Home > Nieuws > 9 sept. opening van de Huiskamer van Sterksel. Welkom!
Mee doen?
 
Vul uw gegevens hieronder in om onze nieuwsbrief te ontvangen!
Volg ons op Facebook!
 

9 sept. opening van de Huiskamer van Sterksel. Welkom!

 
 
9 sept. opening van de Huiskamer van Sterksel. Welkom!
 
Geschreven door Redactie   
zaterdag, 28 augustus 2021 08:32

.  Donderdag 9 september opent De Huiskamer van Sterksel. Bekijk de uitnodiging.

STERKSEL LAAT VAN ZICH HOREN

Er zijn 49 zienswijzen ingediend bij de provincie in het kader van de MER, de milieueffectrapportage over de regionale energiestrategie, de RES, in de Metropool Regio Eindhoven (MRE). En maar liefst 12 van de 49 zienswijzen zijn ingediend vanuit Sterksel. Terwijl daar nergens een oproep voor geplaatst is. Dat is een duidelijk signaal dat het probleem hier leeft. Lees verder….

Zou het komen doordat de inwoners van Sterksel vaak met hun neus op de feiten van de bruine bijwerking van het ‘groene gas’ van Poort 43 worden gedrukt? Zijn de inwoners van Sterksel zich daardoor bewuster van hun leefomgeving en de risico’s die er kunnen kleven aan groene energie? Of komt het gewoon door de kaartjes waarop je ziet dat je aan alle kanten omringd bent met zoekgebieden voor windmolens en zonneparken? Het groen gas en de overlast van mest ervan worden in ieder geval herhaaldelijk genoemd in de vele zienswijzen die zijn ingebracht. Maar de meeste bezwaren richten zich tegen de plaatsing van grote windmolens.

De 12 zienswijzen uit de omgeving van Sterksel zijn ingediend door de dorpsraad Sterksel, drie bedrijven en door individuele inwoners of door een groep van inwoners, zoals de aanwonenden van de Vlaamseweg. Argumenten, die vaak terugkomen, zijn:

- onvoldoende communicatie naar inwoners, overdosis informatie op de site van de MRE

- als inwoners, als landeigenaar niet betrokken

- hinder en overlast voor mens en dier

- negatieve gezondheidseffecten voor omwonenden (vooral geluid)

- aantasting van onze leefomgeving, uitzicht en landschap

- bedreiging van flora (bij zonneparken) en fauna (bij zonneparken en windmolens)

- aantasting natuur, ecologische waarden, recreatieve waarde

- veiligheidsrisico’s , o.a. vallend ijs van wieken

- smet op ons onroerend goed

- nadelen voor bedrijfsvoering, schade economisch belang

- gebrek aan innovatie, ruimte voor alternatieven en proeftuinen

- stimuleer opwek op daken, hoge gebouwen, industrieterreinen

- onderzoek opwek bij infrastructuur, langs de snelwegen

- waarom wordt groen gas niet meegerekend als groene energie

 

De provincie weerlegt met veel knip en plakwerk van steeds dezelfde teksten, nagenoeg alle ingebrachte argumenten. Bij deze beantwoording wordt vaak gewezen naar de gemeente, het betreft dan de communicatie. Bovendien is het natuurlijk allemaal nog niet definitief. Maar de uitkomst in de laatste kolom van de antwoorden laat aan duidelijkheid niets te wensen over: uit álle honderden ingebrachte argumenten, worden 7 aanbevelingen meegenomen in het vervolgproces plus een klein aantal aanbevelingen die kunnen leiden tot meer begrip en draagvlak.

De 12 zienswijzen die ingediend zijn vanuit Sterksel, mét de reactie van de provincie daarop, vindt u in de bijlage hieronder.

 

Het compleet overzicht van alle zienswijzen kunt u vinden via deze link: https://drive.google.com/file/d/1N2_HrKoWvaPZxEwya20iFZMfCGpZ_uJZ/view?usp=sharing.

 

namens de projectgroep omgevingsvisie & energietransitie van de dorpsraad Sterksel

Frank van den Dungen

 


Nota van Beantwoording zienswijzen op

PlanMER Metropool Regio Eindhoven

6 augustus 2021

Elke zienswijze is op de hiernavolgende pagina’s in drie kolommen verdeeld:

De linkerkolom bevat de samengevatte zienswijze, verdeeld in onderdelen waar mogelijk.

De middelste kolom bevat een reactie op het betreffende onderdeel.

De rechterkolom geeft aan in hoeverre het onderdeel een aanbeveling bevat die wordt meegenomen

in het vervolgproces. Het Z-nummer linksboven verwijst naar de code van de indiener.

 

Z2

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4906428 - 4906427

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

De indiener stelt dat zijn/haar objecten aan de Vlaamseweg te Sterksel midden tussen de aangewezen zoekgebieden genoemd in de RES, als potentiële locaties voor grootschalige opwekking van wind en zonne-energie. Hoewel in de MER geen definitieve keuzes zijn gemaakt, leiden wij wel af dat de genoemde zoekgebieden in onze directe omgeving als zeer geschikt worden gekwalificeerd, blijkens de beoordeling van de zoekgebieden. De indiener vreest een ernstige aantasting van onze leefomgeving, overlast en negatieve gezondheidseffecten.

Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Voor windenergie zijn er, naar aanleiding van een belemmeringenstudie, lijnopstellingen indicatief ingetekend. Voor zonne-energie hanteert het MER een methode waarbij de draagkracht van een gebied kan worden berekend. De methode heeft het aantal hectare zonneparken binnen een bepaald landschapstype berekend. De locaties van de zonneparken zijn daarbij niet weergegeven of vastgesteld. Op welke locaties wind- of zonneparken kunnen of moeten worden gerealiseerd, staat nog niet vast. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt.

Nee

De indiener is van mening dat het MER een veel te beperkte opzet en omvang heeft om het milieubelang daadwerkelijk een volwaardige plek te geven in het besluitvormingsproces over de RES. Alleen de effecten van grootschalige zonne- en windparken is onderzocht, er is geen onderzoek gedaan naar daadwerkelijke effecten op het gebied van gezondheid, natuur en ecologie. Daarnaast zouden we van het innovatieve karakter van de MRE regio verwachten dat de opdracht tot onderzoek meer zou behelzen dan alleen het onderzoek naar traditionele wind en zonne-energie. Het meenemen van innovatieve technieken mag niet ontbreken, net als bijvoorbeeld de nog onbenutte mogelijkheden op daken van gebouwen.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan.

De reikwijdte van het MER beperkt zich inderdaad tot grootschalige zonne- en windenergie, zoals van tevoren bepaald en gepubliceerd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, in totaal 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren. Zij kiezen hierbij voor zon en wind, omdat dit bewezen technieken zijn voor grootschalige opwek van duurzame energie. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het bod per RES-regio voor 2030. Nieuwe technieken zijn wel relevant voor de periode daarna. De RES wordt elke twee jaar herzien, waarbij bekeken wordt welke technologieën we dan kunnen meenemen. We werken hierin nauw samen met Brainport Development.

 

Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, en is een van de thema's die verder uitgewerkt moet worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.

De indiener stelt dat er steeds meer onderzoeken zijn die duiden dat de gezondheidseffecten veel groter zijn en zich op grotere afstand kunnen voordoen dan waarmee in de Nederlandse normstelling en jurisprudentie rekening wordt gehouden. Het MER onderzoek had aangegrepen kunnen worden om meer onderzoek te doen, of in ieder geval de aangekondigde onderzoeken van RIVM en GGD af te wachten en te integreren. Dat vergroot onze vrees voor ernstige hinder, gezondheidsklachten en aantasting van onze leefomgeving.

De provincie en de MRE zijn van mening dat juist door het hanteren van twee vuistregelafstanden (500 en 1000 meter) in de effectbeoordeling, boven op de minimumafstand van 400m, het milieueffect van geluid en slagschaduw goed en passend bij het detailniveau van het planMER is meegewogen.

Nee

Het zoekgebied ligt mídden tussen en deels in de natuurgebieden Grote Heide en Strabrechtse Heide & de Plateau's, en de Strabrechtse Heide 8í Beuven. Onze gemeente wordt gekwalificeerd als de groene long van de MRE. De directe omgeving van onze straat is een verblijfsgebied voor uilen, vleermuizen, patrijzen, bijzondere en zeldzame vogels, groot en klein wild en inheemse, zeldzame

flora. De inschatting van het effect op de flora en fauna is gemaakt op basis van een afstandscriterium en zegt daarmee niets over daadwerkelijke effecten. Een nauwkeurig onderzoek ontbreekt, ook op het gebied van geluid en slaghinder.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan.

Nee

In Sterksel is al hinder en overlast van alternatieve energieopwekking, hier staat de grootste mestvergister van Europa. Deze produceert elk jaar 3000 kubieke meter groen gas per uur. Daarmee levert onze gemeente al een substantiële bijdrage en wordt de gemeenschap van Sterksel geconfronteerd met aanzienlijke geuroverlast. Dit had in het MER meegenomen moeten worden, dat is ten onrechte niet gebeurd.

De milieueffecten van een mestvergister zijn van een andere aard dan die van grootschalige zonne- en windparken en cumuleren daarmee niet.

Het beoordelen van de daadwerkelijke effecten past niet bij het detailniveau van het planMER en dient in een later stadium te gebeuren, hetzij ter onderbouwing van gemeentelijk beleid, hetzij ten behoeve van een concreet project.

Nee

Als betrokken burgers zijn we verbaasd over een aantal zaken:

» We zijn niet betrokken bij de keuze van de zoekgebieden, terwijl blijkt dat commerciële partijen betrokken grondeigenaren al benaderd hebben. Dat suggereert dat er keuzes gemaakt gaan worden buiten ons, als betrokken burgers, om. Dat is niet het juiste proces als het gaat om burgerparticipatie.

« Tijdens het proces van de publicatie en toelichting van de MER rapportage, werd gesproken over financiële participatie en daarbij behorend financieel voordeel voor individuen die niet in het zoekgebied wonen of ondernemen. Wij begrijpen niet dat in deze fase, in het kader van milieueffecten, gesproken wordt over financieel gewin voor individuen die niet negatief belast worden door de keuze van de

De provincie en de MRE danken indiener voor het uiten van de zorgen. Echter, maakt het MER geen definitieve keuzes.

Milieueffectrapportage (planMER)

Met de milieueffectrapportage (planMER) onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. Met zorgvuldig onderzoek kunnen de gemeenten tot een weloverwogen keuze komen waarin alle belangen worden meegenomen.

zoekgebieden. We hopen ten zeerste dat het belang van deze individuen niet meeweegt in de afweging van de milieueffecten.

Het feit dat onze directe leefomgeving in het zoekgebied ligt heeft bij ons voor veel onrust gezorgd. We maken ons zorgen over het feit dat er al een smet ligt op ons gebied door deze publicatie, met financiële en emotionele gevolgen van dien.

Het vervolgproces ziet er als volgt uit:

Aan het einde van het jaar stellen de gemeenteraden, de provincie en waterschappen de RES 1.0 vast, inclusief zoekgebieden. Hierna volgt het proces van iedere betreffende gemeente om de zoekgebieden een plek te geven binnen het omgevingsbeleid. Een belangrijk onderdeel van dit proces is lokale participatie. Daarna volgt het traject van ontwikkeling van projecten en benodigde vergunningen. Inwoners/belanghebbenden kunnen een rol vervullen op de volgende punten:

Via het politieke spoor om aandacht te vragen voor bepaalde standpunten

Via het spoor van meedenken bij de totstandkoming van visies, plannen en beleid

Via het spoor van bezwaar en inspraak (eventueel gevolgd door een beroep) op plannen (omgevingsplan, omgevingsvergunning)

Hiernaast is er een vijfde mogelijkheid om als inwoner inbreng te hebben in het proces. U kunt ook (financieel) deelnemen aan een duurzaam energieproject in uw lokale omgeving. Dat kan soms door lid te worden van (of actief te worden in) een energiecoöperatie. Als u financieel investeert, heeft u naast het ondersteunen van de ontwikkelingen en zeggenschap in het project ook mogelijkheid om rendement te verdienen op uw inleg. In de RES is een model voor lokaal eigendom van zonne- en windparken opgenomen, wat leidt tot grotere betrokkenheid van de inwoners.

Parallel aan de RES lopen de trajecten van gemeenten. Sommige gemeenten zijn al bezig met beleid en projecten voor grootschalige opwek. Belangrijk: hoewel er regionaal wordt samengewerkt, blijven gemeenten over eigen grondgebied gaan.

Op basis van het bovenstaande menen wij dat het MER geen deugdelijke basis vormt om keuzes goed te kunnen beoordelen en afwegen. Wij vrezen dan ook dat op basis van de te globale MER definitieve keuzes gemaakt gaan worden waar wij geen invloed op hebben, met verregaande negatieve gevolgen voor onze leefomgeving, onze financiële positie en onze gezondheid.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan. Als bij nader inzien blijkt dat bij een plan niet aan de wettelijke milieunormen kan worden voldaan zal geen windpark gerealiseerd worden.

Nee


Z8

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4906383

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

De indiener stelt dat zijn/haar object midden tussen de aangewezen zoekgebieden genoemd in de RES, als potentiële locaties voor grootschalige opwekking van wind en zonne-energie. Hoewel in de MER geen keuzes zijn gemaakt, leiden wij wel af dat de genoemde zoekgebieden in onze directe omgeving als zeer geschikt worden gekwalificeerd, blijkens de beoordeling van de zoekgebieden. Wij vrezen een ernstige aantasting van onze leefomgeving, overlast en negatieve gezondheidseffecten.

Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Voor windenergie zijn er, naar aanleiding van een belemmeringenstudie, lijnopstellingen indicatief ingetekend. Voor zonne-energie hanteert het MER een methode waarbij de draagkracht van een gebied kan worden berekend. De methode heeft het aantal hectare zonneparken binnen een bepaald landschapstype berekend. De locaties van de zonneparken zijn daarbij niet weergegeven of vastgesteld. Op welke locaties wind- of zonneparken kunnen of moeten worden gerealiseerd, staat nog niet vast. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt.

Nee

De indiener is van mening dat het MER een veel te beperkte opzet en omvang heeft om het milieubelang daadwerkelijk een volwaardige plek te geven in het besluitvormingsproces over de RES. Alleen de effecten van grootschalige zonne- en windparken is onderzocht, er is geen onderzoek gedaan naar daadwerkelijke effecten op het gebied van gezondheid, natuur en ecologie. Daarnaast zouden we van het innovatieve karakter van de MRE regio verwachten dat de opdracht tot onderzoek meer zou behelzen dan alleen het onderzoek naar traditionele wind en zonne-energie. Het meenemen van innovatieve technieken mogen niet ontbreken, net als bijvoorbeeld de nog onbenutte mogelijkheden op daken van gebouwen.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan.

De reikwijdte van het MER beperkt zich inderdaad tot grootschalige zonne- en windenergie, zoals van tevoren bepaald en gepubliceerd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, in totaal 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren. Zij kiezen hierbij voor zon en wind, omdat dit bewezen technieken zijn voor grootschalige opwek van duurzame energie. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het bod per RESregio voor 2030. Nieuwe technieken zijn wel relevant voor de periode daarna. De RES wordt elke twee jaar herzien, waarbij bekeken wordt welke technologieën we dan kunnen meenemen. We werken hierin nauw samen met Brainport Development. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, en is een van de thema's die verder uitgewerkt moet worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.

 

De indiener stelt niet te zijn betrokken bij de keuze van de zoekgebieden, terwijl blijkt dat commerciële partijen betrokken grondeigenaren al benaderd hebben. Dat suggereert dat er keuzes zijn gemaakt buiten ons, als betrokken burgers, om. Dat is niet het juiste proces als het gaat om burgerparticipatie. We hebben per toeval vernomen dat de MER ter inzage ligt, het feit dat ons object in het zoekgebied ligt heeft bij ons veel onrust gezorgd. We maken ons zorgen over het feit dat er al een smet ligt op ons gebied door deze publicatie, met financiële en emotionele gevolgen van dien.

De ontwikkeling van een regionale energiestrategie (RES) gaat niet over één nacht ijs. Stapsgewijs geven we invulling aan onze ambitie. Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van de RES en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huis-aanhuisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven. We realiseren ons dat we niet iedereen hebben kunnen bereiken. Onze boodschap aan iedereen is: praat erover en doe mee. Uiteindelijk zijn we met elkaar verantwoordelijk voor de RES.

Participatie bij projecten

Elk project is maatwerk, waarbij we onderzoeken wat er past in de omgeving. De Regionale Energiestrategie biedt hiervoor kader, maar de invulling van participatie verschilt per gemeente.

Voor projecten zijn er drie vormen van burgerparticipatie.

Procesparticipatie: inwoners leveren input over een project. Bijvoorbeeld in de vorm van een klankbordgroep. Inwoners denken mee, maar zijn geen eigenaar.

Financiële participatie: door middel van financiële participatie worden inwoners (mede)eigenaar van een project. Er zijn verschillende vormen van eigenaarschap.

