Home > Nieuws > Pater Anton Mettrop overleden
Mee doen?
 
Vul uw gegevens hieronder in om onze nieuwsbrief te ontvangen!
Volg ons op Facebook!
 

Pater Anton Mettrop overleden

 
 
Pater Anton Mettrop overleden
 
Geschreven door Kerkbestuur   
dinsdag, 14 februari 2012 18:02

















In de vroege ochtend van 13 februari 2012 is pater Anton Mettrop, missionaris van Afrika, op 86 jarige leeftijd overleden in het Sint Anna ziekenhuis te Geldrop. 

Hij was daar nadat hij twee weken geleden zijn heup gebroken had bij een valpartij. De operatie voor de nieuwe heup ging voorspoedig maar de uitwerking van de narcose en zijn broze gezondheid gaven een terugslag. Een longontsteking werd hem fataal.

Pater Anton kwam ruim 13 jaar geleden op Sterksel om pater Joop te helpen in het Sterkselse pastoraat. Zijn bruisende energie en medemenselijke aanpak straalden warmte af. Een vuur dat ook zijn confraters stimuleerde. Hij werd een veel gezien figuur in het Sterkselse straatbeeld. Zo vertoefde hij al vroeg in de morgen op de hoek bij de Dreef om mensen een gezegende dag toe te wensen en was hij bij alle activiteiten graag aanwezig. Hij was graag onder de mensen. Ook zijn dagelijkse tocht naar de dorpswinkel hoorde daar bij. 

Tot het laatst bleef hij actief. Ondanks zijn broze gezondheid en vele kwalen bleef hij voorgaan in de liturgische vieringen. Hij had een groot doorzettingsvermogen en een geweldige gedrevenheid, waarbij hij een bewonderenswaardige beminnelijkheid uitstraalde.

Menigeen heeft zich afgevraagd: waar heeft pater Anton die energie vandaan gehaald?

Hij was missionaris in hart en ziel. Daarbij maakte hij Gods goedheid en zijn nabijheid aan iedereen zichtbaar.

Wij zijn pater Anton dankbaar dat hij zijn rijke leven met ons heeft willen delen.

Anton ligt opgebaard in de Pastorie van Sterksel, Beukenlaan 2.

U kunt daar persoonlijk afscheid van hem nemen op woensdag 15 en donderdag 16 februari van 15.00 tot 16.00 uur en van 18.00 tot 19.00 uur.

De uitvaartdienst zal plaatsvinden op vrijdag 17 februari 2012 om 10.30 uur in onze parochiekerk.
U bent van harte hierbij uitgenodigd.

Na de viering wordt pater Anton naar Heythuysen gebracht, waar hij begraven wordt op het kloosterkerkhof van de paters Missionarissen van Afrika, Op de Bos 2.

Het kerkbestuur.

Klik hier voor een deel van het interview met Pater Anton in 2002



Jubileum Pater Anton in 2010 (uit het parochieblad)

Zondag 6 juni a.s. vieren we samen, het feit dat Pater Anton 60 jaar geleden priester werd gewijd in de sociëteit van de Witte Paters(nu genaamd de Missionarissen van Afrika). Hij studeerde in Sterksel en later gaf hij er les evenals in Santpoort. Na 13 jaren mocht hij naar Tunesië vertrekken waar hij 11 jaar verbleef. Ook daar gaf hij les, werkte mee met het nationaal theater en werd er de regionale Overste.

Zijn leuze was : Dialoog en vriendschap in de samenwerking met de mensen daar. En alle confraters werkten in die geest.

