Home > Nieuws > Participatie – 4: Doe ons dan ook maar een bestuurlijke transitie
Mee doen?
 
Vul uw gegevens hieronder in om onze nieuwsbrief te ontvangen!
Volg ons op Facebook!
 

Participatie – 4: Doe ons dan ook maar een bestuurlijke transitie

 
 
Participatie – 4: Doe ons dan ook maar een bestuurlijke transitie
 
Geschreven door Frank van den Dungen   
woensdag, 27 oktober 2021 14:52

door: Frank van den Dungen

Bij participatie mag de wijze waarop die ingericht wordt, bepaald worden door de gemeente. Er zijn maar twee kwesties waarbij de participatie in de wet duidelijk omlijnd is. Dat is bij een ‘projectbesluit’, en bij de ‘aanvraag van een omgevingsvergunning’. Met een projectbesluit heb je als inwoners slechts bij uitzondering te maken. Dat gaat over grote complexe kwesties, waar behalve de gemeente ook de provincie of het rijk bij betrokken zijn. Het aanvragen van een omgevingsvergunning zal echter veel vaker voorkomen, en daar heb je dan als omwonende zeker mee te maken.

Aanvragen omgevingsvergunning.

Vroeger moest je voor bijna alles een omgevingsvergunning aanvragen. Dat wordt een stuk minder. Maar áls er een vergunning aangevraagd moet worden, dan moet de aanvrager zelf het voortouw nemen. In zijn aanvraag moet staan óf en zo ja hóe hij aan participatie heeft gedaan, en wat de resultaten daarvan zijn. De gemeente weegt dat mee bij haar beslissing. Zo ongeveer staat het in de wet. De projectgroep van de dorpsraad, die de concept Omgevingsvisie voor Sterksel ontwikkelde, heeft dit vertaald naar twee concrete voorwaarden voor iemand die een omgevingsvergunning wil aanvragen.

1. Ten eerste moet je aantonen dat er draagvlak is bij de omwonenden waarop je plan effect kan hebben, én dat er bovendien draagvlak is bij organisaties die er mee te maken hebben. Daarbij vermeld je ook eventuele knelpunten en de wijze waarop je die gaat ondervangen.

2. Vervolgens moet je aantonen dat je plan een bijdrage levert aan de versterking van de waarden van het dorp of van het landelijk gebied, en, als dat niet kan, hoe je dat dan doet via compensatie in de buurt.

De visie kunt u hier vinden: https://www.sterksel.nu/images/w.omgevingsvisiebouwstenen210920.pdf

Het staat er natuurlijk iets anders. En we weten nog niet of onze gemeente dit idee overneemt. Maar met zo’n regeling zouden we hier nooit-van-z’n-leven een Poort43 gehad hebben.

Vrij, maar niet echt vrijblijvend.

Bij andere kwesties waarbij participatie een rol speelt, is de gemeente vrij in de keuze hoe ze dat doen. Maar ze zijn altijd verplicht om hun keuze te motiveren. Dat betekent dat ze bij een besluit aan moeten geven “hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn”. Dus erg vrijblijvend is het niet.

Omgevingsplan: dubbele motiveringseis.

Deze motiveringsplicht geldt sowieso voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Maar ook voor een eventueel Omgevingsprogramma. Een programma is een uitwerking door B&W van de strategie voor een onderdeel van de Omgevingsvisie. In Heeze-Leende denkt men daarbij bijvoorbeeld aan de transitie van de landbouw. Maar motivering is ook een eis bij de uitwerking van de Omgevingsvisie tot een Omgevingsplan. En in een Omgevingsplan wordt alles tot in de puntjes uitgewerkt en geregeld. Daar krijg je als inwoner uiteindelijk mee te maken. Daarbij is het uitdrukkelijk de bedoeling dat er minder en eenvoudiger regels zijn dan vroeger én dat er draagvlak voor is. Daarom geldt bij een Omgevingsplan niet alleen een motivering achteraf, maar ook aan de voorkant. Als een gemeente haar Omgevingsplan gaat maken, dan moet ze daarvan vooraf een ‘kennisgeving’ doen. Daarin moet staan hoe de gemeente participatie zal gaan vormgeven. Dus hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zullen worden.