Sociale participatie: met fondswerking kunnen indirecte winsten van het project teruggebracht worden in lokaal maatschappelijke projecten.

Gemeenten en ontwikkelaars hebben zelf in de hand welke vorm van participatie ze meenemen in een project.

Daarnaast verbaast het de indiener dat dat in het proces van de publicatie en toelichting van de MER rapportage, gesproken wordt over financiële participatie en daarbij behorend financieel voordeel door individuen. De indiener begrijpt niet dat in deze fase, in het kader van milieueffecten, gesproken wordt over financieel

Met de milieueffectrapportage onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de conceptRES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving,

 

gewin voor individuen die niet negatief belast worden door de keuze van de zoekgebieden. De indiener hoopt ten zeerste dat het belang van deze individuen niet meeweegt in de afweging van de milieu-effecten. Er zijn steeds meer onderzoeken die duiden dat de gezondheid-effecten veel groter zijn en zich op grotere afstand kunnen voordoen dan waarmee in de Nederlandse normstelling en jurisprudentie rekening wordt gehouden. Het MER onderzoek had aangegrepen kunnen worden om meer onderzoek te doen, of in ieder geval de aangekondigde onderzoeken van RIVM en GGD af te wachten en te integreren. Dat vergroot de vrees van de indiener voor ernstige hinder, gezondheidsklachten en aantasting van onze leefomgeving.

landschap en ecologie. Met zorgvuldig onderzoek kunnen de gemeenten tot een weloverwogen keuze komen waarin alle belangen worden meegenomen.

Het financieel belang van individuen wordt niet meegewogen in het planMER. Tijdens de informatiebijeenkomsten over het planMER werd aanvullend een beeld geschetst van mogelijkheden voor participatie en inspraak. Een manier van participatie is financiële deelname. Het streven vanuit het Rijk is 50% lokaal eigendom bij projecten waarbij grootschalig energie wordt opgewekt. We streven als regio naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. We gaan uit van lokaal maatwerk op het niveau van individuele projecten.

De indiener stelt dat het zoekgebied midden tussen en deels in de natuurgebieden Grote Heide en Strabrechtse Heide & de Plateau's, en de Strabrechtse Heide & Beuven ligt. Onze gemeente wordt gekwalificeerd als de groene long van de MRE. Het object van de indiener is een verblijfsgebied voor uilen, vleermuizen, patrijzen, bijzondere en zeldzame vogels, groot en klein wild en inheemse, zeldzame flora. De inschatting van het effect op de flora en fauna is gemaakt op basis van een afstandscriterium en zegt daarmee niets over daadwerkelijke effecten. Een nauwkeurig onderzoek ontbreekt, ook op het gebied van geluid en slaghinder. In Sterksel is al hinder en overlast van alternatieve energieopwekking, hier staat de grootste mestvergister van Europa. Deze produceert elk jaar 3000 kubieke meter groen gas per uur. Daarmee levert de gemeente al een substantiële bijdrage en wordt de gemeenschap van Sterksel geconfronteerd met aanzienlijke geuroverlast. Dit had in het MER meegenomen moeten worden, dat is ten onrechte niet gebeurd.

De milieueffecten van een mestvergister zijn van een andere aard dan die van grootschalige zonne- en windparken en cumuleren daarmee niet.

Het beoordelen van de daadwerkelijke effecten past niet bij het detailniveau van het planMER en dient in een later stadium te gebeuren, hetzij ter onderbouwing van gemeentelijk beleid, hetzij ten behoeve van een concreet project.

Nee

Op basis van het bovenstaande meent de indiener dat het MER geen deugdelijke basis vormt om keuzes goed te kunnen beoordelen en afwegen. De indiener vreest dan ook dat op basis van de te globale MER definitieve keuzes gemaakt gaan worden waar wij geen invloed op hebben, met verregaande negatieve gevolgen voor onze leefomgeving, onze financiële positie en onze gezondheid.

Provincie en MRE hebben begrip voor zorgen die er bij inwoners kunnen leven over de ontwikkeling van grootschalige hernieuwbare energie in de omgeving. Ze zijn het echter oneens met de suggestie van de indiener dat het MER geen deugdelijke basis vormt en te globaal is.

Het planMER is opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio en beschrijft de milieueffecten op objectieve en reproduceerbare wijze. Het rapport verschaft inzicht in de milieueffecten van grootschalige zonne-en windparken binnen alle zoekgebieden in de regio. Op deze manier wordt de regio ondersteund bij het maken van verantwoorde locatiekeuzes.

Nee

De daadwerkelijke selectie van zoekgebieden voor grootschalige opwek door zon en wind vindt in een later stadium plaats. Wanneer dit heeft plaatsgevonden zullen de betreffende locaties met een hoger detailniveau moeten worden onderzocht, voordat er kan worden overgegaan tot de bouw van een windpark of zonnepark.


Z17

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4907058

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

The submitter thinks it is unfair to put windmills around the area of Sterksel for the following reasons; we lived in Eindhoven before, we liked to be in the city close to everything (including our work) but the noise and the landscape were the reasons we decided to move to Sterksel, an area known for its greenery, quietness and the beautiful nature from birds and animals.

In addition to that, we (and almost all neighbors around us) all have invested a lot to help the environment; by for example filling the roof with as many solar panels as we can, adding heat pumps, and even installing the more expensive douche heads that use less water!

Taking into account all the trade-offs we made to come and live in Sterksel and to preserve the environment, we found it unfair that the government decided to place 225 meters high noisy windmills close to us.

No decision has yet been made with regards to the location of new wind farms. This Environmental Impact Assessment offers insight into the potential effects of large scale wind and solar farms in an objective fashion.

Nee

Regardless of all the shiny advertisements manufacturers say about their windmills, everyone knows that they do produce constant noise, they do affect the animals, and at 225 meters height, the beautiful landscape is gone.

The MRE and the province of Noord Brabant understand the submitter’s concerns. Nuisance caused by noise from wind turbines cannot be completely ruled out. The noise standards are included in Article 3.14a of the 'Activiteitenbesluit Milieubeheer'. This stipulates that the noise of one or more wind turbines must comply with the standard of no more than 47 dB Lden and the standard of no more than 41 dB Lnight on the facade of noise-sensitive buildings (for example houses). In the case of a specific wind project, it will be necessary to demonstrate that the noise standards can be met by means of an acoustic research.

Wind turbines can visually affect the landscape. In the case of a specific project, to affect the landscape as little as possible, often a wind farm is fitted in in such a way that it matches the landscape structures at macro level as much as possible.

Nee

It is especially unfair since we are not going to be benefiting from those mills as our houses are almost completely energy neutral, but the electricity will be transferred to

In the RES 1.0 no agreements are made regarding the distribution of benefits and burdens. As a region, we strive for maximum local participation

168

the big cities where, if the mills are to be placed there, the additional noise will not be even noticeable.

and maximum local utilization of the benefits. Local ownership generates money for society and can also lead to greater involvement of people in local projects, acceptance of energy projects and greater community spirit. Each municipality will have different views on the role the municipality wishes to play. The trade-off between return and risk for society can have a different outcome for every project and local situation. We therefore want to provide municipalities with basic information and guidelines, so they can make their own assessment.

The submitter hopes that there will be a re-evaluation of the positioning on the mills, high ways and sea are the most suitable places for windmills in our opinion and not above small neighborhoods surrounded by greenery and beautiful nature.

Provincie Noord-Brabant and the Metropoolregio Eindhoven thank the submitter for their contribution.

Nee

169

Z25

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4907334

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

Indiener leest in MER dat zijn grond ingedeeld is om als zonneweide te kunnen gaan dienen. (Peelven in Sterksel) Indiener is daar niet van gediend. Tevens hoeft indiener geen windmolens in achtertuin.

Grootschalige opwek kan alleen gerealiseerd worden met medewerking van de grondeigenaar.

Nee

Indiener stelt voor dat de gebruiker wat meer mag bijdragen. In Eindhoven zelf gebeurt er zo'n beetje niks, terwijl dat volgens indiener de grootgebruikers zijn. Op de hogere gebouwen zal volgens indiener windenergie op te wekken moeten zijn. Heel veel huizen hebben volgens indiener slechts een deel van hun dak bedekt met zonnepanelen. Indiener vindt dat er te weinig tegenover staat wanneer een woning meer opbrengt dan dat het verbruikt. Een eigenaar is volgens indiener een dief van eigen portemonnee wanneer er teveel panelen worden geïnstalleerd. Indiener geeft aan te begrijpen dat er subsidies worden vergeven bij zonneweides en vraagt zich af of het niet beter is als daken van huizen beter benut worden.

De MRE dankt indiener voor diens bijdrage.

De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor besparen en duurzaam opwekken. In de conceptRES hebben we een bod gedaan van 2 TWh. In deze RES 1.0 hebben we de invulling daarvan concreter gemaakt. Met meer zekerheid kunnen we dit bod, maar ook de andere onderdelen, nu onderbouwen. Het verbruik aan elektriciteit en warmte, opwek van duurzame energie en de distributie daarvan beschouwen we in samenhang. Energiebesparing is cruciaal in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken.

Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. De energiestrategie is tenslotte een dynamisch proces dat permanent in verandering is. Veranderende omstandigheden, nieuwe technologieën, nieuwe en andere stakeholders hebben invloed op het proces.


Z26

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4906965

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

Indiener geeft als inwoner van Sterksel aan geen windmolens te wensen. Deze verstoren het uitzicht en de rust in de omgeving van de indiener.

Ter kennisgeving aangenomen.

Nee


Z27

Naam instantie/indiener:

McSweeneys – 4907050 - 4907049

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

De indiener stelt dat er geen draagkracht in de wijk Kloostervelden is om een windmolens te plaatsen. Dit is een nieuwe wijk en we hebben hier gebouwd om in de rust en ruimte met groen te wonen. Indien de molens hier geplaatst worden is te dicht op de woningen met geluidsoverlast. Mensen hebben dit volgens indiener al aangegeven te gaan verhuizen als ze geplaatst worden hier.

We vinden het spijtig om te horen dat mensen overwegen te verhuizen bij de realisatie van windturbines nabij Sterksel/Kloostervelden. Er is echter nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten worden gerealiseerd. Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Eventuele concrete projecten zullen altijd nog aan nader onderzoek onderworpen worden. Daarnaast is de Nederlandse normering voor geluid streng en beschermt deze voldoende tegen hinder van windturbines. In het geluidsonderzoek bij een vergunningaanvraag moet een initiatiefnemer aantonen te voldoen aan de normen.

Milieueffectrapportage (planMER)

Met de milieueffectrapportage (planMER) onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. Met zorgvuldig onderzoek kunnen de gemeenten tot een weloverwogen keuze komen waarin alle belangen worden meegenomen.

Het vervolgproces ziet er als volgt uit:

Aan het einde van het jaar stellen de gemeenteraden, de provincie en waterschappen de RES 1.0 vast, inclusief zoekgebieden. Hierna volgt het proces van iedere betreffende gemeente om de zoekgebieden een plek te geven binnen het omgevingsbeleid. Een belangrijk onderdeel van dit proces is lokale participatie. Daarna volgt het traject van ontwikkeling van projecten en benodigde vergunningen. Inwoners/belanghebbenden kunnen een rol vervullen op de volgende punten:

 Via het politieke spoor om aandacht te vragen voor bepaalde standpunten

Nee

 

Via het spoor van meedenken bij de totstandkoming van visies, plannen en beleid

Via het spoor van bezwaar en inspraak (eventueel gevolgd door een beroep) op plannen (omgevingsplan, omgevingsvergunning)

Hiernaast is er een vijfde mogelijkheid om als inwoner inbreng te hebben in het proces. U kunt ook (financieel) deelnemen aan een duurzaam energieproject in uw lokale omgeving. Dat kan soms door lid te worden van (of actief te worden in) een energiecoöperatie. Als u financieel investeert, heeft u naast het ondersteunen van de ontwikkelingen en zeggenschap in het project ook mogelijkheid om rendement te verdienen op uw inleg. In de RES is een model voor lokaal eigendom van zonne- en windparken opgenomen, wat leidt tot grotere betrokkenheid van de inwoners.

Parallel aan de RES lopen de trajecten van gemeenten. Sommige gemeenten zijn al bezig met beleid en projecten voor grootschalige opwek. Belangrijk: hoewel er regionaal wordt samengewerkt, blijven gemeenten over eigen grondgebied gaan.

Het object van de indiener te Sterksel ligt midden tussen de aangewezen zoekgebieden genoemd in de RES, als potentiële locaties voor grootschalige opwekking van wind en zonne-energie. Hoewel in de MER geen definitieve keuzes zijn gemaakt, leiden wij wel af dat de genoemde zoekgebieden in onze directe omgeving als zeer geschikt worden gekwalificeerd, blijken de beoordeling van de zoekgebieden. De indiener vreest een ernstige aantasting van zijn/haar bedrijf die dan gedwongen moet stoppen. Het bedrijf van de indiener heeft drie takken.

1. Stal de Peelven

Pensionstal De Peelven is een goed georganiseerde, professionele stalling, met 37 boxen, waar sommige pensionklanten veelal actief zijn in de wedstrijdsport. Dagelijks kan er worden getraind en met enige regelmaat worden clinics georganiseerd met zeer ervaren ruiters. De sfeer op Stal De Peelven is ontspannen, maar ook ambitieus te noemen. Pensionklanten coachen en helpen elkaar. Er wordt heel hard samen gewerkt, maar ook heel erg hard samen gelachen, met soms natuurlijk een traan. Bij ons krijgt elk paard/pony iedere

Provincie en MRE hebben begrip voor zorgen die er bij inwoners kunnen leven over de ontwikkeling van grootschalige hernieuwbare energie in de omgeving.

Nee

 

dag de zorg en aandacht die nodig is om ze in topvorm te houden of te brengen. In overleg is veel bespreekbaar. Zodra het weer het toelaat, gaan de paarden/ponies naar buiten en kunnen ze lekker het weiland in. Stal de Peelven ligt in een rustige en landelijke omgeving aan de rand van de gemeente Heeze-Leende met veel uitrit mogelijkheden.

2. Zorgboerderij de Peelven

Op onze zorgboerderij willen wij onze deelnemers een plek bieden waar ze zich op hun eigen tempo en op individueel niveau kunnen ontwikkelen. Door de diversiteit aan activiteiten is er voor iedereen wel een manier te vinden om op een goede manier de dag door te komen. Er is ten alle tijden gediplomeerde begeleiding aanwezig. Wij bieden onder andere de volgende activiteiten aan:

Dierenverzorging

Het verzorgen van de honden, de paarden & andere dieren. Onder verzorgen verstaan wij niet alleen het voeren en mesten maar ook het knuffelen, borstelen en beweging geven aan de dieren.

Tuinonderhoud

Het onderhouden van een erf & de bloemen en planten in onze tuin is vooral in het voorjaar en de zomer een veel voorkomende activiteit. We kunnen samen planten en bloemen uitzoeken en planten.

Moestuin

Het aanleggen & werken in de moestuin. Zaaien, onderhouden en oogsten van onze eigen maaltijd.

Houtbewerking

Samen een picknicktafel of een hooiruif voor de dieren maken of een kleine overkapping voor de pony’s. Houtbewerking is een leuke activiteit om samen te ondernemen. Met alle bezoekers genieten we uiteraard van het resultaat.

Rust nemen

 

Ook rust nemen is een belangrijke activiteit. Wanneer je hard aan het werk bent heb je ook je rust nodig. Samen in de tuin of in de kamer zitten waar alle ruimte wordt geboden om te praten, te luisteren ofjuist te zwijgen.

3. McSweeneys Doodles

Naast het houden van onze paarden fokken wij ook goldendoodles en labradoodles. Dit is een middelgroot, vriendelijk hondenras.

Hieronder de nadelige effecten van de windmolens op het bedrijf van de indiener.

Er zijn een aantal veiligheidsrisico’s aan verbonden zoals de kans op blikseminslag, bladbreuk, mastbreuk en ijsvorming (die naar beneden kan vallen).

Windturbines kunnen een risicoverhogend effect hebben op nabijgelegen gebouwen, installaties en infrastructuur, bijvoorbeeld door de kans op wiekbreuk. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn daarom veiligheidseisen voor windturbines opgenomen. Voor kwetsbare objecten, waaronder woningen, geldt dat de kans dat (onderdelen van) de windturbine het gebouw zullen raken ten hoogste één op de miljoen jaar mag zijn.

In het geval dat er een concreet windproject zou ontstaan moet met een risicoberekening worden aangetoond dat het windproject aan alle veiligheidseisen voldoet. Wanneer uit een risicoberekening blijkt dat niet aan veiligheidseisen kan worden voldaan, dan kan het windproject niet worden gerealiseerd.

Windturbines zijn daarnaast voorzien van bliksembeveiliging. Hierdoor is de kans verwaarloosbaar dat de alarm- en computersystemen bij een blikseminslag uitvallen.