In mei 1974 werd hij gekozen in het algemeen bestuur van de Witte Paters en ging voor 6 jaar naar Rome en bezocht de confraters overal in de wereld om hen te bemoedigen. Gezien zijn positieve instelling lukte hem dat heel goed. Daarna vroeg Paus Johannes Paulus II om de Witte Paters te doen kennen in Polen. En Pater Anton ging vanuit Oostenrijk daarheen. Maar het regime van die tijd stond hem niet toe daar te blijven. Toen de politieke spanningen verdwenen vroeg de Paus nogmaals er een huis te stichten. En dit keer lukte het. We hebben nu al enkele Poolse confraters. Vooral in Oostenrijk werkte Pater Anton om Afrika te doen kennen aan studenten,  verenigingen en parochies. Hij maakte ook daar veel vrienden vanwege zijn humor, enthousiasme voor de missie in Afrika en zijn diep gelovige beleving van zijn missionarisideaal.

Na 19 jaar kwam hij hier in Sterksel waar we hem al  11 jaar in ons midden mogen hebben. Hoewel zwak van gezondheid is hij nog steeds enthousiast, blijmoedig en positief ingesteld. Dat is te merken o.a. in de originele voorwoorden van het parochieblad, in de vele gezinsvieringen ook in samenwerking met de school. Blijheid en geloof gaan in zijn vieren heel goed samen. Ook in de dorpswinkel tref je hem vaak aan. Want hij zorgt dat pater Harry en ik het heel goed hebben.

Reden te over om feest te vieren en God te danken voor deze 60 mooie vruchtbare jaren.

Het kerkbestuur wil dan ook graag  dat we zondag 6 juni samen met hem een plechtige Eucharistie vieren om 10.00 uur waarna een receptie in het dorpshuis waarin ieder van harte welkom is. We wensen hem nog een fijne tijd in ons dierbare Sterksel.

Namens de redactieraad en Pater Harry,  J. Witjes w.p

 

Verhaal in parochieblad mei 2000 door Pater Anton zelf.

Gouden Jubileum ...

Hoe is het eigenlijk gekomen? Niet eenvoudig te zeggen... Zoveel invloeden en motieven spelen mee in een leven.

Een voorbeeldje! In 1933 had ik, acht jaar oud, een blindedarmoperatie. Vader, zelf dokter, gaf de narcose. De hoofdzuster had de hele ziekenkamer volgehangen met foto s van haar broer, een Missionaris Witte Pater. De avond voor de operatie vertelde zij als afleiding heel begeesterd over Afrika! Overal broer Jan: met grote en kleine zwarte mensen. Toen ik na de operatie ontwaakte, schijn ik op die foto’s gewezen en gezegd te hebben: “Zo wil ik later ook worden”.

Vader had het wel gehoord, maar hij heeft het pas verteld toen ik jaren later met het Pauluscollege in Sterksel op de proppen kwam.

Begin van een rode draad??

Als jongste van 8 kinderen had ik een gelukkig en gezellig nest waarvoor ik nog altijd zeer dankbaar ben. We leefden vanuit een eigentijds geloof, maar wel eerlijk kritisch. Voor Vader was zijn dokter-zijn meer roeping als beroep, Moeder was liefde en zorg in persoon. Broers en zus waren genuanceerd zoals het hoort. Ondanks de donkere plekken, die men in het leven gelukkig weer vergeten mag, kan ik blij en vol dank terugzien op die tijd. Wie ooit van mij een retraite of bezinningsdag gevolgd heeft, kent de grote invloed van mijn ouders, broers en zus, tot en met de kleinkinderen van mijn broer, Dit wordt nog wel eens een eigen verhaal.  

Aangetrokken door een "medicijnman toekomst" zoals Vader, gepakt door het virus van muziek en toneel, werd ik als puber hopeloos verliefd op een persoon die mijn leven en mijn hart volkomen begon in te palmen. Die persoon was boeiend en creatief als geen ander.
Hij had een heel grote naam, Jezus Christus, maar hij was een echte Vriend. Onze stroomverbinding begon warm en hevig te gloeien, Met Hem samen liep de rode draad over Pauluscollege in Sterksel, naar St. Charles in Esch, over ‘s Heerenberg naar Monteviot in Schotland waar ik in 1950 de priesterwijding ontving.

