Home > Ons dorp > Vrijwilliger in beeld > Jan van Winkel

Jan van Winkel

 
 
 
donderdag, 03 mei 2012 17:21

Op Koninginnedag 2012 kreeg Jan van Winkel een koninklijke onderscheiding voor zijn vrijwilligerswerk. Een aanleiding om wat vragen te stellen.

Jan (Johannes Petrus) van Winkel is vernoemd naar de twee opa’s. Al generaties lang komt men de naam Johannes vaak tegen binnen de familie Van Winkel. Gerardus is echter de meest voorkomende voornaam. Frank, de zoon van Jan is vernoemd  naar opa Frans. Dochter Franca is vernoemd naar Francisca, de moeder van echtgenote Riet. Gewoon zoals het vroeger hoorde.

Jan van Winkel is op 23 mei 2012 vijfenvijftig jaar getrouwd met Riek Essers uit Leende. Van de twee kinderen woont Frank in ‘de buurt’; in Heeze. Franka woont in Vught en is algemeen directeur van Rabobank Lopikerwaard, een schitterende omgeving. Frank is hoofd Financiële administratie. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen, een dochter en een zoon. Zowel zoon Frank als kleinzoon Jesper spelen saxofoon, net als opa Jan.

Momenteel is Jan druk bezig met de genealogie van de familie Van Winkel, met extra aandacht voor het muzikale. Muziek zit in de genen bij de Van Winkels. Al in de 16de eeuw zijn er gevonden die organist en koorleider waren in Weert. Jan: ‘Wat ook in de genen zit, is dat ze een beetje, nou ja tamelijk eigenwijs zijn en ze willen niet graag gecommandeerd worden. Soms hadden ze bijna slaande ruzie met de pastoor over het repertoire.’ In alle takken van de familie komen muzikanten en zangers voor en regelmatig professionals.

Jan is geboren in Budel op 1 oktober 1930 als oudste in een gezin van zeven kinderen. Vader was van beroep tuinarchitect, maar door de crisis van de dertiger jaren viel daar geen droog brood mee te verdienen. Hij begon een bloemen- en fruitwinkel en ging daarnaast bestrijdingsmiddelen verkopen voor Polyflor. ‘Vaak was hij daarvoor in België, met name in de omgeving van Haspengouw. Hij reed daar naar toe met een gehuurde auto van de buren. Later begon hij ook een borstelfabriekje. Hij heeft heel zijn leven als zelfstandige gewerkt.’

Na de lagere school in Budel ging Jan naar het Gymnasium in Weert. Dat speelde in het oorlogsjaar 1945. Het gymnasium werd toen tijdelijk Klein Seminarie. Daardoor werd er voortdurend druk uitgeoefend om te studeren voor het priesterschap en dat wilde jan niet. Daarom is Jan uit balorigheid geswitcht naar HBS-B.

Na bij Philips aan de slag te zijn gegaan werd daarnaast begonnen met de studie MO Duits (Onderwijsbevoegdheid voor het Middelbaar onderwijs). ‘Dat was ’s morgens van 4 tot 7 uur studeren en dan met de fiets van Budel naar Philips in Eindhoven. ’s Avonds was er niet veel tijd om te studeren: elke week een avond naar school in Weert, muziekles, spelen bij de harmonie en verkering in Leende. Achteraf heb ik van dat jaar gymnasium veel nut gehad. De oprichting van de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de ‘voorloper' van de EEG) betekende nieuwe kansen en nieuwe problemen voor Philips, met zo’n 50 fabrieken in Europa. Op logistiek gebied moest er veel geregeld en ontwikkeld worden en aangezien ik op die afdeling de enige was die drie talen vloeiend sprak, ontstonden er nieuwe kansen. Plotseling werd ik als logistiek manager radio en grammofoons een internationaal figuur. In 70er jaren werd ik projectleider computertoepassingen vanuit de gebruikerskant. Dat was een heel proces; het gebruik van computers stond nog in de kinderschoenen. Later werd ik projectleider voor online toepassingen. Op 59 jarige leeftijd heb ik ontslag genomen en ben ik saxofoonles gaan geven. Een van de beste besluiten die ik ooit genomen heb.’

Na dit uitstapje naar ‘het werk’, terug naar privé. Na zijn huwelijk in 1957 is Jan in een bungalowtje van Philips aan de Floralaan Eindhoven gaan wonen. Vervolgens werd in Nuenen een huis gebouwd. Tijdens een rit door Sterksel ontstond de wens om in Sterksel te gaan wonen, maar dat behoorde toen niet tot de mogelijkheden. In 1962 werd een nieuwbouwhuis gekocht in de Beukenlaan in Leende, maar het verlangen om naar Sterksel te gaan bleef. In 1966 verhuisde het gezin Van Winkel naar het huidige adres in Sterksel.