Windturbines worden ook uitgerust worden met ijsdetectie. Wanneer ijsafzetting plaatsvindt, stopt de windturbine en draait deze indien gewenst naar een vooraf ingestelde stand (bijv. parallel aan de weg zodat de afstand tot de weg zo groot mogelijk is). De windturbines worden vervolgens pas weer in bedrijf genomen wanneer visueel is vastgesteld dat er geen ijs meer op de bladen is.

Nee

Windmolens veroorzaken geluidshinder en visuele vervuiling. Rond om de Peelven is een mooi, groen natuurgebied waar ze een smet zullen vormen op het landschap.

Bij plaatsing van windturbines moet worden voldaan aan de Nederlandse normen omtrent geluid zoals beschreven in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor windturbinegeluid geldt zowel een geluidsnorm over het hele etmaal (47 dB Lden) alsook een geluidsnorm specifiek voor de nachtperiode (41 dB

Nee

 

Lnight). De geluidsnormen zijn opgesteld om de ervaren hinder door windturbinegeluid tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Dit sluit niet uit dat door (een deel van de) omwonenden hinder als gevolg van windturbinegeluid kan worden ervaren.

Het wordt erkend dat windturbines als een aantasting van het landschap kunnen worden ervaren. Desondanks is het in het kader van duurzame ontwikkeling belangrijk om dergelijke initiatieven in te passen in het landschap. In he planMER is geprobeerd aan de hand van een analyse van landschappelijke eigenschappen de impact van het plaatsen van windturbines in kaart te brengen.

Volgens bepaalde bronnen zijn ze ook schadelijk voor de gezondheid van de omwonenden en dus onze bezoekers van de zorgboerderij, paarden en honden vanwege de slagschaduwen, hinderlijke lichtflikkeringen, trillingen en geluiden die ze produceren.

Er kan enige mate van hinder verbonden zijn aan de realisatie van een windpark. De mate waarin slagschaduw mag voorkomen moet binnen de grenzen blijven die de wetgever daarvoor heeft gesteld. Voor slagschaduw geldt landelijk een zeer strenge norm (veel strenger dan in het buitenland) van maximaal 17 keer maximaal 20 minuten slagschaduw per woning per jaar. De hinderbeleving van draaiende wieken (de rotorbladen) hangt samen met de snelheid van de draaiende beweging. Moderne windturbines hebben doorgaans een grotere rotor en draaien langzamer. Hierdoor ligt de frequentie van de slagschaduw nooit hoger dan 1 Hz, terwijl bekend is dat frequenties tussen 2,5 Hz en 14 Hz als hinderlijk worden ervaren.

Bij plaatsing van windturbines moet worden voldaan aan de Nederlandse normen omtrent geluid zoals beschreven in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor windturbinegeluid geldt zowel een geluidsnorm over het hele etmaal (47 dB Lden) alsook een geluidsnorm specifiek voor de nachtperiode (41 dB Lnight). De geluidsnormen zijn opgesteld om de ervaren hinder door windturbinegeluid tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Dit sluit niet uit dat door (een deel van de) omwonenden hinder als gevolg van windturbinegeluid kan worden ervaren.

Trillingen die door de windturbine in de bodem worden veroorzaakt zijn niet meetbaar op afstanden groter dan enkele meters van de windturbine. Effecten van (bodem)trillingen op honderden meters afstand zijn uitgesloten. Er is geen onderzoek bekend waaruit een verband blijkt dat windturbines effect hebben op dierenwelzijn en de gezondheid van dieren door de realisatie

Nee

 

van een windpark. Hierbij is nog van belang dat in de uitspraak ABRvS 4 mei 2016 (nr. 201504506/1) de ABRvS – onder verwijzing naar het deskundigenbericht dat in deze procedure was uitgebracht – verder heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is dat geluid van windturbines leidt tot effecten (stress) op paarden.

Windturbines zijn een bedreiging voor de vogels en de vleermuizen. Er wordt geschat dat er jaarlijks 20.000 vogels sterven door de turbulentie van de wieken.

Ter kennisname.

Bij een concreet initiatief zal moeten blijken of een ontheffing Wnb afgegeven kan worden voor de sterfte van vogels en vleermuizen als gevolg van (bijna)aanvaringen met windturbines.

Nee

De indiener maakt zich zorgen over de nadelig invloed op het landschap en de natuur en dus de rust van onze bezoekers en opgeschrokken paarden. Paardeneigenaren merken dat hun paarden zijn geschrokken door het verplaatsen van schaduwen en bewegend licht geproduceerd door de bladen van een windturbine. Geluiden geproduceerd door de turbine kan klinken als sissend of suizend of een occasionele clang. Een geschrokken paard kan een gevaar zijn voor de ruiter. Onze bezoekers en ruiters kiezen voor ons voor de platteland landschappen. Windmolens hebben een nadelig effect hierop en storen het rust en leef beleving. Turbines zijn een doorn in het oog voor mensen die naar een locatie komen om rust te krijgen en als ruiter het landschap te bekijken.

Er is geen onderzoek bekend waaruit een verband blijkt dat windturbines effect hebben op dierenwelzijn en de gezondheid van dieren door de realisatie van een windpark. Hierbij is nog van belang dat in de uitspraak ABRvS 4 mei 2016 (nr. 201504506/1) de ABRvS – onder verwijzing naar het deskundigenbericht dat in deze procedure was uitgebracht – verder heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is dat slagschaduw van windturbines leidt tot effecten (stress) op paarden.

Ons landschap is dynamisch en altijd aan verandering onderhevig. Nieuwe (innovatieve) inpassingen die vaak voortkomen uit de behoeftes van onze maatschappij vragen om ruimte en inpassing binnen het landschap waardoor (cultuur)historische gewaardeerde (landschappelijke) eigenschappen langzaam veranderen. Windturbines kunnen een aantasting zijn voor bepaalde landschappelijk/ruimtelijke eigenschappen en dan met name de beleving van deze eigenschappen. De impact van deze storende factor en hoe dit wordt ervaren, bijvoorbeeld ‘als een doorn in het oog’, is persoonsgebonden.

Nee

Als landeigenaar in een gekozen gebied is de indiener verbaasd dat hij/zij niet is betrokken bij de keuze van de zoekgebieden, terwijl blijkt dat commerciële partijen en meerdere betrokken grondeigenaren al benaderd hebben. Dat suggereert dat er keuzes gemaakt gaan worden buiten ons. Dat is niet het juiste proces. Het feit dat onze directe leefomgeving in het zoekgebied ligt heeft bij ons voor veel onrust gezorgd. De indiener maakt zich zorgen over het feit dat er al een smet ligt op ons gebied door deze publicatie, met financiële en emotionele gevolgen van dien.

Het planMER beschouwt de ruimtelijke mogelijkheden op hoofdlijnen om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Er is echter nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten kunnen en zullen worden gerealiseerd.

Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van de Regionale Energiestrategie (RES) en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

 

Natuurbeheerorganisaties, landeigenaren en grondbezitters zijn daarin belangrijke spelers en zijn vanaf de start van het RES-traject gesprekspartner. Daarbij laten sommige spelers zich vertegenwoordigen door een afgevaardigde.

De RES 1.0 wordt als voorstel ter besluitvorming voorgelegd aan alle 21 gemeenteraden, de provincie en de twee waterschappen. Pas dan wordt duidelijk welke zoekgebieden deel gaan uitmaken van de RES. Vanaf 2022 zullen de gemeenten de zoekgebieden opnemen in het lokale omgevingsbeleid. Elke gemeente bepaalt zelf hoe de participatie met inwoners en belanghebbenden zal plaatsvinden. Uiteindelijk start er een vergunningenprocedure waartegen in bezwaar kan worden gegaan.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huis-aanhuisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven.

Inwoners/belanghebbenden kunnen een rol vervullen op de volgende punten:

Via het politieke spoor om aandacht te vragen voor bepaalde standpunten

Via het spoor van meedenken bij de totstandkoming van visies, plannen en beleid

Via het spoor van bezwaar en inspraak (eventueel gevolgd door een beroep) op plannen (omgevingsplan, omgevingsvergunning)

Parallel aan de RES lopen de trajecten van gemeenten. Sommige gemeenten zijn al bezig met beleid en projecten voor grootschalige opwek. Belangrijk: hoewel er regionaal wordt samengewerkt, blijven gemeenten over eigen grondgebied gaan.

De indiener stelt mee genomen te willen worden in het besluit, proces en wil op de hoogte gehouden worden van alle ontwikkelingen.

Het is belangrijk om deze wens kenbaar te maken bij de eigen gemeente. De invulling van participatie zal namelijk per gemeente verschillend zijn, de regio verbindt waar nodig. Elk project is maatwerk, waarbij er goed gekeken moet

worden naar de omgeving en wat er past bij een bepaald project. De RES biedt hier wel kaders voor.

Via huis-aan-huisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven.


Z28

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4906420

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

Er is volgens indiener geen draagkracht in de wijk Kloostervelden (omgeving Sterksel) om windmolens te plaatsen. Kloostervelden is een nieuwe wijk en er is daar gebouwd om in de rust en ruimte met groen te wonen. Indien de molens hier geplaatst worden is dit volgens indiener te dicht op de woningen met als gevolg geluidsoverlast. Mensen hebben dit volgens indiener al aangegeven en hebben gezegd te gaan verhuizen als windmolens hier geplaatst worden.

We vinden het spijtig om te horen dat mensen overwegen te verhuizen bij de realisatie van windturbines nabij Sterksel/Kloostervelden. Er is echter nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten worden gerealiseerd. Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Eventuele concrete projecten zullen altijd nog aan nader onderzoek onderworpen worden. Daarnaast is de Nederlandse normering voor geluid streng en beschermt deze voldoende tegen hinder van windturbines. In het geluidsonderzoek bij een vergunningaanvraag moet een initiatiefnemer aantonen te voldoen aan de normen.

Milieueffectrapportage (planMER)

Met de milieueffectrapportage (planMER) onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. Met zorgvuldig onderzoek kunnen de gemeenten tot een weloverwogen keuze komen waarin alle belangen worden meegenomen.

Het vervolgproces ziet er als volgt uit:

Aan het einde van het jaar stellen de gemeenteraden, de provincie en waterschappen de RES 1.0 vast, inclusief zoekgebieden. Hierna volgt het proces van iedere betreffende gemeente om de zoekgebieden een plek te geven binnen het omgevingsbeleid. Een belangrijk onderdeel van dit proces is lokale participatie. Daarna volgt het traject van ontwikkeling van projecten en benodigde vergunningen. Inwoners/belanghebbenden kunnen een rol vervullen op de volgende punten:

 Via het politieke spoor om aandacht te vragen voor bepaalde standpunten

Nee

Via het spoor van meedenken bij de totstandkoming van visies, plannen en beleid

Via het spoor van bezwaar en inspraak (eventueel gevolgd door een beroep) op plannen (omgevingsplan, omgevingsvergunning)

Hiernaast is er een vijfde mogelijkheid om als inwoner inbreng te hebben in het proces. U kunt ook (financieel) deelnemen aan een duurzaam energieproject in uw lokale omgeving. Dat kan soms door lid te worden van (of actief te worden in) een energiecoöperatie. Als u financieel investeert, heeft u naast het ondersteunen van de ontwikkelingen en zeggenschap in het project ook mogelijkheid om rendement te verdienen op uw inleg. In de RES is een model voor lokaal eigendom van zonne- en windparken opgenomen, wat leidt tot grotere betrokkenheid van de inwoners.

Parallel aan de RES lopen de trajecten van gemeenten. Sommige gemeenten zijn al bezig met beleid en projecten voor grootschalige opwek. Belangrijk: hoewel er regionaal wordt samengewerkt, blijven gemeenten over eigen grondgebied gaan.

Z29

Naam instantie/indiener:

Natuurbegraafplaats Schoorsveld - 4904711

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

Natuurbegraafplaats Schoorsveld

Natuurbegraven Nederland streeft naar verbetering van de natuurkwaliteit en een duurzame instandhouding van gebieden waar natuurbegraven wordt mogelijk gemaakt. Vanuit deze gedachte heeft Natuurbegraven Nederland een waardevol partnerschap gesloten met Natuurmonumenten. Samen met Natuurmonumenten ontwikkelt en beheert Natuurbegraven Nederland sinds 2012 natuurbegraafplaatsen op verschillende plaatsen in Nederland. Natuurbegraafplaats Schoorsveld is één van de vijf bestaande locaties waar Natuurbegraven Nederland een laatste rustplaats in de natuur mogelijk maakt, en daarmee een bijdrage levert aan het behoud, versterking en waar mogelijk de ontwikkeling van de natuur.

Natuurbegraafplaats Schoorsveld is allereerst en vooral een natuurgebied. Daarbinnen biedt een deel van de natuur ruimte voor een eeuwigdurende rustplaats. Zes jaar geleden was hier nog een productiebos met een lage natuurwaarde. In korte tijd is het gebied een volwaardig natuurgebied geworden met veel diversiteit in planten en dieren.

Via deze zienswijze wil de indiener zorg uitspreken over de voorgelegde plannen met betrekking tot de natuurontwikkeling op Natuurbegraafplaats Schoorveld. We zijn hier al zes jaar bezig om de natuur te vergroten en te versterken en hebben hier al veel in geïnvesteerd. Inmiddels heeft het gebied met voormalige productiebos zich ontwikkeld tot een volwaardig natuurgebied met waardevolle natuurtypen en zijn er al mooie resultaten behaald voor de natuurwaarden en de biodiversiteit. Zo heeft het gebied zich ontwikkeld tot geschikt leefgebied voor soorten als de heikikker, de levendbarende hagedis en de watersalamander door aanleg van de zwak gebufferde vennen en komen natuurtypes voor waardoor het gebied aantrekkelijk is geworden voor vogelsoorten zoals de zwarte, groene, en middelste bonte specht, de tjiftjaf en de zilveren en blauwe reiger. Door de ontwikkeling van een grootschalig wind- en zonnepark op slechts tientallen meters afstand van de natuurbegraafplaats

Ten kennisname

Nee

 

kunnen de behaalde resultaten en de kansen die er nog liggen voor de natuur ter plekke teniet worden gedaan. Hier is geen rekening mee gehouden in het planMER. De zorg over de plannen uit de RES wordt gedeeld door de Brabant Milieu Federatie (hierna: BMF). De BMF wil dat kwetsbare natuurgebieden zoals het NNB en een gebied van 500 meter daarbuiten worden beschermd tegen initiatieven voorwind- en zonne-energie. Windturbines zijn een groot gevaar voor vogels, zo bleek een eind mei nog, toen een draaiende wiek een bijzondere roofvogel fataal werd in NoordHolland. De BMF richtte een brief aan de Statenleden met een ultiem beroep: blijf met de windturbines weg uit de (nabije omgeving van) natuur- en weidevogelgebieden. Wij onderschrijven dit standpunt.

Informeren belanghebbende

Via deze weg wil de indiener reageren op het feit dat de ontwikkelingen rondom de RES voor Metropoolregio Eindhoven al sinds 2018 zouden lopen, zonder dat wij hier als natuurorganisatie en als direct belanghebbende over zijn geïnformeerd of beter nog zijn geraadpleegd. De plannen voor een zonne- en windparklocatie zullen van grote invloed zijn op het unieke natuurgebied van natuurbegraafplaats Schoorsveld die voor veel mensen een zeer bijzondere betekenis heeft, Dat wij via deze publicatie van het planMER moeten worden geïnformeerd over deze grootschalige planmogelijkheden aangrenzend aan onze natuurbegraafplaats, vinden wij onrechtvaardig en sluit niet aan bij de aankomende Omgevingswet waarin de omgevingsdialoog in een vroegtijdig stadium zelfs wordt opgelegd door de overheid. Wij vragen ons af wanneer wij over de planmogelijkheden zouden zijn benaderd en in hoeverre ons belang en onze input dan nog in overweging zou zijn genomen. Uit het planMER komt zoekgebied 20 duidelijk naar voren als een van de geschiktere zoekgebieden voor een zonnepark en/of windparklocatie voor vier grote windturbines. Het planMER ondersteund betrokken partijen in het maken van de keuzes met betrekking tot de definitieve selectie van zoekgebieden. Als het planMER zoals voorgelegd wordt vastgesteld zal de definitie keuze voor de zonne- en/of windparklocatie worden gemaakt op basis van een onjuist en onvolledig milieuonderzoek. De gevolgen hiervan zijn niet te overzien. Wij vrezen ervoor dat dit planMER zal leiden tot onomkeerbare beleidskeuzes, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met het belang van natuurbegraafplaats Schoorsveld.

Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners, bedrijven, organisaties en stichtingen te betrekken bij de ontwikkeling van de Regionale Energiestrategie (RES) en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

Natuurbeheerorganisaties, landeigenaren en grondbezitters zijn daarin belangrijke spelers en vanaf de start van het RES-traject gesprekspartner. Daarbij laten sommige spelers zich vertegenwoordigen door een afgevaardigde.

Het instrument planMER is bedoeld om de milieueffecten van een bepaald voornemen (in dit geval grootschalige zon en wind binnen vooraf bepaalde zoekgebieden) te onderzoeken. Aan het einde van het jaar stellen de gemeenteraden, de provincie en waterschappen de RES 1.0 vast, inclusief zoekgebieden. Hierna volgt het proces van iedere betreffende gemeente om de zoekgebieden een plek te geven binnen het omgevingsbeleid. Daarbij wordt opnieuw gekeken naar de milieueffecten en de ruimtelijke inpassing, ook in relatie tot andere opgaven en functies.