Mooie dingen als de priesterwijding van mijn broer Edy en zovele fijne gebeurtenissen en feesten thuis en rondom, wisselden elkaar af met ziekten en problemen. Het sterven van mijn oudste broer bijvoorbeeld en vooral de dood van mijn Vader, een paar maanden voor mijn wijding! In die tijd kwam steeds weer de vraag: Roept HIJ of wil IK zo graag?

Maar waarom koos ik eigenlijk voor de Witte Paters? Eerstens omdat ze internationaal zijn en werken. Ook nu nog komen de rond 2000 leden uit 31 verschillende nationaliteiten. Dat betekent een schat aan samen geleefde religieuze en menselijke groei. Tweedens omdat bij de Witte Paters de open dialoog met andere godsdiensten en levensbeschouwingen in het vaandel staat. En dat is voor mij levensbelangrijk: God gaat altijd voorop en vooruit. Zijn Geest werkt in ieder mens, waar hij ook woont, hoe hij er ook uitziet, welke taal, kleur, gewoonte of levensstijl hij ook heeft. In de ontmoeting met een medemens gaat het er eerstens om te ontdekken en te bewonderen hoe God in deze persoon al onderweg is. Vol respect kan en MOET ik hem of haar dan vertellen wat God in zijn goedheid aan mij heeft geopenbaard. Wat je aan liefde en genade ontvangen hebt, mag je toch niet voor jezelf alleen behouden ! Vandaar gaan we dan samen verder en dieper op weg naar wat God met ieder van ons voor heeft. Samen op zoek naar Gods wil en genade proberen we het leven mooier, gaver en innerlijk rijker te maken...

Vanuit dit ideaal heb ik na mijn intrede bij de Witte Paters gevraagd naar Noord-Afrika te mogen gaan voor de dialoog tussen Islam en Christendom. Soms loopt de rode draad evenwel met kronkeltjes.

Na mijn wijding kreeg ik een benoeming voor Tanzania (Oost-Afrika), en toen een maand later in Sterksel een leraar ziek werd, vroeg men mij die man voor "even” te vervangen. Dat "even" duurde twaalf jaar. Tussen de lessen door zou ik ook best Nederlands kunnen studeren. Het waren volle jaren. Met hart en ziel meewerken aan de vorming van jonge Witte Pater-kandidaten, was mooi. Daarbij kwam veel leeswerk in literatuur, cursus aan het conservatorium, veel koor- en instrumentale muziek, veel theater, regie en spel. Daarbij veel pastorale hulp in parochies, meestal echter in ziekenhuizen en bij gehandicapten. God’s rode draad hield het nog net uit, werd echter door teveel uiterlijke activiteit overbelast, Dit leek wel groots, maar het was kennelijk niet de gloeiende stroomdraad, die mijn Vriend wilde. Maar, gelukkig...

't Begin der zestiger jaren bracht mijn benoeming voor Noord-Afrika. De DIALOOG, waarvan ik zo gedroomd had. Alles nieuw. Geen Nederlands, geen Engels, geen Swahili, wel Frans en het o zo moeilijke Arabisch. Andere cultuur, andere denkwijze, andere voeding en o zo warm... Overgang??Na een paar maanden zit je er in en ben je met huid en haar verkocht aan deze prachtkans. Dialoog in het leven van alle dag, van s morgens tot s'-avonds, bij het bidden, bij het eten, bij de gesprekken, bij het discuteren, bij het zoeken naar geluk, naar de Vriend, van wie het hart vol is. Het was een dialoog waarin ieder kon groeien in eigenheid, in menszijn, als kind van God, want dat zijn we toch allen. Een tijd vol samen gedragen en gedeelde pijn, en van hartverwarmende vreugde. Een tijd van "God ervaren". 