Bestuurlijke transitie

Omdat onze gemeente met Sterksel wil beginnen bij het maken van haar Omgevingsplan, krijgen we hier zo goed als zeker ook de primeur van de participatie. Maar als Heerlijkheid hebben we daar natuurlijk ook zelf wel een idee over. Doe dan meteen ook een transitie op het gemeentehuis; een doorgroei naar een organisatie waar niet de regels, maar de belangen van de inwoners en hun leefomgeving centraal staan. Meer openheid, vertrouwen en gelijkwaardigheid. Dan kunnen we samen op weg naar een nieuwe Heerlijkheid.

 

Participatie deel 3: Sterksel, zeggenschap binnen een nieuwe heerlijkheid

 

door: Frank van den Dungen

In de Omgevingswet zelf is weinig vastgelegd over participatie. Soms is het wettelijk verplicht. Maar belangrijker is dat de gemeenteraad zelf kan kiezen om ruimte te maken voor participatie. In de toelichting bij de Omgevingswet wordt het Wie, Wat, Wanneer en Waarom van participatie uit de doeken gedaan. Het Hoe blijft echter open. Een gemeente kan participatie vooralsnog een heel eind naar eigen smaak inrichten.

Meer zeggenschap

Maar het zal, zelfs in de meest behoudende gemeente, in ieder geval meer worden dan de huidige inspraak-aan-de-achterkant. Want de overheid heeft een nieuwe wet in de pen die de participatie steviger gaat verankeren. Op basis van de Gemeentewet mag een gemeente daar ook nu al mee beginnen. En waar Sterksel binnen Heeze-Leende vooroploopt bij het ontwikkelen van een omgevingsplan, zou het logisch zijn om in Sterksel tegelijk ook een pilot te draaien met participatie. Het past wel bij een Heerlijkheid om weer meer zeggenschap over het eigen reilen en zeilen te krijgen. En de inwoners van Sterksel hebben al herhaaldelijk blijk gegeven van hun maatschappelijke betrokkenheid. Dat is recent nog eens bevestigd is door de hoge respons op de enquêtes van de dorpsraad, door de 80 brieven die aan de raad gestuurd zijn vanwege de windmolenplannen en door het feit dat van de 49 reacties op de energieplannen van de MRE er maar liefst 12 uit Sterksel kwamen.

Misverstanden

Participatie betekent niet dat je het als inwoners voor het zeggen krijgt. Maar wél dat je serieus mee kan praten. Participatie betekent ook niet dat je altijd je zin krijgt. In de praktijk kan het, zwart-wit gesteld, gebeuren dat iemand niet gelukkig is met de uitkomst - de gemeenteraad heeft zijn voorkeur niet gevolgd -, maar wél tevreden is over het participatieproces: hij is gehoord en zijn argumenten zijn besproken en meegewogen.

Hoe diep gaat participatie

De gemeenteraad kan buiten de verplichte gevallen, beslissen in welke gevallen er ingezet wordt op participatie, welke vorm daarvoor gekozen wordt, en ook nog welke mate van participatie gevraagd wordt. Daarvoor zijn zogenaamde participatieladders bedacht. Het begint basaal met informatie. Openheid van zaken. Dat is in de praktijk niet zo vanzelfsprekend als je zou verwachten. Op de eerste trede staat dan raadplegen. Daarbij wordt gelegenheid geboden om over iets je ideeën, wensen en meningen naar voren te brengen. Dat is een soort zienswijze indienen, maar dan aan de voorkant. Op de tweede trede staat adviseren. Daarbij wordt een groep gevraag met een gezamenlijk advies te komen over een kwestie. Daarboven komt de coproductie. In dat geval ontwikkelt de gemeente samen met de participanten een plan. De hoogste trede is meebeslissen. Dan mag je een keuze maken uit twee of meer aangereikte oplossingen voor een kwestie. Die keuze is dan bindend voor de raad.

Beter, sneller en goedkoper.

Bij participatie wordt er meestal van uitgegaan dat vooraf de kaders zijn afgebakend waarbinnen je mag meedenken. Maar het kan ook breder. Onder participatie valt ook het agenderen van kwesties, de uitvoering in de praktijk en de evaluatie. En de uiterste vorm van participatie is het ‘Right to Challenge’, het ‘uitdaagrecht’. Dat komt er op neer dat een groep inwoners of een organisatie tegen de gemeente zegt: ‘geef die klus, met het budget erbij, aan ons en laat ons dat zelf regelen; wij doen dat sneller, beter en goedkoper’. In Sterksel zou de dorpsraad zo bijvoorbeeld een zaterdagse mini-milieustraat voor blad & tuinafval kunnen inrichten. Dat scheelt veel kilometers en files met aanhangertjes in Geldrop of Valkenswaard. En naar de toekomst toe kan zo’n mini-milieustraat mogelijk mooi gecombineerd worden met een ‘groenbank’, waar overtollige bomen, struiken en planten met elkaar gedeeld worden. Maar u hebt zelf misschien een beter idee voor participatie. Laat het me weten: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

