
Hij beschouwde het als zijn duurzame plicht
om het verhaal door te vertellen,
stelde een groot deel van zijn leven daarvan in dienst.

Ik wil u wel bekennen dat ik met tranen in de ogen gekeken heb
naar het programma ‘Er reed een trein naar Sobibor’,
waarin hij zijn verhaal vertelde.
En, wanneer u het mij toestaat,
ik raad ook u aan ook zélf daarnaar nog eens te kijken;
via Google gemakkelijk terug te  vinden.

‘Ik heb vertrouwen in de mensheid gehouden’,
zei Jules Schelvis in een interview.
En ook: Ik hoop dat wij onze verhalen doorgeven aan onze kinderen, opdat die verhalen niet vergeten worden..’

Schelvis zei ook: ‘We moeten de oorlog als waarschuwing in herinnering houden’.

Ook nu nog worden dagelijks mensenrechten geschonden,
overal ter wereld.
Miljoenen op de vlucht voor geweld, vervolging en oorlog..
Mogen wij ons afsluiten voor hun lot?
Is hun vrijheid en recht op een menswaardig leven ook ónze zorg
of geven wij alleen om onze eigen vrijheid?
Het zijn vragen die ons tóen bezighielden
en waar we ook nú, vandaag de dag, mee worstelen.
Om antwoorden te vinden op dit soort lastige vragen
moeten we blijven kijken naar ons verleden.
Als we daar één ding van kunnen leren,
is dat strengere regels en hogere hekken
meestal niet de oplossing zijn.
 
We zien vrijwel dagelijks beelden op de televisie:
overvolle vluchtelingenkampen, gevolgen van geweld,
dood en verwoesting.
Parijs, Brussel, Nice en Berlijn,
Het komt allemaal angstwekkend dichtbij.

Logisch en begrijpelijk dat we ons zorgen maken
over wat er aan het gebeuren is in de wereld om ons heen.
Hoe moeten we met dit alles omgaan?
Nu onze vrije samenleving niet meer zo vanzelfsprekend lijkt,
komt het er op aan om te laten zien waar we samen voor staan. Juist nu onze vrijheid op de proef wordt gesteld,
zouden we er bewuster mee om moeten gaan.

En laten we ons toch vooral niet laten meeslepen
door agressie en haat.
Want dan  worden we een samenleving
die beheerst wordt door angst en wantrouwen.

Onze vrije samenleving van nu vereist moed.
Moed om elkaar te blijven respecteren,
naar elkaar te blijven luisteren
en samen een weg te vinden in deze woelige tijden.

Nu moeten we laten zien
dat we waarde hechten aan onze vrijheid en democratie
en vooral dat we niet bang zijn.
Dat was de boodschap
van de vele duizenden Belgen en Fransen en Duitsers
die de straat opgingen na de afschuwelijke aanslagen in hun land. Onze vrijheid is een groot goed.
Voor die vrijheid is hard gevochten en zijn veel offers gebracht! Tijdens de tweede Wereldoorlog én daarna.
Het maakt dat we nu leven in een land waar je vrij bent;
vrij om te zeggen wat je denkt,
vrij om te geloven wat je wilt
vrij om te zijn wie je bent.
En juist dat zijn in feite de basisrechten van de mens.

De basisrechten van iedere mens,
wie hij ook is, vanwaar hij ook kwam of komt.

We moeten blijven vertrouwen
op de waarden van onze samenleving
en met elkaar in gesprek blijven
over hoe ieders vrijheid zo goed  mogelijk beschermd is.
Het behoud van onze vrijheid ligt in het afwijzen van haat en het vasthouden aan de principes van onze democratische rechtsstaat.
Wanneer de vrijheid op de proef wordt gesteld,
moeten we haar juist sterker koesteren.
Het is immers juist die vrijheid waarvoor zo hard is gevochten.

Straks leggen kinderen een witte roos bij hen die vielen
en worden er duiven losgelaten.
We gedenken hen die gevallen zijn,
we vieren dat we vrij zijn.

Wanneer er straks geen ooggetuigen meer zijn,
die de tweede wereldbrand nog zelf hebben meegemaakt,
dan hoop ik dat dat alle ons nu ter beschikking staande
beelden, documenten en geschriften
SPREKEND zullen blijven.
Maar laten wij, zolang we kunnen,
onze eigen verhalen blijven vertellen:
aan elkaar,
maar toch ook vooral aan onze kinderen en kleinkinderen.
Verhalen van knechting maar vooral van wederopstanding,
van dood maar vooral van leven,
van geen hoop en uitzicht, maar vooral van kracht en nieuw begin…

Immers: GEEF VRIJHEID DOOR,
en laten we hopen dat we dat kunnen blijven doen,
nog tot in lengte van jaren…

Laatst aangepast op vrijdag, 05 mei 2017 14:15