Elke gemeente bepaalt zelf hoe de participatie met inwoners en belanghebbenden zal plaatsvinden. Uiteindelijk start er een vergunningenprocedure waartegen in bezwaar kan worden gegaan.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huisaan-huisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio

 

website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven.

Participatie bij projecten

Elk project is maatwerk, waarbij we onderzoeken wat er past in de omgeving. De Regionale Energiestrategie biedt hiervoor een kader, maar de invulling van participatie verschilt per gemeente.

Voor projecten zijn er drie vormen van burgerparticipatie.

Procesparticipatie: inwoners leveren input over een project. Bijvoorbeeld in de vorm van een klankbordgroep. Inwoners denken mee, maar zijn geen eigenaar.

Financiële participatie: door middel van financiële participatie worden inwoners (mede)eigenaar van een project. Er zijn verschillende vormen van eigenaarschap.

Sociale participatie: met fondswerking kunnen indirecte winsten van het project teruggebracht worden in lokaal maatschappelijke projecten.

Gemeenten en ontwikkelaars hebben zelf in de hand welke vorm van participatie ze meenemen in een project.

Milieueffectrapportage (planMER)

Met de milieueffectrapportage (planMER) onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. Het planMER wijst potentiele zoekgebieden aan. Er is op dit moment nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. De gemeente Heeze zal deze afweging in de toekomst gaan maken, waarbij alle belangen in acht worden genomen.

Ecologie

Indien de betreffende locatie nader wordt ingezet met als doel grootschalige opwek zal nader onderzoek (onder andere naar ecologie) een belangrijk onderdeel zijn van de planologische procedure.

 

Beschermde natuurgebieden, waaronder het Natuurnetwerk Brabant (hierna: NNB) en de Natura 2000-gebieden, worden in het planMER uitgesloten voor grootschalige opwek. Het effect van de windparklocatie wordt bepaald aan de hand van de afstand tot nabijgelegen NNB of een natura 2000- gebied en de aard van het gebied. De windparklocatie ligt op zeer korte afstand van zowel NNB (circa 75 meter) als van natura 2000-gebied Strabrechtse Heide Beuven (circa 500 meter). Externe negatieve effecten op deze beschermde natuurgebieden kunnen hiermee niet worden uitgesloten. Nader onderzoek is dan ook noodzakelijk.

Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven

In het planMER is vastgelegd dat effecten door stikstofdepositie tijdens de aanleg van de voorzieningen en bij onderhoud in de praktijk meestal mee blijken te vallen (paragraaf 7.4.1). Wij vragen ons af op basis van welke informatie de auteurs van het planMER tot deze conclusie zijn kunnen komen. De locatie voor windturbines ligt nabij een stikstofgevoelig gebied (Strabrechtse Heide & Beuven). Nieuwe initiatieven mogen geen enkele depositie opleveren. Hier is recentelijk uitgebreide jurisprudentie over ontstaan. Uitgesloten is dat een windpark op deze locatie kan worden uitgevoerd zonder stikstofdepositie in de aanlegfase. Zonder verder onderzoek schiet de beoordeling tekort in de urgentie van het probleem van stikstofemissie. De negatieve effecten zijn niet te overzien en dienen daarom - al dan niet op hoofdlijnen - te worden onderzocht in het planMER.

Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met een minimumafstand ter grootte van de wieklengte van referentiewindturbines, wat in de belemmeringenkaart neerkomt op 75 meter afstand tot het NNB en natura 2000-gebieden. De effectafstanden zijn in de meeste gevallen echter veel hoger (voor vogelrichtlijnen 500 meter, voor de kraanvogel zelfs 6000 meter). De kraanvogel is zelfs een icoonsoort in de regio en komt ook voor in het dichtbijgelegen Strabrechtse Heide & Beuven. De windparklocatie is gelegen op circa 500 meter afstand van Strabrechtse Heide S Beuven, waardoor negatieve effecten op de kraanvogel niet zijn uit te sluiten. In de effectenbeoordeling is dit effect voor zoekgebied 20 beoordeeld als licht negatief. De sterfte van slechts één kraanvogel kan echter al grote impact hebben op de populatie. In dat geval kan binnen de effectafstand, ongeacht de afstand, naar onzes inziens geen sprake zijn van een licht negatief effect.

In de uiteindelijke beleidskeuzes die worden gemaakt op basis van deze planMER is het belangrijk dat niet alleen wordt gekeken naar de minste negatieve effecten,

In de ecologische analyse is niet gesteld dat effecten als gevolg van stikstofdepositie uitgesloten zijn.

Met ingang van de Wet stikstofreductie (inwerkingtreding per 01-07-2021) zijn bouwwerkzaamheden waaronder de realisatie van windturbines en zonneparken vrijgesteld van een vergunningsplicht voor het aspect stikstof. Ondanks deze vrijstelling kan het wenselijk zijn alsnog een ecologische beoordeling uit te voeren op dit aspect bij een concreet initiatief.

In de ecologische analyse is extra rekening gehouden met de kraanvogel, aangezien dit een icoonsoort is en gevoelig kan zijn voor de gevolgen van windenergie. Derhalve is voor Natura 2000-gebieden met een instandhoudingsdoelstelling t.b.v. kraanvogel een hogere effectafstand geformuleerd. Omdat het betreffende zoekgebied binnen 6km van een ‘kraanvogelgebied’ is gelegen, krijgt deze de score negatief (-). Nader ecologisch onderzoek bij een concreet initiatief moet uitwijzen of significant negatieve effecten uitgesloten zijn.

De uiteindelijke beleidskeuzes baseren zich op het MER, maar ook op andere pijlers. Het milieubelang is voor wat betreft deze keuze naar mening van de provincie en de MRE afdoende in beeld gebracht.

Nee

 

want in dit geval kan een licht negatief effect zwaarder wegen dan een negatief effect voor een ander beoordelingskader. Wij zijn benieuwd hoe deze beoordeling uiteindelijk plaatsvindt en hoe de effecten tegen elkaar worden afgewogen.

Natuurnetwerk Brabant

Voor beheertypen binnen het NNB die gevoelig zijn voor windenergie, wordt een effectafstand van 200 meter gehandhaafd. Natuurbegraafplaats Schoorsveld ligt op slechts 75 meter afstand van de windparklocatie in het NNB gebied. Op de natuurbegraafplaats zijn tevens gevoelige beheertypen aanwezig, zoals Droge Heide (N07.01) en Dennen-, eiken- en beukenbos (N15.02). Externe negatieve effecten zijn op deze korte afstand niet uit te sluiten. Wij hebben grote zorgen om de gevolgen hiervan, aangezien wij de afgelopen járen veel hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van het gebied tot volwaardig natuurgebied met hoge natuurwaarde en waardevolle beheertypen. Op Schoorsveld hebben we hierdoor veel nieuwe soorten aangetrokken, waarvan Schoorsveld tot het leefgebied behoort.

In de beoordeling van het effect van het windpark voor vleermuizen en andere beschermde soortgroepen wordt geconcludeerd dat de grootste geluidsbelasting bij de afstand van 200 meter tot NNB komt te vervallen, waardoor geen significant negatief effect wordt verwacht buiten deze afstand. Hier zetten wij onze vraagtekens zij, aangezien voor woningen en andere geluidsgevoelige functies een afstand van 400 meter moet worden aangehouden.

Ter kennisname.

Geluidsbelasting voor omwonenden is niet te vergelijken met de effecten van geluidsbelasting op fauna. De gehanteerde effectafstanden zijn afkomstig uit literatuur. Dit betekent echter niet dat effecten buiten deze afstand op voorhand zijn uitgesloten. Nader ecologisch onderzoek bij een concreet projectinitiatief moet uitwijzen of effecten op beschermde soorten en gebieden aan de orde zijn.

Nee

Leefomgeving

Om een goede indicatie van de verwachte hinder als gevolg van geluid en slagschaduw van de windturbines te krijgen, is rekening gehouden met het aantal gevoelige objecten binnen 500 en 1000 meter binnen een zoekgebied. Windturbines hebben een verstoringsafstand van circa 450 tot 500 meter vanwege de geluidshinder. De natuurbegraafplaats binnen enkele tientallen meters afstand van de windturbines is ten onrechte niet meegenomen in de beschouwing als geluidsgevoelig object, terwijl er wel degelijk sprake is van een geluidsgevoelige functie. Rust en stilte is zowel vanuit de natuurontwikkeling als vanuit herdenking en het respect voor een natuurlijk afscheid van groot belang op de natuurbegraafplaats. De natuur lijdt onder teveel geluid en daarnaast is het ongewenst dat een (natuur)begrafenis door geluidhinder wordt verstoord. In de Inspectierichtlijn lijkbezorging is vastgelegd dat op een (natuur)begraafplaats gestreefd zou moeten worden naar een geluidbelasting van niet meer dan 40 dB(a). Voorkomen moet worden dat door een geluidsbelasting groter dan 45 db(a) de verstaanbaarheid wordt bemoeilijkt. Voor moderne windturbines

In het MER zijn alleen windparklocaties onderzocht waarin elke windturbine op minimaal 400 meter van geluidsgevoelige objecten kan staan. De ingetekende windparklocaties zijn slechts indicatief. (Natuur)begraafplaatsen zijn niet wettelijk aangeduid als geluidsgevoelige objecten en daarom buiten beschouwing gebleven.

Indien een concreet project in de omgeving van de Natuurbegraafplaats tot ontwikkeling komt zal de gemeente moeten vaststellen in hoeverre sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. In deze afweging zal ook de geluidsbelasting op de natuurbegraafplaats worden betrokken. Dergelijk locatiespecifiek onderzoek valt buiten het detailniveau van dit regionale planMER.

Overigens is het goed om op te merken dat de geluidsnorm (47 dB Lden) straffactoren bevat voor de avond- en nachtperiode en daarom niet vergeleken kan worden met de streefwaarde van 40 dB(A).

Nee

 

geldt dat op een afstand van circa 400 meter aan de norm van 47 dB(a) overdag wordt voldaan. Om te voorkomen dat op Natuurbegraafplaats Schoorsveld een geluidsbelasting plaatsvindt van meer dan 40 dB(a) dient een verstoringsafstand van 450-500 meter te worden aangehouden. Deze afstand geldt ook voor de slagschaduw. Als gevolg van de windturbines zal de natuurbegraafplaats grote hinder ondervinden, waar in het planMER onterecht geen rekening mee is gehouden.

Landschap

Bij de gebruikswaarde speelt voornamelijk de ligging van windturbines ten opzichte van gebieden met een gebruiksfunctie een rol. Met Natuurbegraafplaats Schoorveld op slechts tientallen meter afstand, is er een grote kans op negatieve effecten op de gebruikswaarde van dit gebied. Dit negatieve effect voor zoekgebied 20 wordt ook beaamd in de effectbeoordeling, terwijl hierbij dan nog geen rekening is gehouden met de natuurbegraafplaats aangrenzend aan de aangewezen windparklocatie. Moderne windturbines van circa 200 tot 250 meter hoog zijn al snel te zien vanaf enkele kilometers afstand, laat staan vanaf tientallen meters afstand. De beperkte afstand in relatie tot het gedeeltelijk open karakter van Schoorsveld maakt dat de windturbines hier zeer beeldbepalend aanwezig zullen zijn. De natuur op Schoorsveld wisselt af met gemengd bos, zwak gebufferde vennen en open landschappen van bloemrijke graslanden en heide. In de MRE is over heidegebieden vastgelegd dat deze terecht als waardevol landschap worden beschouwd. Mede hierdoor zijn heidegebieden meegenomen in beoordeling van de gebruikswaarde.

Onduidelijk is waar de kaart met open gebieden binnen de MRE (figuur 31) op is gebaseerd. Onterecht is het heidegebied binnen natuurbegraafplaats Schoorsveld niet meegenomen in de beoordeling, terwijl deze Droge Heide (N07.01) tevens in het Natuurbeheerplan van Noord-Brabant (2020) is vastgelegd (zie onderstaande uitsnede).

De provincie in de MRE constateren dat de verwachting van indiener ten aanzien van het detailniveau van de onderzoeken in het planMER niet aansluit bij hetgeen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau is vastgelegd. Indien een concreet project in de omgeving van de Natuurbegraafplaats tot ontwikkeling komt zal de gemeente moeten vaststellen in hoeverre sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’.

De heidegebieden op figuur 31 is opgesteld uit data afkomstig van ‘Dataportaal provincie Noord-Brabant’. Terecht wordt opgemerkt dat het heidegebied binnen natuurbegraafplaats Schoorsveld in het Natuurbeheerplan van Noord-Brabant (2020) is vastgelegd. Echter, de indicatieve windparklocatie nabij dit gebied (20-1), wordt al beoordeeld met ‘negatief’ (--) bij het beoordelingscriterium ‘Effect op gebruikswaarde: ligging t.o.v. gebieden waarvan de gebruikswaarde door windparken wordt aangetast’. Dit vanwege andere omliggende heidegebieden en/of stads- dorpskernen.

Derhalve zal de beoordeling niet wijzigen.

Nee

 

In het planMER is vastgelegd dat winturbines in de omgeving van heidegebieden ongewenst zijn vanwege het open karakter, de natuurrijke omgeving en veelal recreatieve gebruik van deze gebieden. Allemaal kenmerken van Schoorsveld, waardoor het zicht vanaf de natuurbegraafplaats op windturbines vanuit de kaders die door de PlanNMER zelf zijn opgesteld niet wenselijk wordt geacht. De basis van het ontwerp van Schoorsveld vormt de lange zichtlijn diagonaal over het terrein. Vanuit deze zichtlijn zullen de grote windturbines beeldbepalend aanwezig zijn (zie onderstaande foto). Onterecht is Natuurbegraafplaats Schoorsveld niet meegenomen in de beoordeling van het effect op de gebruikswaarde. Het planMER is dan ook onvolledig. Er is niet toereikend onderzoek uitgevoerd wat wel had moeten gebeuren in deze fase.

Vanwege de gebruikswaarde, maar ook vanwege de belevingswaarde van Natuurbegraafplaats Schoorsveld, is een windpark op deze afstand van de natuurbegraafplaats niet wenselijk. Negatieve effecten op de etherische en recreatieve waarden zijn te verwachten. De gevolgen hiervan ondervinden we nu al. Geïnteresseerden voor een natuurgraf op Natuurbegraafplaats Schoorsveld die lucht hebben gekregen van de zoeklocatie voor een windpark naast de natuurbegraafplaats, geven aan hier geen laatste rustplaats meer te willen als de plannen hiervoor doorzetten. Vanuit onze bedrijfsvoering is een windpark op deze afstand van onze natuurbegraafplaats onacceptabel.

 

Daarbij komt ook dat op circa 500 meter afstand van de windparklocatie natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven is gelegen. Vanaf dit waardevolle heidegebied (tevens het grootste aaneengesloten heidegebied van Noord-Brabant) is het windpark goed zichtbaar, terwijl dit ook hier vanuit esthetische of recreatieve waarden niet wenselijk is. Op basis van de te verwachten en beoordeelde negatieve effecten moet worden geconcludeerd dat de aangewezen locatie voor een windpark vanuit het planMER niet wenselijk is.

Op basis van voorgaande concluderen wij dat de effecten van de locatie voor het zonne- en windpark in zoekgebied 20 niet goed zijn onderzocht. In de effectbeoordeling is onterecht geen rekening gehouden met het naastgelegen waardevolle natuurgebied Natuurbegraafpiaats Schoorsveld. Wanneer dit natuurgebied wel meegewogen zou zijn in de effectenbeoordeling, dan had de algehele beoordeling voor zoekgebied 20, specifiek windparklocatie 20-1, er anders uitgezien. Een grootschalig windpark naast Natuurbegraafpiaats Schoorsveld op hooguit 75 meter afstand is voor de natuur en onze bedrijfsvoerging onacceptabel.

In het voorgelegde planMER is onvolledig onderzoek uitgevoerd wat wel had moeten gebeuren in deze fase. Om te concluderen of een locatie vanuit het planMER wenselijk en haalbaar wordt geacht, dienen de milieueffecten goed en op het juiste detailniveau te zijn onderzocht. Vanwege de onvolledigheid van deze planMER kan dit rapport geen bijdrage leveren bij het maken van een definitieve locatiekeuze.

Wij verwachten grote nadelige effecten op de hoogwaardige en kwetsbare natuur gelegen rondom zoekgebied 20. Zolang in de effectbeoordeling sprake is van nadelige effecten en met inachtneming van wat in deze zienswijze naar voren komt, kan het planvoornemen voor een windpark op deze locatie geen doorgang vinden. Deze conclusie zou aan de hand van een deugdelijke planMER getrokken moeten worden.

De provincie en de MRE constateren dat de verwachting van indiener ten aanzien van het detailniveau van de onderzoeken in het planMER niet aansluit bij hetgeen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau is vastgelegd.