 

 

 

 

 

 

Participatie deel 2 - Sterksel Zeggenschap binnen een nieuwe heerlijkheid door: Frank van den Dungen

Sterksel was ooit eens een heerlijkheid. Dat was in de tijd van het feodale stelsel. De koning, de hertog of de graaf had het voor het zeggen. Hij had de zeggenschap over veel stukken van zijn gebied gedelegeerd aan leenheren. Zo viel Sterksel ooit als heerlijkheid onder een vrije leenheer. In die tijd gold het recht van de sterkste. In de eeuwen die achter ons liggen zijn we daar stukje bij beetje van af gestapt. Iedereen heeft rechten. Niet alleen de sterkste. En iedereen heeft zeggenschap gekregen over hoe we die rechten en de bijbehorende plichten verdelen. Dat noemen we democratie.

Water bij de wijn

Maar ja, bij ons geldt binnen dat democratisch systeem eigenlijk nog steeds het recht van de sterkste. Je moet een meerderheid hebben. En hier is geen enkele partij groot genoeg om in zijn eentje een meerderheid te hebben. Dus na het stemmen gaat er altijd weer water bij de wijn. Er wordt onderhandeld. En daarna kun je dan uiteindelijk aan de slag. Tenminste, dat zou je denken. Maar dan loop je als politicus vast in het moeras van regels en regeltjes dat je voorgangers je hebben nagelaten.

Rijkdom aan regeltjes

In ridderzalen, statenzalen en raadszalen wordt er druk gedebatteerd over hoe het zou moeten. Maar de papieren werkelijkheid is uiteindelijk bepalend. Want de regeltjes, én de uitleg daarvan door de Raad van State, maken hier uit wat er uiteindelijk wél en wat er niet kan. En de soortenrijkdom in de natuur is niets vergeleken bij de rijkdom aan regeltjes die we binnen onze samenleving hebben. En al die regeltjes stonden tot voor kort op de rode lijst van beschermde soorten.

Zeggenschap aan de voorkant

Daarom is het goed dat de Omgevingswet er komt. Daarmee worden er héél veel wetten en regeltjes geschrapt en worden procedures vereenvoudigd. Ook goed dat daarmee tegelijk de cultuur bij onze overheden zal gaan veranderen. We krijgen dienstverleners in plaats van regelaars. En inwoners kunnen, behalve eens in de vier jaar in het stemhokje, vaker hun stem laten horen. Niet als inspraak achteraf, als een plan of nieuw beleid eigenlijk al zo goed als klaar is, maar vooraf. Want bij participatie worden inwoners en belanghebbende organisaties van meet af aan betrokken bij een ontwikkeling. Dat is tenminste de bedoeling van de nieuwe Omgevingswet. En als die participatie goed gaat, dan valt er voor alle partijen winst te behalen. Want dan worden oplossingen niet achter het bureau bedacht, maar komen ze tevoorschijn uit overleg met mensen die er in de werkelijkheid mee te maken hebben.

Participatie in drie smaken

Maar of die winst overal behaald wordt, is nog de vraag. Want de Omgevingswet heeft wel bepaald dat er participatie moet komen. Maar niet hoe die er uit gaat zien. Het is vormvrij, zoals dat heet. Er zijn gemeenten die de kat uit de boom kijken. Die houden het zoveel mogelijk op de traditionele inspraak aan de achterkant. Tussendoor worden inwoners wel eens opgeroepen om een enquête in te vullen, of om op een avond hun mening op gele memo-briefjes te schrijven, maar daar blijft het ook bij. Er zijn ook gemeenten die het zuiver democratisch aanpakken. Die roepen via een representatieve steekproef inwoners op om in een Burgerplatform mee te praten. Een soort jury die per onderwerp wisselt. En je hebt gemeenten die kiezen voor een Omgevingstafel, waarin zowel inwoners als vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties zeggenschap krijgen.