Waarom woon je nog steeds op Sterksel? Jan: ‘Minstens een keer per week zeggen we tegen elkaar dat we hier met geen knuppel meer weg te slaan zijn. Vanaf begin zijn we hier naar de kerk gegaan, hebben we deelgenomen aan het sociale leven en ons gedragen als bewoners van het dorp. We hebben in het dorp wortel geschoten. Ook de kinderen hebben hier altijd aan alles meegedaan. Ze hadden hier vrienden en vriendinnen.

Hobby’s? ‘Muziek, geschiedenis, heemkunde, genealogie, cultuur, voetballen en heel veel gelopen. Vroeger liep ik vaak met mijn hond Sjang (genoemd naar grootvader) door het bos. Daar kon ik tot rust komen en wat afstand nemen van het werk. En lezen. Dat moet wel iets zijn waar ik wat aan overhoud; iets van leer.

De saxofoon is altijd mijn passie geweest en het moest altijd beter, perfecter. Om scherp te blijven nam ik met enige regelmaat deel aan  solistenconcoursen.’ Welke zijn je mooiste resultaten op die concoursen; waar ben je heel trots op? ‘Ik ben vijf keer landskampioen geworden en acht keer Brabants kampioen. Twee van mijn leerlingen zijn professional geworden en dat geeft geweldig veel voldoening. Een van hen is Denise de Busser uit Sterksel.
 
Was er dan nog tijd voor vrijwilligerswerk? ‘Ja, ja, van ‘88 tot ‘93 ben ik voorzitter van Dorpshuis Valentijn geweest. We hebben toen statuten en een reglement gemaakt, taakomschrijvingen en een betere werkverdeling. Ook het belonen voor zelfwerkzaamheid is toen beter geregeld. Structuur aanbrengen, statuten, reglementen, dat is wel mijn ding. Dat was op het werk, maar ook bij verenigingen.’ En de kerk? ‘Bij de kerk ben ik al vroegtijdig bij betrokken geraakt. Pastoor Vervoordeldonk wilde lectors invoeren en daar zijn we, Alice Lommerse en ik, in ‘n Kerstnacht mee gestart. Het was toen nog niet zo gewoon, maar iedereen accepteerde het. Dat hebben we jarenlang gedaan. Met een man of vijf zijn we een avondwakegroep begonnen. We zijn in de omtrek gaan kijken en hebben hier en daar stiekem een boekje meegenomen. Met de voorbereiding van een avondwake was je zeker een dag bezig. Het moet zo goed mogelijk zijn en als je bij de mensen thuis zit, komt er doorlopend volk binnenlopen. Emotioneel doet dat ook wat met je. Tegenwoordig zie je dat de familie zelf de avondwake voor een groot deel invult. Dat is een goede ontwikkeling.’    

Veel vrijwilligerswerk heeft met de muziek te maken. Leerlingen van Jan hebben 100 muziekexamens afgelegd en ‘meer dan de helft zat hier gratis, of bijna gratis. Ik heb gezegd dat het stoppen met werken en het gaan geven van muziekles een van mijn beste beslissingen ooit is geweest. Muziekles geven werd echt een soort roeping en ik ontdekte dat ik hier zelf ook heel veel van leerde. Met kinderen omgaan en met volwassenen; het was een tijd waar ik met veel plezier op terugzie. Ik heb dat gedaan tot mijn 71ste. Mijn flexibiliteit nam af en mijn vermoeidheid toe. Toen ik 70 werd, had ik nog 24 leerlingen. Zo af en toe help ik nog wel eens iemand, als die echt in nood zit.’

In Leende is Jan zijn functie als archivaris bij de Philharmonie - betekenis: het vriendschappelijk samengaan - aan het afbouwen. Hij is al meer dan vijftig jaar lid van de Philharmonie en heeft bijgedragen aan de nieuwe statuten, aan de structuur van de verschillende commissies en aan de nieuwe reglementen. Een en ander is op 6 februari dit jaar goedgekeurd. Nu de implementatie nog. ‘Commissies moeten bestaan uit een mix van ervaren mensen en  jongeren die willen leren.’

Waarom doe je vrijwilligerswerk? ‘Het is toch plichtsbesef en vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend. Ik vergelijk het wel eens met voetbal. Dan kun je het niet maken om vijf voor half drie je team te bellen dat je niet komt. Ik mis misschien één repetitie per jaar. Mensen rekenen op je. Je kunt niet bij een club zijn om er 3 keer per jaar te komen. En zo kijk ik ook naar de kerk.’

Nu je toch aan het woord bent, is er iets dat je graag zou willen zeggen aan de inwoners van Sterksel, een boodschap of zo? ‘Boodschap? Ik ben bang dat intimiteit van het dorp lijdt onder feit dat het groter aan het worden is. De saamhorigheid moeten we vasthouden. Als ik vroeger met buitenlands bezoek van Philips door Sterksel liep, waren ze verwonderd dat iedereen die passeerde goeiendag zei. Dat moeten we wel zo houden. En mensen een handje in de rug houden. Misschien heb je dat zelf ook nog wel eens nodig.’

 

Laatst aangepast op donderdag, 03 mei 2012 18:33