De provincie en de MRE stellen zich op het standpunt dat het planMER voldoende (milieu)informatie bevat om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te laten meewegen. Overigens worden ook de zienswijzen, waaronder die van de Natuurbegraafplaats, in die besluitvorming meegenomen.

Nee

De indiener gaat ervan uit dat hij/zij na 14 juni 2021 op de hoogte wordt gehouden van de verdere procedure.

Om op de hoogte gehouden te worden van de verdere procedure is het belangrijk om de website van de MRE in de gaten te houden en u te abonneren op de nieuwsbrief. Dat kan hier: https://www.energieregiomre.nl/home/default.aspx

Maak uw wens ook kenbaar bij de desbetreffende gemeente. Het RES-proces ziet er namelijk als volgt uit: Aan het einde van het jaar stellen de gemeenteraden, de provincie en waterschappen de RES 1.0 vast, inclusief

zoekgebieden. Hierna volgt het proces van iedere betreffende gemeente om de zoekgebieden een plek te geven binnen het omgevingsbeleid. Een belangrijk onderdeel van dit proces is lokale participatie. Daarna volgt het traject van ontwikkeling van projecten en benodigde vergunningen. Inwoners/belanghebbenden kunnen een rol vervullen op de volgende punten:

Via het politieke spoor om aandacht te vragen voor bepaalde standpunten

Via het spoor van meedenken bij de totstandkoming van visies, plannen en beleid

Via het spoor van bezwaar en inspraak (eventueel gevolgd door een beroep) op plannen (omgevingsplan, omgevingsvergunning)

Hiernaast is er een vijfde mogelijkheid om als inwoner inbreng te hebben in het proces. U kunt ook (financieel) deelnemen aan een duurzaam energieproject in uw lokale omgeving. Dat kan soms door lid te worden van (of actief te worden in) een energiecoöperatie. Als u financieel investeert, heeft u naast het ondersteunen van de ontwikkelingen en zeggenschap in het project ook mogelijkheid om rendement te verdienen op uw inleg.

Parallel aan de RES lopen de trajecten van gemeenten. Sommige gemeenten zijn al bezig met beleid en projecten voor grootschalige opwek. Belangrijk: hoewel er regionaal wordt samengewerkt, blijven gemeenten over eigen grondgebied gaan.


Z33

Naam instantie/indiener:

Stichting Dorpsraad De Heerlijkheid Sterksel - 4907045

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

De gemeente Heeze-Leende heeft in haar zienswijze voorgesteld om innovatie als 4e pijler toe te voegen aan de RES: zon, wind, warmte én innovatie. Indiener is van mening dat innovatie een ‘guiding principle’ zijn bij alle drie de pijlers. Daarnaast mist indiener solide fundering onder pijlers, er is nu geen draagvlak volgens indiener. Daarnaast geeft indieners advies: Schep Duidelijkheid Door Eenvoud. Indiener pleit voor heldere informatie door de MRE met daaraan gekoppeld een solide onderzoek naar voorkeuren voor mogelijke opties bij bewoners en bedrijven. Daarvanuit kan volgens indiener draagvlak worden opgebouwd.

Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners, bedrijven, organisaties en stichtingen te betrekken bij de ontwikkeling van de Regionale Energiestrategie (RES) en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huis-aanhuisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven.

Innovatie

De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, in totaal 35 TWh aan grootschalige opwek te realiseren. Zij kiezen hierbij voor zon- en windenergie, omdat dit bewezen technieken zijn voor grootschalige opwek. Andere innovatieve technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen nog niet worden meegeteld in het bod per RES-regio voor 2030.

Innovatieve technieken zijn wél relevant voor de periode daarna. De RES wordt elke twee jaar herzien, waarbij bekeken wordt welke nieuwe technologieën we dan kunnen meenemen. We werken hierin nauw samen met Brainport Development.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Innovatie is een van de thema's die verder uitgewerkt moet worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.

Nee

Informatie-bombardement

De informatie die de MRE over de RES heeft aangereikt is volgens indiener bijzonder omvangrijk, gedetailleerd en complex. Daardoor wordt slechts een kleine

Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van de Regionale Energiestrategie (RES) en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

Nee

 

groep betrokken burgers (en bedrijven?) bereikt. Er is te weinig aandacht besteed aan bewustwording van het probleem onder brede groepen van de bevolking en het bedrijfsleven. Er is volgens indiener nauwelijks voorlichting geweest per wijk of per doelgroep en het ontbreekt op dat niveau aan de uitnodiging om mee te denken over mogelijke oplossingen en aan de mogelijkheid daarin ook (financieel) te participeren. Het merendeel van de burgers heeft er nauwelijks zicht op hoe de energietransitie hun leefomgeving zou kunnen gaan veranderen en wat dat zou kunnen betekenen voor hun eigen woonsituatie en hun portemonnee. De omvangrijke rapporten rondom de concept RES en plan-MER hebben vooral geleid tot onduidelijkheid, chaos en een spaghetti aan informatie die zelfs voor geïnteresseerde en betrokken burgers niet te doorgronden is. Bovendien werden vragen vanuit de burgers tijdens digitale inloopavonden vaak ontwijkend, soms bagatelliserend, af en toe licht badinerend, maar meestal slechts half of helemaal niet beantwoord.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huis-aanhuisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven.

Participatie bij projecten

Elk project is maatwerk, waarbij we onderzoeken wat er past in de omgeving. De Regionale Energiestrategie RES biedt hiervoor kader, maar de invulling van participatie verschilt per gemeente.

Voor projecten zijn er drie vormen van burgerparticipatie.

Procesparticipatie: inwoners leveren input over een project. Bijvoorbeeld in de vorm van een klankbordgroep. Inwoners denken mee, maar zijn geen eigenaar.

Financiële participatie: door middel van financiële participatie worden inwoners (mede)eigenaar van een project.

Sociale participatie: met fondswerking kunnen indirecte winsten van het project teruggebracht worden in lokaal maatschappelijke projecten.

Gemeenten en ontwikkelaars hebben zelf in de hand welke vorm van participatie ze meenemen in een project.

Milieueffectrapportage (planMER)

Met de milieueffectrapportage (planMER) onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. Het planMER wijst potentiële zoekgebieden aan. Er is op dit moment nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. Gemeenten zullen deze afweging in de toekomst gaan maken, waarbij alle belangen in acht worden genomen.

 

Krimpend draagvlak en groeiende weerstand

De doelen die de MRE zich heeft gesteld zijn helaas niet gebaseerd op draagvlak bij haar inwoners. Volgens indiener wordt van bovenaf, door gemeenten en politiek, een doelstelling opgelegd aan de inwoners zonder vóóraf voldoende draagvlak te scheppen. De MRE en de gemeenten zijn te laat of soms nog helemaal niet begonnen met effectieve communicatie en worstelen daardoor met krimpend draagvlak en groeiende weerstand.

De MRE wil de tijdslijn halen, daardoor worden beslissingen geforceerd maar wordt tegelijk de kans op draagvlak verspeeld. Een drietal voorbeelden.

1. de RES gaat uit van volledige benutting van zon-op-dak bij alle huiseigenaren. Diezelfde ‘taakstelling’ wordt echter niét opgelegd aan eigenaren van industriële gebouwen omdat ‘bedrijven niet kunnen worden verplicht om te investeren’. Dit leidt o.i. tot een soort rechtsongelijkheid. En áls er gestimuleerd moet worden om meer zon op dak te realiseren, dan mag geen onderscheid worden gemaakt tussen burger en bedrijf. Gelijke taakstelling, gelijke kosten en gelijke subsidies voor burgers en bedrijven moet een leidend principe zijn voor de MRE.

2. Concrete kaartjes met zoekgebieden voor zon en wind doen inmiddels via allerlei kanalen wél de ronde en zorgen voor veel onrust onder de bewoners. Met name als blijkt dat de eigen woonplaats midden tussen de zoekgebieden ligt en de zoekgebieden in de regio sterk onevenwichtig verdeeld zijn. Daarmee is de kans op mogelijk draagvlak in een deel van onze regio op voorhand verspeeld.

3. De PlanMER stelt dat zicht op windmolens vanuit heidegebieden niet wenselijk is. Toch zijn er zoekgebieden voor windmolens aangewezen die dicht bij grote heidevelden zijn gelegen: o.a. zoekgebied 19 (dichtbij Groote Heide) en zoekgebied 20 (dichtbij Strabrechtse Heide, o.a. langs het Schoorsveld). Ook staan potentiële windmolens ingepland op korte afstand van natuurterreinen behorend tot het Natuurnetwerk Brabant. We hebben de indruk dat dit ‘spelletje met zoekgebieden’ leidt tot een hagelslag van windmolens om ons heen.

Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners, bedrijven, organisaties en stichtingen te betrekken bij de ontwikkeling van de Regionale Energiestrategie (RES) en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huis-aanhuisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven.

Participatie bij projecten

Elk project is maatwerk, waarbij we onderzoeken wat er past in de omgeving. De Regionale Energiestrategie RES biedt hiervoor kader, maar de invulling van participatie verschilt per gemeente.

Voor projecten zijn er drie vormen van burgerparticipatie.

Procesparticipatie: inwoners leveren input over een project. Bijvoorbeeld in de vorm van een klankbordgroep. Inwoners denken mee, maar zijn geen eigenaar.

Financiële participatie: door middel van financiële participatie worden inwoners (mede)eigenaar van een project.

Sociale participatie: met fondswerking kunnen indirecte winsten van het project teruggebracht worden in lokaal maatschappelijke projecten.

Gemeenten en ontwikkelaars hebben zelf in de hand welke vorm van participatie ze meenemen in een project.

Er is op dit moment nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. Gemeenten zullen deze afweging in de toekomst gaan maken, waarbij alle belangen in acht worden genomen.

Nee

Draagvlak bij huurders.

Indiener wijst erop dat door Stichting Opgewekt Heeze-Leende wordt opgemerkt dat als iedereen van het aardgas af moet, dat dan het energieverbruik

Uitgangspunt van de provincie en de MRE is de haalbaarheid en betaalbaarheid voor de samenleving op basis van onder meer het onderzoek naar de

 

voor de consument veel duurder (ca. 4x zo duur) wordt. Een deel kan worden ondervangen door betere isolatie van huizen (40 % energiebesparing). De doelgroep die hierin nu het meest tegemoet gekomen wordt met subsidies voor het aanpassen van hun woning, zijn de huiseigenaren. Huurders zijn volledig afhankelijk van hun verhuurders, Die zullen echter al hun investeringen verrekenen in de huurprijzen. Vooral de sociale en oudere huurwoningen zijn, met name in de particuliere sector vaak slecht geïsoleerd. Die huurders dreigen dus straks de volle mep aan extra energiekosten te moeten betalen plus een verhoging van de huurprijzen. Er zullen plannen moeten komen waarbij bedrijven en wooncorporaties de handen ineen slaan en zorgen voor betaalbare oplossingen om huurhuizen te verduurzamen, liefst in combinatie met in de omgeving gelegen koopwoningen (wijkaanpak geeft schaalvoordeel). Door huurders en eigenaar-bewoners gelijktijdig te benaderen en huurders een energie-advies op maat aan te bieden zal er meer draagvlak en cohesie ontstaan.

mate, spreiding en clustering van woonlastenneutraliteit bij verschillende woningtypen en warmteoplossingen, wordt geborgd.

Eigenaarschap en zeggenschap.

We willen streven naar ‘energie van ons allen – voor ons allen’. De sociale cohesie in de omgeving moet ook zwaar wegen voor MRE. Met andere woorden: ’als het toch moet, dan doe ik liever mee, dan heb ik er tenminste nog iets aan en dan draag ik mijn steentje bij aan maatschappelijke doelen’. Het woord ‘ons’ bepaalt het draagvlak. Indiener is van mening dat windmolens en zonnevelden volledig moeten worden gefinancierd door coöperaties van lokale bewoners uit de directe omgeving, bestaande uit direct-omwonenden die zicht hebben op de windmolens en inwoners van de aangrenzende wijken of dorpen. Betrek daarbij pas in laatste instantie inwoners op grotere afstand in de regio. De medezeggenschap over het regime van windmolens dient te liggen bij de coöperatie én bij de direct omwonenden die er immers het meeste overlast van ervaren. Indiener geeft aan geen buitenlandse investeerders, géén grote energiemaatschappijen of ander grootinvesteerders te willen, omdat zij geen binding met de lokale gemeenschap of de omgeving hebben en kijken alleen naar de opbrengst. Projectontwikkelaars zijn nu al druk bezig met zoekgebieden aankopen. Daardoor raakt al het draagvlak kwijt. De Dorpsraad Sterksel verwacht van de MRE en van de 21 gemeenten dat ze al het mogelijke in het werk stellen om deze praktijken te blokkeren. Indiener vraagt om 100% coöperatief eigendom en dat de zeggenschap van direct omwonenden en van bewoners van nabij gelegen dorpen of wijken onmiddellijk worden ingebed als een eis in de definitieve versie van de RES 1.0.

Het MER maakt geen definitieve keuzes.

Het doel van het MER is om, naast de potentie en milieugevolgen van grootschalige opwek met wind en zon binnen de MRE-regio te onderzoeken, de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES te onderzoeken. Deze locaties worden aan de hand van tevoren vastgestelde criteria beoordeeld op de milieuthema’s leefomgeving (aanwezigheid gevoelige objecten), landschap (structuur en karakteristiek), ecologie (beschermde gebieden en soorten).

Nee

 

Benutten van bestaande gebouwen en infrastructuur.

In de Concept RES 1.0 wordt onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheden tot benutting van bestaande infrastructuur, zoals snelwegen, spoorlijnen, kanalen en hoogspanningsmasten. Daar is veel minder sprake van afbreuk aan het landschap. We denken daarbij o.a. aan klimaatschermen van zonnepanelen bij snelfietspaden, zonnepanelen op geluidswallen of andere infrastructurele elementen, maar ook aan windwokkels langs snelwegen die ‘rijwind’ omzetten in energie. De gecombineerde aanleg van windmolens en zonnepanelen langs snelwegen kan leiden tot een energie-corridor, bijv. langs A67, zoals voorgesteld door gemeente Heeze-Leende. Een dergelijk voorstel kan wél rekenen op steun van de gemeenteraad en waarschijnlijk ook van de bevolking. In de RES is ook te weinig aandacht voor locaties op industrieterreinen met grootverbruikers. Het is logisch om bedrijven als grote energiegebruikers aan te spreken op maatschappelijke verantwoordelijkheid en afspraken maken om uniforme voorwaarden te hanteren bij de vergunning van nieuwe bedrijven om voldoende belastbare dakconstructies te realiseren en energieopwekking daarop te verplichten. Voor bestaande bedrijven, kantoorgebouwen én woningen gaat het om minder vrijblijvende stimulering van zonnepanelen, warmtepanelen, windwokkels of andere vormen van energiewinning of -opslag die een substantiële bijdrage moeten leveren aan het eigen verbruik en aan de maatschappelijke transitie.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Innovatie is als belangrijk speerpunt benoemd in de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden in het samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Een overzicht van belangrijke innovaties wordt nog opgenomen. Die zullen een prominentere plek moeten krijgen in de vervolgstappen en bij de ontwikkeling van nieuw beleid. De suggesties worden betrokken in de verdere uitwerking in de ambtelijke werkgroepen.

Nee

Efficiënte en effectieve energie-opwekking.

Indiener is van mening dat het doel van MRE moet o.i. worden bijgesteld: productie van groene energie zo dicht mogelijk bij de grootverbruikers en tegen concurrerende stroomprijzen. Lage energiekosten zijn immers cruciaal voor een concurrerende industrie en dragen bij aan draagvlak en portemonnee bij de inwoners van de regio. Productie van energie dichtbij grootverbruikers leidt tot lagere aanlegkosten van grotere energie-infrastructuur en minder transportverlies. Ook koppelen van wind- en zonenergie leidt tot lagere kosten voor consument en industrie. Wegens de hogere geluidsnormen die gelden op industrieterreinen en het beperkte uitzicht op industrieterreinen vanwege veel grote en hoge gebouwen zal volgens de indiener de mate van overlast van windturbines daar overdag gering zijn, terwijl er ’s nachts nagenoeg geen overlast zal zijn, omdat er vrijwel geen woningen staan. Verhoging van het geluidsniveau in dorpen en bij buitengebied heeft volgens indiener een veel grotere impact op de bevolking dan in industriële- en stedelijke gebieden. Concept RES 1.0 toont echter

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is een van de thema's die verder uitgewerkt moet worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Nee

 

geen zoekgebieden bij Eindhoven of Helmond en evenmin bij de industriegebieden aldaar.

In de gemeenten Heeze-Leende, Cranendonck en Someren zijn nauwelijks echte grootverbruikers. Poort 43 te Sterksel (nabij zoekgebieden 24 en 28) is in de MER ten onrechte gekwalificeerd als alleen een grootverbruiker terwijl dit bedrijventerrein ook een grootproducent is van (groene) energie. Deze selectie van deze zoekgebieden lijkt vooral te worden onderbouwd met de aanwezigheid van het relatief kleine schakelstation van Enexis bij Maarheeze. Poort 43 kan met de helft van zijn gasproductie alleen al makkelijk voorzien in de huidige gasbehoefte van de hele gemeente Heeze-Leende.