Plussen en minnen

Inspraak aan de achterkant is een wassen neus. Een avondje gele briefjes plakken is vrijblijvend en komt vaak niet verder dan kretologie. Een representatief Burgerplatform is in theorie ideaal. In de praktijk blijkt echter dat veel burgers pas interesse krijgen in een ontwikkeling als de betonmolen bij wijze van spreken al staat te draaien. Ze missen ook de tijd en de motivatie om zich in deze materie te verdiepen, en het is best lastig om erachter te komen wat plannen precies inhouden. Bovendien kunnen of willen burgers lang niet altijd voor hun mening opkomen.

Blijft de Omgevingstafel over. Meestal een combinatie van belanghebbenden en belangstellenden. Dus zowel inwoners die maatschappelijk betrokken zijn, als vertegenwoordigers van organisaties zoals een dorpsraad, een IVN of een ZLTO. Gemeenten organiseren vaak meer dan één Omgevingstafel. Vaak variëren de deelnemers per thema. Want wanneer het over veiligheid in woonwijken gaat, heb je natuurlijk andere mensen aan tafel, dan als het over natuur in het landelijk gebied gaat. Maar over het Hoe, Wat en Waarom gaat het vervolg: Participatie-3.


PARTICIPATIE 1 STERKSEL OP WEG NAAR EEN NIEUWE HEERLIJKHEID

Sterksel was ooit eens een heerlijkheid. Dat betekende dat een ‘heer’ het gebied in leen had van een koning, graaf of hertog. Een leenheer hoefde niet per sé eigenaar te zijn van alle gronden in het gebied, maar had wél de zeggenschap over het hele gebied. Die zeggenschap was vastgelegd in een hele reeks rechten en plichten. De heerlijkheden werden eeuwen geleden opgeheven. Vrijwel alle  rechten en plichten gingen over naar het rijk, de provincie, de waterschappen en de gemeenten. Daar werden ze vervolgens vastgelegd in wetten, regels en verordeningen. Met daarbij een bataljon ambtenaren om het systeem te onderhouden en de inwoners de weg in te wijzen.

Wildgroei

Het systeem van regels en regeltjes groeide in de loop der jaren uit tot een ondoordringbare jungle. Het bataljon ambtenaren werd een klein legertje, dat bovendien zelf steeds meer regelend ging optreden. En vandaag de dag heb je, als je iets wilt of juist niet wilt, een advocaat nodig om je weg door de jungle te hakken. Het besef groeide dat ons maatschappelijk systeem niet alleen onbegaanbaar, maar ook onbetaalbaar was geworden. Om de kosten van deze wildgroei in te dammen, begon de overheid eerst te bezuinigen. Daarna werden overheidstaken afgestoten. Niet teruggegeven aan de inwoners, maar verkocht aan marktpartijen. Die zouden effectiever en efficiënter werken.  Maar er bleken ook forse haken en ogen te zitten aan deze privatisering. Als alternatief voor de liberale marktwerking, ontstond het idee van een participatiesamenleving.

Lager in de samenleving

De verantwoordelijkheid voor de samenleving werd lager in de samenleving gelegd. Zo zijn er al veel taken overgedragen aan de gemeenten. Tegelijk groeide het besef dat inwoners zelf ook iets zinnigs in te brengen hadden. En zo ontstond de inspraak. En het werd géén succes. Want je kreeg zeggenschap aan de achterkant, als alles eigenlijk al topdown geregeld was.

Nieuwe kansen met de Omgevingswet

Maar nu komt er een nieuwe Omgevingswet. Die gaat als een hakselaar door het oerwoud van alle wetten en regeltjes. Want het moet eenvoudiger en sneller kunnen. Dus inwoners krijgen meer in de pap te brokkelen. Dat heet participatie. Zeggenschap aan de voorkant. Over de richting en de koers. Over criteria, waarden en normen daarbij. Die zeggenschap gaat geregeld worden in de Omgevingsvisie. Iedere gemeente moet zo’n visie opstellen om een begin te maken met de invoering van de Omgevingswet. In die visie wordt ook vastgelegd hoe de participatie hier straks in de praktijk gaat werken.

Kleine stapjes

Bij het opstellen van die nieuwe Omgevingsvisie heeft onze gemeente al kleine stapjes gezet richting participatie. Kleine stapjes, want Heeze-Leende is geen haantje-de-voorste. Maar uiteindelijk zullen dat ook hier grotere stappen worden. En dan worden we weer een beetje een nieuwe heerlijkheid. Met eigen rechten en plichten. Voor Sterksel gaat daar ook de dorpsraad een rol in spelen. We komen er binnenkort op terug. In Participatie-2.

Laatst aangepast op vrijdag, 12 november 2021 10:56