In 1965 werd me gevraagd om in Tunis mee te werken aan de oprichting van ’n Staatsconservatorium voor muziek, dans en theater. Wat een prachtige gelegenheid tot gemeenschappelijke creativiteit. Heeft dat iets met missie te doend, vroegen zich enige mensen af. Niet met het dopen en met het direct bekeren misschien, maar wel met het brengen van de blijde boodschap. Over Jezus vertellen is in een moslimland zo goed als onmogelijk. Je kunt echter wel denken, voelen, spreken en handelen als Jezus Christus en dit te proberen is veeleisender als het eerste... !

"To be or not to be" : ZIJN is meer dan doen. Een groep Tunesische jongeren wilde graag met me samen bidden, zo met vrije, zelfgemaakte intenties zoals ze gehoord hadden van ons christenen. Ik was een beetje bang om daarmee te beginnen. Waar ik bang voor was, gebeurde meteen. Een van hen begon: “Goede God, Pater Anton is best een aardige kerel; geef hem de genade, een goede Moslim te worden”. Voor ik bedacht had hoe te reageren bad alweer een andere jonge Moslim : “Goede God, U leidt alle mensen, overal ter wereld. Geef ons respect voor het geloof en voor de levenswijze, die gij in ieder mens persoonlijk realiseert”.

Dit heeft me eerlijk goed gedaan. Moeten we niet allen ontdekken, hoe God in alles en in allen iets positiefs stimuleert en realiseert. We kunnen zoveel van elkaar leren.

Was het allemaal te mooi ?

In november 1974 vond in Rome de kapittelvergadering der Witte Paters plaats. ledere zes jaar wordt bij zo n gelegenheid een nieuw hoofdbestuur gekozen. En ik kwam uit de bus als assistent van de algemene Overste. Donderslag bij heldere hemel. Drie dagen kreeg ik om in te pakken en afscheid te nemen van mijn geliefde Noord-Afrika. Zo zat ik plotseling op een kamer in Rome, medebelast met het bestuur van de toen rond drieduizend leden tellende missionarisgezelschap der Witte Paters. Wat een verandering ! Alle dimensies werden onoverzichtelijk groot. Tunesie werd Afrika, Nederland werd Europa, Parochie of Diocees werd Wereldkerk ..... Interessen en belangen werden verhonderdvoudigd. Vragen te over: Zo n verantwoording kan ik toch niet aan. Geef mij een andere kelk... en het "Vriend"–elijke antwoord: JIJ hoeft het ook niet alleen aan te kunnen. "IK" ben er, en "IK" doe het.

Zo beloofde ik van deze nieuwe opgave geen tragedie te maken. Op zo’n moment moet je wel op de knieën. Daar gloeide de Vriendverhouding hevig op: een warme bloedrode draad.  

Eerst leek het werk op: personeelsmanagement. Natuurlijk ging het om het geluk, het rendement ook van alle Witte Paters en de hun toevertrouwde duizenden, maar meer nog ging het om een missionaire toekomstvisie en om een spiritualiteit, sterk genoeg, om Gods en onze opgave op een eigentijdse wijze te dragen. Fascinerend en boeiend tot en met.
Deze theoretische en principiële vragen werden echter dagelijks overschaduwd door de ellende, armoede, ziekten, corruptieschandalen en stammenoorlogen, waarvan de realistische beelden en berichten ons dagelijks beroerden. Machteloosheid doet zo’n pijn...
Bij alle opgaven waren er ook dingen die mij erg goed lagen, bijvoorbeeld het bezoeken van alle medebroeders waar ook ter wereld, in alle continenten, en vooral natuurlijk, in praktisch alle landen van Afrika en Europa.

Ik heb genoten van de internationaliteit. Ook van het reizen door de immense grootheid van Gods schepping. Meer en meer ontdekte ik Gods liefdevolle werking in ieder mens, ongeacht taal, ras, kleur, religie of levensbeschouwing. De Indische Jezuiet Anthony de Mello schrijft het zo treffend: “Jammer, dat wij mensen het tapijt van Gods schepping alleen vanonder kunnen bekijken; dan zie je namelijk vooral de draadjes en knoopjes.