De methode in het planMER past bij het regionale detailniveau. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten bedrijventerreinen. Het is de vraag in hoeverre een dergelijk onderscheid op regionaal niveau de beleidskeuze beïnvloedt.

Het feit dat het bedrijventerrein een producent is van (groene) energie wil niet zeggen dat er geen koppeling gemaakt kan worden tussen opwek en verbruik.

Er is een duidelijk onderscheid tussen opwek van gas en opwek van elektriciteit.

Nee

In de regio Eindhoven zijn de weerscondities ten bate van energieopwekking door zon en wind volgens indiener minder gunstig dan het gemiddelde van Nederland. Indiener verwijst naar https://cdn.knmi.nl/knmi/map/page/klimatologie/klimaatatla

s/kaart/wind/fgem_8110_100.png en https://www.knmi.nl/klimaat-viewer/kaarten/zon/gemiddeldezonneschijnduur/ jaar/Periode_1991-2020

In vergelijking met veel andere Europese landen is dit een zeer gunstig windaanbod. De figuur hieronder illustreert dit. Juist door het goede windaanbod in Nederland is windenergie een kostenefficiënte manier van opwekking van duurzame energie.

Daar komt bij dat de Nederlandse energieopgave in het gehele land moet worden ingevuld; dat is het uitgangspunt van de regionale aanpak.

Nee

 

Innovatie

Indiener vindt het begrijpelijk dat het landelijk voorschrift voor de energiestrategie inzet op bestaande en bewezen technieken, maar vindt het een gemiste kans als MRE/Brainport Eindhoven deze richtlijn volgt en niet inzet op innovatie. In de bijlagen bij de Concept RES 1.0 passeert een breed scala aan innovatieve mogelijkheden de revue, die voor een deel in de praktijk hun nut al hebben bewezen. In het ontwerp RES 1.0 blijken alle mogelijke innovaties van de tafel geveegd behalve zonnepanelen en grote windmolens. Andere innovaties worden doorgeschoven naar de periode 2030-2050. Dit vindt indiener noodzakelijk en onderschrijft zienswijzen van regionale IVN en gemeente Heeze-Leende. Indiener vindt dat onderzoek moet plaatsvinden naar potentiele innovaties als:

- zonnepanelen rondom en/of tegen de zuilen van windmolens tot boomhoogte, mits deze geen hinderlijke spiegeling teweeg brengen;

- windwokkels, windsnaren of zonnepanelen te combineren met spoorportalen, hoogspanningsmasten en andere bestaande elementen van de infrastructuur; - toepassing van kleine verticale-as-windturbines, die minder overlast veroorzaken;

- opslag van energie om verstoringen van de netstabiliteit te voorkomen en om de noodzaak van kostbare en langlopende uitbreiding van het netwerk te ondervangen; het gaat zowel om kortdurende opslag van energie en warmte van zon en wind, maar ook (vooral) om langer durende opslag;

- opslag van buitenwarmte in de zomer om die, mogelijk wijkgebonden, te kunnen benutten in de winter, door opslag in zout of in de basalt-accu; - omzetten van verse mest in waterstof door plasmalyse.

Zonder een innovatieve proeftuin komen zulke prille innovaties niet uit de kinderschoenen. Zoals VDL stelt in een video van de MRE: vaak is een ‘launching customer’ nodig om een nieuwe technologie van de grond te krijgen. Maak dat mogelijk!

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Innovatie is als belangrijk speerpunt benoemd in de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden in het samenwerking- en uitvoeringsprogramma. De suggesties worden betrokken in de verdere uitwerking in de ambtelijke werkgroepen. Bij de tweejaarlijkse herijking van de RES kunnen nieuwe ontwikkelingen indien kansrijk alsnog worden toegevoegd.

Zoals ook in de NRD uiteengezet heeft het MER een tijdshorizon van 2030 en dient het MER om de milieueffecten van op korte termijn grootschalig inzetbare technieken te onderzoeken.

Duidelijk signaal van de inwoners

De Dorpsraad Sterksel heeft het initiatief genomen om de inwoners van Sterksel te informeren over de Omgevingsvisie en de Energietransitie en een enquête te houden. Daar is veel respons op gekomen. Uit de enquête bleek dat respondenten duidelijk weten waar ze wel en niet heen willen met de leefomgeving. Windmolens staan met stip op één op de lijst van ongewenste indringers. Mensen gaven vaak aan “geen horizonvervuiling” te willen in natuurrijke gebieden zoals de parel Heeze-Leende. De combinatie van windmolens met zonneparken heeft

Met de milieueffectrapportage (planMER) onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. Met zorgvuldig onderzoek kunnen de gemeenten tot een weloverwogen keuze komen waarin alle belangen worden meegenomen.

alléén draagvlak als die langs snelwegen staan/liggen. Daar willen eventueel mensen in investeren. Verder ontbreekt draagvlak voor wind en vaak ook voor zonneparken. Ook werden veel alternatieven geopperd van groen gas en waterstofgas tot kerncentrales en “hoewel MRE – toch wind aan zee”. Topscorer onder de eigen inbreng in de enquête is het idee om daken van stallen, woningen, bedrijven, parkeerterreinen vol te leggen met zonnepanelen én om ook alle ruimte langs wegen en spoorwegen te benutten.

Participatie bij projecten

Elk project is maatwerk, waarbij we onderzoeken wat er past in de omgeving. Wanneer eind dit jaar de locaties (zoekgebieden) voor de opwekking van zonne- en windenergie, worden vastgesteld, zullen gemeenten dit vanaf 2022 opnemen in het lokale omgevingsbeleid. Elke gemeente bepaalt zelf hoe de participatie met inwoners en belanghebbenden plaatsvindt. Uiteindelijk start er een vergunningenprocedure waartegen in bezwaar kan worden gegaan.

Voor projecten zijn er drie vormen van burgerparticipatie.

Procesparticipatie: inwoners leveren input over een project. Bijvoorbeeld in de vorm van een klankbordgroep. Inwoners denken mee, maar zijn geen eigenaar.

Financiële participatie: door middel van financiële participatie worden inwoners (mede)eigenaar van een project.

Sociale participatie: met fondswerking kunnen indirecte winsten van het project teruggebracht worden in lokaal maatschappelijke projecten. Gemeenten en ontwikkelaars hebben zelf in de hand welke vorm van participatie ze meenemen in een project.


 

232

Z38

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener – 4907013/4907030

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

Indiener heeft bezwaar tegen Windmolens Sterksel, vanwege verwachte overlast in de nieuwe dorpskern Kloostervelden. Indiener vraagt waarom windmolens niet langs de A67 komen waar al meer geluidshinder is en bovendien minder mensen wonen. Dat dit een gepasseerd station zou zijn, is geen excuus/acceptabele reden. Daarnaast zou evt een zonnepark als vervanging meegenomen kunnen worden.

Er is nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten worden gerealiseerd. Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn.

Het MER laat ook zien dat er niet veel plekken langs de A67 zijn waar windturbines passen.

Nee

238

Z39

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4907258

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

Indiener vindt dat parken met zonnepanelen en windmolens niet in natuurgebieden horen zoals rondom Heeze bij het peelven, lange bleek en de pan (laatste is zelfs een stiltegebied). Plaats ze daarom op daken, op industrieterreinen en langs snelwegen (in geluidswallen). Verder kan er op zee ook nog veel geplaatst worden. Zonneparken moeten zoveel mogelijk aan het oog onttrokken worden (verdiept aanleggen of met een wal eromheen). Het gasnet moet behouden blijven voor evt. toekomstig gebruik van waterstof.

Het planMER is opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. Het planMER heeft alleen de milieueffecten van zonne- en windenergie op land beoordeeld. Op welke plekken zonne- en windparken kunnen of moeten worden gerealiseerd, staat dus ook nog niet vast. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Onderzoek naar ‘zon op dak’ of naar andere innovatieve methoden is buiten dit planMER onderzocht.

Op welke manier zonneparken aan het zich worden onttrokken is project-specifiek. Doorgaans worden zonneparken wel landschappelijk ingepast met gebiedseigen beplanten en op een manier die het park zoveel mogelijk aan het oog onttrekt.

Provincie en MRE wijzen de indiener erop dat de RES opgave moet worden ingevuld vóór 2030. Daarom wordt uitgegaan van de technieken die op dit moment financieel en technisch haalbaar zijn. Voor de opgave na 2030 zal logischerwijs uitgegaan worden van de technieken die op dat moment haalbaar zijn.

Nee

Z41

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener via Boskamp Willems Advocaten – 4904712 - 4904046

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

De woning van cliënten aan de Vlaamseweg te Sterksel ligt midden tussen verschillende zoekgebieden die in het concept-RES zijn aangewezen en in het MER als potentiële locaties voor grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie zijn onderzocht. Hoewel het MER geen keuzes maakt en geen voorkeur aangeeft, menen cliënten uit het MER wel te kunnen afleiden dat juist de zoekgebieden in hun directe woonomgeving als potentieel zeer geschikt worden gezien voor windmolen- en zonneparken. Dat blijkt zowel uit de beoordeling van de individuele zoekgebieden als uit de beoordeling van de drie onderzochte alternatieven (Energielandschappen, Spreiding en Netinpassing). Cliënten vrezen als gevolg van een mogelijke concentratie van windmolens en zonneparken in hun direct leefomgeving voor een ernstige aantasting van die leefomgeving en voor overlast en negatieve gezondheidseffecten. Het MER neemt die vrees allerminst weg en vergroot die eerder.

Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Voor windenergie zijn er, naar aanleiding van een belemmeringenstudie, lijnopstellingen indicatief ingetekend. Voor zonne-energie hanteert het MER een methode waarbij de draagkracht van een gebied kan worden berekend. De methode heeft het aantal hectare zonneparken binnen een bepaald landschapstype berekend. De locaties van de zonneparken zijn daarbij niet weergegeven of vastgesteld. Op welke locaties wind- of zonneparken kunnen of moeten worden gerealiseerd, staat nog niet vast. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt.

Nee

Cliënten zijn van mening dat het MER een veel te beperkte opzet en omvang heeft om het milieubelang daadwerkelijk een volwaardige plek in het besluitvormingsproces over de RES te geven. In het MER zijn (nagenoeg) uitsluitend de reeds in de concept-RES benoemde zoekgebieden onderzocht. Er is alleen onderzoek gedaan naar de milieu-effecten van energie-opwekking door middel van grootschalige zonne- en windmolenparken. En er is geen onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke milieu-effecten, met name als het gaat om mogelijke gezondheidseffecten en mogelijke effecten op natuur en ecologische waarden.

Daar komt bij dat bewoners en andere belanghebbenden niet zijn betrokken bij de keuze voor zoekgebieden en de criteria op basis waarvan die gebieden zijn beoordeeld. Dit terwijl cliënten hebben vernomen dat ondertussen al wel, door commerciële partijen, contact is gezocht met grondeigenaren aan de Vlaamseweg in Sterksel over mogelijke plaatsing van windmolens en/of zonneparken. Het lijkt er dus op dat keuzes gemaakt gaan worden of feitelijk al zijn gemaakt buiten de betrokken burgers om. Dat leidt niet tot draagvlak en is in strijdig met het uitgangspunt van burgerparticipatie.

Het planMER, waaronder de beoordeling op de aspecten leefomgeving en ecologie, is opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. De reikwijdte van het MER beperkt zich inderdaad tot grootschalige zonne- en windenergie, zoals vantevoren bepaald en gepubliceerd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De opmerking dat (nagenoeg) uitsluitend de reeds in de concept-RES benoemde zoekgebieden zijn onderzocht is onjuist. Ten behoeve van het planMER is een belemmeringenonderzoek uitgevoerd, waaruit bijvoorbeeld 8 windlocaties zijn voortgekomen buiten de zoekgebieden uit de concept-RES. Zie voor meer informatie hierover de hoofdstukken 4 en 5 van het planMER.

De RES opgave moet worden ingevuld vóór 2030. Daarom wordt uitgegaan van de technieken die op dit moment financieel en technisch haalbaar zijn. Voor de opgave na 2030 zal logischerwijs uitgegaan worden van de technieken die op dat moment haalbaar zijn.

Milieueffectrapportage (planMER)

 

Met de milieueffectrapportage is niet alleen onderzoek gedaan naar potentiele zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Er is ook uitgebreid onderzoek gedaan naar de milieugevolgen en de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. De informatie hierover kunt u nalezen in hoofdstuk 4 en 5 van het planMER.

Er is op dit moment nog geen beslissing gemaakt over op welke locaties zonne- en windprojecten daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. Gemeenten zullen deze afweging in de toekomst gaan maken, waarbij alle belangen in acht worden genomen.

Communicatie

Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van de Regionale Energiestrategie (RES) en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huis-aanhuisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven.

Participatie bij projecten

Elk project is maatwerk, waarbij we onderzoeken wat er past in de omgeving. De Regionale Energiestrategie RES biedt hiervoor kader, maar de invulling van participatie verschilt per gemeente.

Voor projecten zijn er drie vormen van burgerparticipatie.

Procesparticipatie: inwoners leveren input over een project. Bijvoorbeeld in de vorm van een klankbordgroep. Inwoners denken mee, maar zijn geen eigenaar.

Financiële participatie: door middel van financiële participatie worden inwoners (mede)eigenaar van een project. Er zijn verschillende vormen van eigenaarschap.

 

Sociale participatie: met fondswerking kunnen indirecte winsten van het project teruggebracht worden in lokaal maatschappelijke projecten.

Gemeenten en ontwikkelaars hebben zelf in de hand welke vorm van participatie ze meenemen in een project.

De zoekgebieden rondom de woning van cliënten liggen midden tussen en deels zelfs in de natuurgebieden Grote Heide en Strabrechtse Heide die onderdeel uitmaken van de Natura 2000 gebieden “Leenderbos, Groote Heide 8c De Plateaus” en “Strabrechtse Heide 8c Beuven”. Feitelijk bestaat een groot deel van het buitengebied van de gemeente Heeze-Leende uit natuurgebieden. De gemeente wordt ook wel de groene long van de Metropoolregio Eindhoven genoemd. Ook op een lager schaalniveau zijn er belangrijke natuurlijke, landschappelijke en ecologische waarden. Het woonperceel van cliënten aan de Vlaamseweg en de directe omgeving is in samenwerking met Brabants Landschap, lokale natuurverenigingen en ook de provincie Noord-Brabant ingericht op basis van biodiversiteit. Het erf van cliënten is gecertificeerd met “ErvenPlus” en is een verblijfsgebied voor onder meer uilen, vleermuizen, patrijzen, spreeuwen, bonte specht, de wulp en huismussen. Reeën komen tot in de achtertuin. En in het gebied nabij de woning van cliënten zijn onder meer gesignaleerd de zeldzame grauwe klauwier, zeearend, kraanvogels, vleermuizen, dassen en dassenburcht.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolgproces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan ten aanzien van o.a. natuur en ecologie.

Nee

Cliënten zijn van mening dat de landschappelijke, natuurlijke en ecologische waarden in het MER volstrekt onderbelicht blijven. De effecten van grootschalige wind- en zonneparken op natuur, landschap en ecologie zijn slechts heel globaal meegenomen in de beoordeling van de zoekgebieden en alternatieven. Een inschatting van de effecten op Natura 2000-gebieden, op het Natuumetwerk Brabant en op diverse beschermde diersoorten is slechts gemaakt op basis van een afstandscriterium. Dat zegt niets over daadwerkelijke effecten op specifieke waarden in of in de nabijheid van de zoekgebieden. Een nauwkeurig onderzoek van de zoekgebieden ontbreekt volledig.

Het planMER is opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. Dit geldt ook voor de beoordeling op de aspecten landschap en ecologie.

Het ecologische onderzoek in het kader van het planMER is bedoeld om te kijken of gebieden op voorhand al kunnen worden uitgesloten als gevolg van ontoelaatbare effecten op beschermde soorten en gebieden. Voor zover uit het planMER blijkt dat dit niet het geval is zijn zoekgebieden nog mogelijk. Als er in een later stadium concrete projecten zijn wordt hiervoor diepgaander onderzoek uitgevoerd, inclusief veldbezoeken. Zo dient er voor ieder concreet windproject het effect van windturbines op aanvaringen van vogels en vleermuizen onderzocht te worden. Ook andere effecten zoals verstoring (door bijv. geluid) zullen in dergelijke onderzoeken worden meegenomen.

Nee

Dat geldt ook voor de mogelijke hinder (met name geluid en slagschaduw van windmolens) die grootschalige energie-opwekking kan veroorzaken en de negatieve gezondheidseffecten die daarvan het gevolg kunnen zijn. In het MER is de te verwachten hinder als gevolg van geluid en slagschaduw van windmolens

Zoals hierboven aangegeven is het planMER opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. Bij dit detailniveau past het werken met indicatieve opstellingen en vuistregelafstanden voor de beoordeling op het onderdeel leefomgeving.