Als je meer met God s ogen een beetje van boven kunt kijken, zie je pas het wonder”.

Zo werd de tijd van 1974 tot 1980 een periode van overvloeiende dankbaarheid, omdat mijn leven een dimensie kreeg die alles relativeerde en tot nieuwe proporties bracht.

In 1981 was mijn bestuurstijd in Rome voorbij en werd ik weer gewoon soldaat; nieuw missionair bewustzijn. Ik mocht in Polen contact gaan zoeken met Afrikagezinde jonge mensen en daar ergens een centrum voor Witte Paters openen. Al in 1977 had de Kardinaal van Krakau, (de tegenwoordige Paus ) me daar persoonlijk een dag lang over gesproken. In Rome hoopte men dat ik tussendoor ook in Oostenrijk een huis zou stichten voor ons, Missionarissen van Afrika. Met het beetje Pools dat ik nog leren kon en met de langdradige moeilijkheden van visa en zo, duurde het tot 1984 voor het Poolse huis in Lublin z’n poorten kon openen. Het huis is intussen al drie keer vergroot. In 1985 volgde het Oostenrijkse huis in Axams, vlakbij Innsbruck.

Na vier jaar leven op mijn koffer, had ik een eigen bed.

Intussen gloeide mijn rode draad weer volop. Overal waar ik binnen kon komen, gaf ik lezingen over Afrika, over religieuze dialoog, en over nieuwe Afrikaanse filosofie en theologie. In scholen en in parochies kreeg ik de gelegenheid voor retraites en bezinningsdagen, ook voor alle mogelijke pastorale hulp. Het princiep van de sneeuwbal.

In 1992 vond het hart het welletjes, er werden vier omleidingen ingebouwd. Twee maanden later volgde een galoperatie. Een gelukte grote servicebeurt.

Toch moest het langzaamaan wat minder worden. Zo gaat de gelijke arbeid nog wel verder, maar in seniorentempo. De creatieve drang blijft, maar het "moet" niet allemaal meer zo !

Ik heb trouwens meer tijd nodig om na te denken, tijd om na te praten met mijn Vriend. Leven wil ik ook in de hoop dat God en de vele mensen die ik pijn heb gedaan en bewust of onbewust ongelukkig heb gemaakt, mij kunnen vergeven. Tijd ook om veel goed te maken en in te halen wat achterbleef of werd uitgesteld. Vooral ook tijd om dankbaar te zijn voor zoveel, eigenlijk voor alles, in één woord alles.

Intussen loopt de rode draad nog door, en de gloeiende stroomverbinding met de goddelijke krachtcentrale mag gerust een climax bereiken. Daar hoop ik ook op. Graag wil ik nog lang een steeds Godzoekende mens zijn, die blij is andere zoekende mensen te ontmoeten, om samen op weg te blijven naar wat ons leven vol, diep, gezegend en gelukkig maakt, met God en in God.

Geloven en christenzijn is voor mij veel meer een levenshouding dan een leer. In deze kleine levensgeschiedenis heb ik geprobeerd dat te zeggen, maar het gevaar bestaat dat de veelheid van gebeurtenissen het innerlijk groeien en het ZIJN overheerst. Probeer a.u.b daar doorheen te prikken.

In 1936, jong en fris, belde ik aan bij de Witte Paters in STERKSEL. En nu,oud en toch nog een beetje fris, zit ik overgelukkig en dankbaar in onze kleine maar fijne Witte Paters communiteit in STERKSEL, overheerlijk verzorgd en gedragen door een wonderlijk kerkbestuur en een meelevende, actieve parochiegemeenschap.

Zullen we samen proberen ook verder: "voor God en voor elkaar een zegen te zijn".

Laatst aangepast op woensdag, 15 februari 2012 11:28