Nee

 

slechts indicatief onderzocht op basis van het aantal woningen in de directe (binnen 500 meter afstand) en wijdere (binnen 1.000 meter afstand) omgeving. Ondertussen zijn er steeds meer aanwijzingen en ook (internationale) onderzoeken die laten zien dat de effecten van windmolens op de gezondheid veel groter zijn en zich over grotere afstand kunnen voordoen dan waarmee in de Nederlandse normstelling (die mogelijk strijdig is met Europese richtlijnen, waaronder de SMBrichtlijn) en jurisprudentie rekening wordt gehouden. Cliënten zien het als een gemiste kans dat het MER niet is aangegrepen om juist ook daarnaar onderzoek te doen en meer inzicht te verkrijgen in de daadwerkelijke hinder en gezondheidseffecten van windmolens en overigens ook van zonneparken. Op zijn minst had het aangekondigde nieuwe onderzoek door het RIVM en de GGD naar de gezondheidseffecten afgewacht kunnen worden, temeer nu dat onderzoek in de verdere planvorming wellicht hoe dan ook betrokken zal moeten worden. Nu dat niet is gebeurd, is het juist ook om die reden dat het MER de vrees van cliënten voor ernstige hinder en mogelijke gezondheidsschade niet wegneemt en juist vergroot vanwege het groot aantal zoekgebieden in hun directe woonomgeving.

Het klopt dat milieueffecten zoals geluid en slagschaduw ook buiten de genoemde vuistregelafstanden waarneembaar kunnen zijn. Ook is niet uitgesloten dat buiten de vuistregelafstanden nog enige hinder kan worden ervaren. Toekomstige windparken zullen echter aan alle wettelijke normen voor windturbines moeten voldoen, waarmee de overlast voor omwonenden beperkt blijft.

Provincie en MRE zien onvoldoende bewijs voor de stelling van de indiener dat de Nederlandse wettelijke normen voor windturbinegeluid onvoldoende rekening houden met mogelijke gezondheidseffecten.

Het RIVM publiceert bijna jaarlijks een nieuw onderzoek naar geluidseffecten van windenergie en het laatste onderzoek stamt uit oktober 2020 (Health effects related to windturbine sound: an update). Uit deze studie blijkt dat er geen eenduidig verband bestaat tussen windturbine geluid en gezondheidseffecten. Provincie en MRE gaan uit van de conclusies van dit meest recente RIVM rapport. Wanneer het RIVM een nieuw onderzoek publiceert zullen provincie en MRE zich daarvan op de hoogte stellen. Op dit moment zien zij geen reden om het planMER te wijzigen.

In dit verband zijn cliënten ook van mening dat in het MER ten onrechte geen rekening is gehouden met hinder en overlast van reeds bestaande energieopwekking. Meer concreet doelen cliënten dan op het feit dat in Sterksel de grootste mestvergister van Europa staat. Die produceert jaarrond 3.000 m3 groen gas per uur. Enerzijds levert de gemeente Heeze-Leende daarmee al een substantiële bijdrage van de realisatie van de doelstelling van de RES. Anderzijds worden cliënten nu reeds geconfronteerd met de vaak aanzienlijke (geur)overlast daarvan. En daar komt dan straks mogelijk nog de overlast van grootschalige winden zonneparken bij. Ook deze vorm van cumulatieve hinder had bij de beoordeling van de zoekgebieden en de alternatieven in het MER meegenomen moeten worden, hetgeen ten onrechte niet is gebeurd.

De milieueffecten van een mestvergister zijn van een andere aard dan die van grootschalige zonne- en windparken en cumuleren daarmee niet.

Het beoordelen van de daadwerkelijke effecten past niet bij het detailniveau van het planMER en dient in een later stadium te gebeuren, hetzij ter onderbouwing van gemeentelijk beleid, hetzij ten behoeve van een concreet project.

Nee

Cliënten menen tot slot dat in het MER ten onrechte slechts onderzoek is gedaan naar energieopwekking door middel van grootschalige wind- en zonneparken. Juist van de Metropoolregio Eindhoven zou verwacht worden dat niet alleen ingezet wordt op bewezen maar veel overlast veroorzakende technieken, zoals wind- en zonneparken, doch dat ook gekeken wordt naar innovatieve technieken en vormen van energie-opwekking. Geluidswallen langs (snel)wegen is daar een voorbeeld van. Ook lijken de mogelijkheden voor gebruik van bestaande (en

Het planMER is opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. Het planMER heeft alleen de milieueffecten van zonne- en windenergie beoordeeld. Onderzoek naar andere ‘innovatieve technieken’ of naar ‘onbenutte daken op gebouwen’ is buiten dit planMER onderzocht.

Provincie en MRE wijzen de indiener erop dat de RES opgave moet worden ingevuld vóór 2030. Daarom wordt uitgegaan van de technieken die op dit

nieuwe) structuren, zoals daken van woningen, bedrijfspanden, kassen, loodsen, schuren en stallen, nog niet optimaal te worden benut en valt er ook nog veel winst te boeken bij verduurzaming van woningen en andere gebouwen. Cliënten menen dat innovatie en/of gebruikmaking van bestaande structuren alsmede verdere verduurzaming als alternatief niet had mogen ontbreken in het MER. Als namelijk blijkt dat de benodigde 0,57 TWh ook op die manier kan worden opgewekt (en/of bespaard), dan werpt dat een heel ander licht op de keuzemogelijkheden die er zijn en op de noodzaak van grootschalige wind- en zonneparken.

moment financieel en technisch haalbaar zijn. Voor de opgave na 2030 zal logischerwijs uitgegaan worden van de technieken die op dat moment haalbaar zijn.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Innovatie is een van de thema's die verder uitgewerkt moet worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Gelet op het voorgaande zijn cliënten van mening dat het MER geen deugdelijke basis vormt voor de te maken keuzes in het RES. Cliënten vrezen dat op basis van het zeer globale MER definitieve locatiekeuzes gemaakt gaan worden waar zij verder geen invloed meer op hebben en die kunnen leiden tot een ernstige aantasting van hun leefomgeving en tot hinder en overlast en mogelijk zelfs schade aan hun gezondheid.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan. Als bij nader inzien blijkt dat bij een plan niet aan de wettelijke milieunormen kan worden voldaan zal geen windpark gerealiseerd worden.

Het MER maakt geen definitieve keuzes.

Het doel van het MER is om naast de potentie en milieugevolgen van grootschalige opwek met wind en zon binnen de MRE-regio te onderzoeken de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES te onderzoeken. Deze locaties worden aan de hand van tevoren vastgestelde criteria beoordeeld op de milieuthema’s leefomgeving (aanwezigheid gevoelige objecten), landschap (structuur en karakteristiek), ecologie (beschermde gebieden en soorten.

Aan het einde van het jaar stellen de gemeenteraden, de provincie en waterschappen de RES 1.0 vast, inclusief zoekgebieden. Hierna volgt het proces van iedere betreffende gemeente om de zoekgebieden een plek te geven binnen het omgevingsbeleid. Daarbij wordt opnieuw gekeken naar de milieueffecten en de ruimtelijke inpassing, ook in relatie tot andere opgaven en functies. Een belangrijk onderdeel van dit proces is lokale participatie. Daarna volgt het traject van ontwikkeling van projecten en benodigde vergunningen.

 

 

STERKSEL LAAT VAN ZICH HOREN

Er zijn 49 zienswijzen ingediend bij de provincie in het kader van de MER, de milieueffectrapportage over de regionale energiestrategie, de RES, in de Metropool Regio Eindhoven (MRE). En maar liefst 12 van de 49 zienswijzen zijn ingediend vanuit Sterksel. Terwijl daar nergens een oproep voor geplaatst is. Dat is een duidelijk signaal dat het probleem hier leeft. Lees verder….

Zou het komen doordat de inwoners van Sterksel vaak met hun neus op de feiten van de bruine bijwerking van het ‘groene gas’ van Poort 43 worden gedrukt? Zijn de inwoners van Sterksel zich daardoor bewuster van hun leefomgeving en de risico’s die er kunnen kleven aan groene energie? Of komt het gewoon door de kaartjes waarop je ziet dat je aan alle kanten omringd bent met zoekgebieden voor windmolens en zonneparken? Het groen gas en de overlast van mest ervan worden in ieder geval herhaaldelijk genoemd in de vele zienswijzen die zijn ingebracht. Maar de meeste bezwaren richten zich tegen de plaatsing van grote windmolens.

De 12 zienswijzen uit de omgeving van Sterksel zijn ingediend door de dorpsraad Sterksel, drie bedrijven en door individuele inwoners of door een groep van inwoners, zoals de aanwonenden van de Vlaamseweg. Argumenten, die vaak terugkomen, zijn:

- onvoldoende communicatie naar inwoners, overdosis informatie op de site van de MRE

- als inwoners, als landeigenaar niet betrokken

- hinder en overlast voor mens en dier

- negatieve gezondheidseffecten voor omwonenden (vooral geluid)

- aantasting van onze leefomgeving, uitzicht en landschap

- bedreiging van flora (bij zonneparken) en fauna (bij zonneparken en windmolens)

- aantasting natuur, ecologische waarden, recreatieve waarde

- veiligheidsrisico’s , o.a. vallend ijs van wieken

- smet op ons onroerend goed

- nadelen voor bedrijfsvoering, schade economisch belang

- gebrek aan innovatie, ruimte voor alternatieven en proeftuinen

- stimuleer opwek op daken, hoge gebouwen, industrieterreinen

- onderzoek opwek bij infrastructuur, langs de snelwegen

- waarom wordt groen gas niet meegerekend als groene energie

 

De provincie weerlegt met veel knip en plakwerk van steeds dezelfde teksten, nagenoeg alle ingebrachte argumenten. Bij deze beantwoording wordt vaak gewezen naar de gemeente, het betreft dan de communicatie. Bovendien is het natuurlijk allemaal nog niet definitief. Maar de uitkomst in de laatste kolom van de antwoorden laat aan duidelijkheid niets te wensen over: uit álle honderden ingebrachte argumenten, worden 7 aanbevelingen meegenomen in het vervolgproces plus een klein aantal aanbevelingen die kunnen leiden tot meer begrip en draagvlak.

De 12 zienswijzen die ingediend zijn vanuit Sterksel, mét de reactie van de provincie daarop, vindt u in de bijlage hieronder.

 

Het compleet overzicht van alle zienswijzen kunt u vinden via deze link: https://drive.google.com/file/d/1N2_HrKoWvaPZxEwya20iFZMfCGpZ_uJZ/view?usp=sharing.

 

namens de projectgroep omgevingsvisie & energietransitie van de dorpsraad Sterksel

Frank van den Dungen

 


Nota van Beantwoording zienswijzen op

PlanMER Metropool Regio Eindhoven

6 augustus 2021

Elke zienswijze is op de hiernavolgende pagina’s in drie kolommen verdeeld:

De linkerkolom bevat de samengevatte zienswijze, verdeeld in onderdelen waar mogelijk.

De middelste kolom bevat een reactie op het betreffende onderdeel.

De rechterkolom geeft aan in hoeverre het onderdeel een aanbeveling bevat die wordt meegenomen

in het vervolgproces. Het Z-nummer linksboven verwijst naar de code van de indiener.

 

Z2

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4906428 - 4906427

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

De indiener stelt dat zijn/haar objecten aan de Vlaamseweg te Sterksel midden tussen de aangewezen zoekgebieden genoemd in de RES, als potentiële locaties voor grootschalige opwekking van wind en zonne-energie. Hoewel in de MER geen definitieve keuzes zijn gemaakt, leiden wij wel af dat de genoemde zoekgebieden in onze directe omgeving als zeer geschikt worden gekwalificeerd, blijkens de beoordeling van de zoekgebieden. De indiener vreest een ernstige aantasting van onze leefomgeving, overlast en negatieve gezondheidseffecten.

Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Voor windenergie zijn er, naar aanleiding van een belemmeringenstudie, lijnopstellingen indicatief ingetekend. Voor zonne-energie hanteert het MER een methode waarbij de draagkracht van een gebied kan worden berekend. De methode heeft het aantal hectare zonneparken binnen een bepaald landschapstype berekend. De locaties van de zonneparken zijn daarbij niet weergegeven of vastgesteld. Op welke locaties wind- of zonneparken kunnen of moeten worden gerealiseerd, staat nog niet vast. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt.

Nee

De indiener is van mening dat het MER een veel te beperkte opzet en omvang heeft om het milieubelang daadwerkelijk een volwaardige plek te geven in het besluitvormingsproces over de RES. Alleen de effecten van grootschalige zonne- en windparken is onderzocht, er is geen onderzoek gedaan naar daadwerkelijke effecten op het gebied van gezondheid, natuur en ecologie. Daarnaast zouden we van het innovatieve karakter van de MRE regio verwachten dat de opdracht tot onderzoek meer zou behelzen dan alleen het onderzoek naar traditionele wind en zonne-energie. Het meenemen van innovatieve technieken mag niet ontbreken, net als bijvoorbeeld de nog onbenutte mogelijkheden op daken van gebouwen.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan.

De reikwijdte van het MER beperkt zich inderdaad tot grootschalige zonne- en windenergie, zoals van tevoren bepaald en gepubliceerd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, in totaal 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren. Zij kiezen hierbij voor zon en wind, omdat dit bewezen technieken zijn voor grootschalige opwek van duurzame energie. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het bod per RES-regio voor 2030. Nieuwe technieken zijn wel relevant voor de periode daarna. De RES wordt elke twee jaar herzien, waarbij bekeken wordt welke technologieën we dan kunnen meenemen. We werken hierin nauw samen met Brainport Development.

 

Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, en is een van de thema's die verder uitgewerkt moet worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.

De indiener stelt dat er steeds meer onderzoeken zijn die duiden dat de gezondheidseffecten veel groter zijn en zich op grotere afstand kunnen voordoen dan waarmee in de Nederlandse normstelling en jurisprudentie rekening wordt gehouden. Het MER onderzoek had aangegrepen kunnen worden om meer onderzoek te doen, of in ieder geval de aangekondigde onderzoeken van RIVM en GGD af te wachten en te integreren. Dat vergroot onze vrees voor ernstige hinder, gezondheidsklachten en aantasting van onze leefomgeving.

De provincie en de MRE zijn van mening dat juist door het hanteren van twee vuistregelafstanden (500 en 1000 meter) in de effectbeoordeling, boven op de minimumafstand van 400m, het milieueffect van geluid en slagschaduw goed en passend bij het detailniveau van het planMER is meegewogen.

Nee

Het zoekgebied ligt mídden tussen en deels in de natuurgebieden Grote Heide en Strabrechtse Heide & de Plateau's, en de Strabrechtse Heide 8í Beuven. Onze gemeente wordt gekwalificeerd als de groene long van de MRE. De directe omgeving van onze straat is een verblijfsgebied voor uilen, vleermuizen, patrijzen, bijzondere en zeldzame vogels, groot en klein wild en inheemse, zeldzame

flora. De inschatting van het effect op de flora en fauna is gemaakt op basis van een afstandscriterium en zegt daarmee niets over daadwerkelijke effecten. Een nauwkeurig onderzoek ontbreekt, ook op het gebied van geluid en slaghinder.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan.

Nee

In Sterksel is al hinder en overlast van alternatieve energieopwekking, hier staat de grootste mestvergister van Europa. Deze produceert elk jaar 3000 kubieke meter groen gas per uur. Daarmee levert onze gemeente al een substantiële bijdrage en wordt de gemeenschap van Sterksel geconfronteerd met aanzienlijke geuroverlast. Dit had in het MER meegenomen moeten worden, dat is ten onrechte niet gebeurd.

De milieueffecten van een mestvergister zijn van een andere aard dan die van grootschalige zonne- en windparken en cumuleren daarmee niet.

Het beoordelen van de daadwerkelijke effecten past niet bij het detailniveau van het planMER en dient in een later stadium te gebeuren, hetzij ter onderbouwing van gemeentelijk beleid, hetzij ten behoeve van een concreet project.

Nee

Als betrokken burgers zijn we verbaasd over een aantal zaken:

» We zijn niet betrokken bij de keuze van de zoekgebieden, terwijl blijkt dat commerciële partijen betrokken grondeigenaren al benaderd hebben. Dat suggereert dat er keuzes gemaakt gaan worden buiten ons, als betrokken burgers, om. Dat is niet het juiste proces als het gaat om burgerparticipatie.

« Tijdens het proces van de publicatie en toelichting van de MER rapportage, werd gesproken over financiële participatie en daarbij behorend financieel voordeel voor individuen die niet in het zoekgebied wonen of ondernemen. Wij begrijpen niet dat in deze fase, in het kader van milieueffecten, gesproken wordt over financieel gewin voor individuen die niet negatief belast worden door de keuze van de

De provincie en de MRE danken indiener voor het uiten van de zorgen. Echter, maakt het MER geen definitieve keuzes.

Milieueffectrapportage (planMER)

Met de milieueffectrapportage (planMER) onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de concept-RES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving, landschap en ecologie. Met zorgvuldig onderzoek kunnen de gemeenten tot een weloverwogen keuze komen waarin alle belangen worden meegenomen.

zoekgebieden. We hopen ten zeerste dat het belang van deze individuen niet meeweegt in de afweging van de milieueffecten.

Het feit dat onze directe leefomgeving in het zoekgebied ligt heeft bij ons voor veel onrust gezorgd. We maken ons zorgen over het feit dat er al een smet ligt op ons gebied door deze publicatie, met financiële en emotionele gevolgen van dien.

Het vervolgproces ziet er als volgt uit:

Aan het einde van het jaar stellen de gemeenteraden, de provincie en waterschappen de RES 1.0 vast, inclusief zoekgebieden. Hierna volgt het proces van iedere betreffende gemeente om de zoekgebieden een plek te geven binnen het omgevingsbeleid. Een belangrijk onderdeel van dit proces is lokale participatie. Daarna volgt het traject van ontwikkeling van projecten en benodigde vergunningen. Inwoners/belanghebbenden kunnen een rol vervullen op de volgende punten:

Via het politieke spoor om aandacht te vragen voor bepaalde standpunten

Via het spoor van meedenken bij de totstandkoming van visies, plannen en beleid

Via het spoor van bezwaar en inspraak (eventueel gevolgd door een beroep) op plannen (omgevingsplan, omgevingsvergunning)

Hiernaast is er een vijfde mogelijkheid om als inwoner inbreng te hebben in het proces. U kunt ook (financieel) deelnemen aan een duurzaam energieproject in uw lokale omgeving. Dat kan soms door lid te worden van (of actief te worden in) een energiecoöperatie. Als u financieel investeert, heeft u naast het ondersteunen van de ontwikkelingen en zeggenschap in het project ook mogelijkheid om rendement te verdienen op uw inleg. In de RES is een model voor lokaal eigendom van zonne- en windparken opgenomen, wat leidt tot grotere betrokkenheid van de inwoners.

Parallel aan de RES lopen de trajecten van gemeenten. Sommige gemeenten zijn al bezig met beleid en projecten voor grootschalige opwek. Belangrijk: hoewel er regionaal wordt samengewerkt, blijven gemeenten over eigen grondgebied gaan.

Op basis van het bovenstaande menen wij dat het MER geen deugdelijke basis vormt om keuzes goed te kunnen beoordelen en afwegen. Wij vrezen dan ook dat op basis van de te globale MER definitieve keuzes gemaakt gaan worden waar wij geen invloed op hebben, met verregaande negatieve gevolgen voor onze leefomgeving, onze financiële positie en onze gezondheid.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan. Als bij nader inzien blijkt dat bij een plan niet aan de wettelijke milieunormen kan worden voldaan zal geen windpark gerealiseerd worden.

Nee


Z8

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4906383

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

De indiener stelt dat zijn/haar object midden tussen de aangewezen zoekgebieden genoemd in de RES, als potentiële locaties voor grootschalige opwekking van wind en zonne-energie. Hoewel in de MER geen keuzes zijn gemaakt, leiden wij wel af dat de genoemde zoekgebieden in onze directe omgeving als zeer geschikt worden gekwalificeerd, blijkens de beoordeling van de zoekgebieden. Wij vrezen een ernstige aantasting van onze leefomgeving, overlast en negatieve gezondheidseffecten.

Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten van zonne- en windenergie zijn. Voor windenergie zijn er, naar aanleiding van een belemmeringenstudie, lijnopstellingen indicatief ingetekend. Voor zonne-energie hanteert het MER een methode waarbij de draagkracht van een gebied kan worden berekend. De methode heeft het aantal hectare zonneparken binnen een bepaald landschapstype berekend. De locaties van de zonneparken zijn daarbij niet weergegeven of vastgesteld. Op welke locaties wind- of zonneparken kunnen of moeten worden gerealiseerd, staat nog niet vast. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt.

Nee

De indiener is van mening dat het MER een veel te beperkte opzet en omvang heeft om het milieubelang daadwerkelijk een volwaardige plek te geven in het besluitvormingsproces over de RES. Alleen de effecten van grootschalige zonne- en windparken is onderzocht, er is geen onderzoek gedaan naar daadwerkelijke effecten op het gebied van gezondheid, natuur en ecologie. Daarnaast zouden we van het innovatieve karakter van de MRE regio verwachten dat de opdracht tot onderzoek meer zou behelzen dan alleen het onderzoek naar traditionele wind en zonne-energie. Het meenemen van innovatieve technieken mogen niet ontbreken, net als bijvoorbeeld de nog onbenutte mogelijkheden op daken van gebouwen.

Het planMER, en diens milieuonderzoeken, zijn opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio. In een vervolg proces moet dit verder worden uitgewerkt. Tijdens dat proces wordt verder onderzocht of en zo ja welke negatieve milieueffecten er ontstaan.

De reikwijdte van het MER beperkt zich inderdaad tot grootschalige zonne- en windenergie, zoals van tevoren bepaald en gepubliceerd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, in totaal 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren. Zij kiezen hierbij voor zon en wind, omdat dit bewezen technieken zijn voor grootschalige opwek van duurzame energie. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het bod per RESregio voor 2030. Nieuwe technieken zijn wel relevant voor de periode daarna. De RES wordt elke twee jaar herzien, waarbij bekeken wordt welke technologieën we dan kunnen meenemen. We werken hierin nauw samen met Brainport Development. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, en is een van de thema's die verder uitgewerkt moet worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.

 

De indiener stelt niet te zijn betrokken bij de keuze van de zoekgebieden, terwijl blijkt dat commerciële partijen betrokken grondeigenaren al benaderd hebben. Dat suggereert dat er keuzes zijn gemaakt buiten ons, als betrokken burgers, om. Dat is niet het juiste proces als het gaat om burgerparticipatie. We hebben per toeval vernomen dat de MER ter inzage ligt, het feit dat ons object in het zoekgebied ligt heeft bij ons veel onrust gezorgd. We maken ons zorgen over het feit dat er al een smet ligt op ons gebied door deze publicatie, met financiële en emotionele gevolgen van dien.

De ontwikkeling van een regionale energiestrategie (RES) gaat niet over één nacht ijs. Stapsgewijs geven we invulling aan onze ambitie. Het is onze ambitie om zoveel mogelijk en tijdig inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van de RES en haar projecten. Communicatie en participatie is en blijft een prioriteit.

De communicatie richting inwoners verloopt via de gemeente. Via huis-aanhuisbladen plaatsen we oproepen voor bijeenkomsten en bezwaar- en zienswijze procedures. Daarnaast maken we gebruik van de Energieregio website en sociale media, zoals Facebookpagina’s van gemeenten en LinkedIn. Ook is er een nieuwsbrief waar u zich hier voor kunt inschrijven. We realiseren ons dat we niet iedereen hebben kunnen bereiken. Onze boodschap aan iedereen is: praat erover en doe mee. Uiteindelijk zijn we met elkaar verantwoordelijk voor de RES.

Participatie bij projecten

Elk project is maatwerk, waarbij we onderzoeken wat er past in de omgeving. De Regionale Energiestrategie biedt hiervoor kader, maar de invulling van participatie verschilt per gemeente.

Voor projecten zijn er drie vormen van burgerparticipatie.

Procesparticipatie: inwoners leveren input over een project. Bijvoorbeeld in de vorm van een klankbordgroep. Inwoners denken mee, maar zijn geen eigenaar.

Financiële participatie: door middel van financiële participatie worden inwoners (mede)eigenaar van een project. Er zijn verschillende vormen van eigenaarschap.

Sociale participatie: met fondswerking kunnen indirecte winsten van het project teruggebracht worden in lokaal maatschappelijke projecten.

Gemeenten en ontwikkelaars hebben zelf in de hand welke vorm van participatie ze meenemen in een project.

Daarnaast verbaast het de indiener dat dat in het proces van de publicatie en toelichting van de MER rapportage, gesproken wordt over financiële participatie en daarbij behorend financieel voordeel door individuen. De indiener begrijpt niet dat in deze fase, in het kader van milieueffecten, gesproken wordt over financieel

Met de milieueffectrapportage onderzoeken we potentiële zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Naast de potentie onderzoeken we ook de milieugevolgen van de locatiekeuzes uit de conceptRES. Dit doen we aan de aan de hand van de milieuthema’s leefomgeving,

 

gewin voor individuen die niet negatief belast worden door de keuze van de zoekgebieden. De indiener hoopt ten zeerste dat het belang van deze individuen niet meeweegt in de afweging van de milieu-effecten. Er zijn steeds meer onderzoeken die duiden dat de gezondheid-effecten veel groter zijn en zich op grotere afstand kunnen voordoen dan waarmee in de Nederlandse normstelling en jurisprudentie rekening wordt gehouden. Het MER onderzoek had aangegrepen kunnen worden om meer onderzoek te doen, of in ieder geval de aangekondigde onderzoeken van RIVM en GGD af te wachten en te integreren. Dat vergroot de vrees van de indiener voor ernstige hinder, gezondheidsklachten en aantasting van onze leefomgeving.

landschap en ecologie. Met zorgvuldig onderzoek kunnen de gemeenten tot een weloverwogen keuze komen waarin alle belangen worden meegenomen.

Het financieel belang van individuen wordt niet meegewogen in het planMER. Tijdens de informatiebijeenkomsten over het planMER werd aanvullend een beeld geschetst van mogelijkheden voor participatie en inspraak. Een manier van participatie is financiële deelname. Het streven vanuit het Rijk is 50% lokaal eigendom bij projecten waarbij grootschalig energie wordt opgewekt. We streven als regio naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. We gaan uit van lokaal maatwerk op het niveau van individuele projecten.

De indiener stelt dat het zoekgebied midden tussen en deels in de natuurgebieden Grote Heide en Strabrechtse Heide & de Plateau's, en de Strabrechtse Heide & Beuven ligt. Onze gemeente wordt gekwalificeerd als de groene long van de MRE. Het object van de indiener is een verblijfsgebied voor uilen, vleermuizen, patrijzen, bijzondere en zeldzame vogels, groot en klein wild en inheemse, zeldzame flora. De inschatting van het effect op de flora en fauna is gemaakt op basis van een afstandscriterium en zegt daarmee niets over daadwerkelijke effecten. Een nauwkeurig onderzoek ontbreekt, ook op het gebied van geluid en slaghinder. In Sterksel is al hinder en overlast van alternatieve energieopwekking, hier staat de grootste mestvergister van Europa. Deze produceert elk jaar 3000 kubieke meter groen gas per uur. Daarmee levert de gemeente al een substantiële bijdrage en wordt de gemeenschap van Sterksel geconfronteerd met aanzienlijke geuroverlast. Dit had in het MER meegenomen moeten worden, dat is ten onrechte niet gebeurd.

De milieueffecten van een mestvergister zijn van een andere aard dan die van grootschalige zonne- en windparken en cumuleren daarmee niet.

Het beoordelen van de daadwerkelijke effecten past niet bij het detailniveau van het planMER en dient in een later stadium te gebeuren, hetzij ter onderbouwing van gemeentelijk beleid, hetzij ten behoeve van een concreet project.

Nee

Op basis van het bovenstaande meent de indiener dat het MER geen deugdelijke basis vormt om keuzes goed te kunnen beoordelen en afwegen. De indiener vreest dan ook dat op basis van de te globale MER definitieve keuzes gemaakt gaan worden waar wij geen invloed op hebben, met verregaande negatieve gevolgen voor onze leefomgeving, onze financiële positie en onze gezondheid.

Provincie en MRE hebben begrip voor zorgen die er bij inwoners kunnen leven over de ontwikkeling van grootschalige hernieuwbare energie in de omgeving. Ze zijn het echter oneens met de suggestie van de indiener dat het MER geen deugdelijke basis vormt en te globaal is.

Het planMER is opgesteld op het detailniveau passend binnen de scope van de gehele RES regio en beschrijft de milieueffecten op objectieve en reproduceerbare wijze. Het rapport verschaft inzicht in de milieueffecten van grootschalige zonne-en windparken binnen alle zoekgebieden in de regio. Op deze manier wordt de regio ondersteund bij het maken van verantwoorde locatiekeuzes.

Nee

De daadwerkelijke selectie van zoekgebieden voor grootschalige opwek door zon en wind vindt in een later stadium plaats. Wanneer dit heeft plaatsgevonden zullen de betreffende locaties met een hoger detailniveau moeten worden onderzocht, voordat er kan worden overgegaan tot de bouw van een windpark of zonnepark.


Z17

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4907058

Datum zienswijze:

15-6-2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

The submitter thinks it is unfair to put windmills around the area of Sterksel for the following reasons; we lived in Eindhoven before, we liked to be in the city close to everything (including our work) but the noise and the landscape were the reasons we decided to move to Sterksel, an area known for its greenery, quietness and the beautiful nature from birds and animals.

In addition to that, we (and almost all neighbors around us) all have invested a lot to help the environment; by for example filling the roof with as many solar panels as we can, adding heat pumps, and even installing the more expensive douche heads that use less water!

Taking into account all the trade-offs we made to come and live in Sterksel and to preserve the environment, we found it unfair that the government decided to place 225 meters high noisy windmills close to us.

No decision has yet been made with regards to the location of new wind farms. This Environmental Impact Assessment offers insight into the potential effects of large scale wind and solar farms in an objective fashion.

Nee

Regardless of all the shiny advertisements manufacturers say about their windmills, everyone knows that they do produce constant noise, they do affect the animals, and at 225 meters height, the beautiful landscape is gone.

The MRE and the province of Noord Brabant understand the submitter’s concerns. Nuisance caused by noise from wind turbines cannot be completely ruled out. The noise standards are included in Article 3.14a of the 'Activiteitenbesluit Milieubeheer'. This stipulates that the noise of one or more wind turbines must comply with the standard of no more than 47 dB Lden and the standard of no more than 41 dB Lnight on the facade of noise-sensitive buildings (for example houses). In the case of a specific wind project, it will be necessary to demonstrate that the noise standards can be met by means of an acoustic research.

Wind turbines can visually affect the landscape. In the case of a specific project, to affect the landscape as little as possible, often a wind farm is fitted in in such a way that it matches the landscape structures at macro level as much as possible.

Nee

It is especially unfair since we are not going to be benefiting from those mills as our houses are almost completely energy neutral, but the electricity will be transferred to

In the RES 1.0 no agreements are made regarding the distribution of benefits and burdens. As a region, we strive for maximum local participation

168

the big cities where, if the mills are to be placed there, the additional noise will not be even noticeable.

and maximum local utilization of the benefits. Local ownership generates money for society and can also lead to greater involvement of people in local projects, acceptance of energy projects and greater community spirit. Each municipality will have different views on the role the municipality wishes to play. The trade-off between return and risk for society can have a different outcome for every project and local situation. We therefore want to provide municipalities with basic information and guidelines, so they can make their own assessment.

The submitter hopes that there will be a re-evaluation of the positioning on the mills, high ways and sea are the most suitable places for windmills in our opinion and not above small neighborhoods surrounded by greenery and beautiful nature.

Provincie Noord-Brabant and the Metropoolregio Eindhoven thank the submitter for their contribution.

Nee

169

Z25

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4907334

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze

Beantwoording

Indiener leest in MER dat zijn grond ingedeeld is om als zonneweide te kunnen gaan dienen. (Peelven in Sterksel) Indiener is daar niet van gediend. Tevens hoeft indiener geen windmolens in achtertuin.

Grootschalige opwek kan alleen gerealiseerd worden met medewerking van de grondeigenaar.

Nee

Indiener stelt voor dat de gebruiker wat meer mag bijdragen. In Eindhoven zelf gebeurt er zo'n beetje niks, terwijl dat volgens indiener de grootgebruikers zijn. Op de hogere gebouwen zal volgens indiener windenergie op te wekken moeten zijn. Heel veel huizen hebben volgens indiener slechts een deel van hun dak bedekt met zonnepanelen. Indiener vindt dat er te weinig tegenover staat wanneer een woning meer opbrengt dan dat het verbruikt. Een eigenaar is volgens indiener een dief van eigen portemonnee wanneer er teveel panelen worden geïnstalleerd. Indiener geeft aan te begrijpen dat er subsidies worden vergeven bij zonneweides en vraagt zich af of het niet beter is als daken van huizen beter benut worden.

De MRE dankt indiener voor diens bijdrage.

De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor besparen en duurzaam opwekken. In de conceptRES hebben we een bod gedaan van 2 TWh. In deze RES 1.0 hebben we de invulling daarvan concreter gemaakt. Met meer zekerheid kunnen we dit bod, maar ook de andere onderdelen, nu onderbouwen. Het verbruik aan elektriciteit en warmte, opwek van duurzame energie en de distributie daarvan beschouwen we in samenhang. Energiebesparing is cruciaal in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken.

Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. De energiestrategie is tenslotte een dynamisch proces dat permanent in verandering is. Veranderende omstandigheden, nieuwe technologieën, nieuwe en andere stakeholders hebben invloed op het proces.


Z26

Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener - 4906965

Datum zienswijze:

14 juni 2021

Zienswijze:

Tekst uit zienswijze